Afstandelijk portret van verslaafde honkbalster

Strike Out, morgen, Ned.3, 20.00u.

'Als deze jongen zijn talenten had gebruikt dan was hij nu miljonair in Amerika'', zegt de manager van de honkbalploeg De Spartaan over de Antilliaanse honkballer Judsel Baranco. Helaas verspeelde Baranco zijn talent: hij raakte verslaafd aan drugs en begon te stelen.

De documentaire Strike Out vertelt het levensverhaal van Baranco. Het is een tragisch verhaal over een jongen met een groot talent, die niet in staat is om vorm te geven aan zijn eigen toekomst. Aan het einde van de jaren tachtigontving hij eervolle vermeldingen als 'Beste slagman WK' en 'meest waardevolle speler van 1987', maar raakte door zijn wispelturige levensstijl zijn plaats in het Nederlandse honkbalteam kwijt.

Baranco genoot te zeer van zijn succes: hij stortte zich in alle feesten die hem werden aangeboden, zonder zich zorgen te maken over zijn verplichtingen de volgende morgen. Dat wekte irritatie bij de coach, die besloot hem te ontslaan. Toen hij ook nog aan de drugs raakte en begon te stelen was de chaos compleet.

De levensloop van Baranco wordt geschetst aan de hand van archiefbeelden van wedstrijden en de verhalen van coaches, pleegouders, fans en sportmaatjes. In 1992 stokt hun relaas. In dat jaar verdween Baranco spoorloos. Het laatste dat zij van hem wisten is dat hij in de gevangenis zat en om verlof vroeg na de Bijlmerramp, omdat hij mogelijk familieleden had verloren. Sindsdien werd hij vermist.

Als de documentaire op dit punt is aangeland verandert het biografische genre in een zoektocht. De filmmakers speuren Baranco's gangen na en vinden hem uiteindelijk bij een honkbalclub op Curaçao, waar hij oorspronkelijk vandaan kwam. Hij is de schaduw geworden van zijn vroegere persoon: een fragiele man die slecht in staat is om te vechten tegen zijn verslaving.

De film schetst een aardig, maar afstandelijk, beeld van de voormalige honkbalster. Dat komt omdat zijn levensverhaal bijna volledig aan de hand van de verhalen van andere mensen wordt verteld. Als Baranco zelf meer aan het woord was gekomen, had de toeschouwer zich meer in hem kunnen inleven.

De filmmakers hebben Baranco pas in beeld gebracht op het moment dat zij hem hadden gevonden op Curaçao. Dat is begrijpelijk omdat zij de zoektocht naar hem spannend wilden houden. Voor het biografische gedeelte van de film werkt de afwezigheid van Baranco echter vervreemdend. De documentaire draait dan om het onderwerp van gesprek heen, zodat het lijkt of het gaat over een overledene.

Alleen de stem van Baranco is af en toe aanwezig tijdens het biografische gedeelte. Via een geluidsband spreekt hij over zichzelf. Die band kan echter best in de jaren tachtig zijn opgenomen. Als Baranco aan het einde van de film ineens levend rondloopt, blijkt die stem recent te kunnen zijn. Dat is een vreemde ontdekking, die de biografie geen goed doet.