Vosruin slingert ruiter bijna uit het zadel

ROTTERDAM, 26 AUGUSTUS. Het CHIO eindigde dit weekende met een gedeeltelijke revanche voor de Nederlandse springruiters op hun teleurstellende klasseringen in Atlanta. In de landenwedstrijd, die omwille van de sponsor, het publiek en de televisie van vrijdag naar zaterdag was verplaatst, eindigde de Nederlandse springploeg als tweede achter Ierland.

In de Grote Prijs kreeg Wout-Jan van der Schans gistermiddag loon naar werken. Na een seizoen met heel constante prestaties, werd de 35-jarige oud-military-ruiter uit Lunteren op het laatste moment door bondscoach Hans Horn gepasseerd voor de olympische equipe. In Rotterdam was Van der Schans met zijn sterk gebouwde paard Global Leroy Brown de enige Nederlander die foutloos bleef in de Grote Prijs. De wedstrijd werd door de hevige regenval vlak voor de start een stuk zwaarder dan parcoursbouwer Drabbe had bedoeld. Een derde van de deelnemers hield het na enkele springfouten voortijdig voor gezien.

Van der Schans: “Zoiets is gewoon pech voor de parcoursbouwer. Door de regen werd de grasmat moeilijk berijdbaar en hier en daar glibberig. Bovendien worden er onder zulke omstandigheden meteen relatief veel fouten gemaakt op de sloot, omdat paarden toch al natte voeten hebben en ze het respect voor het water kwijt zijn. Ik had daar weinig last van, omdat mijn paard Leroy niet zo erg reageert op zulke weersomstandigheden. De kunst bij hem is altijd dat ik hem zo rustig kan houden dat ik kan blijven 'toerijden' op de sprong, zonder dat hij het initiatief overneemt. Het heeft veel trainingstijd gevraagd, maar nu begint het zijn vruchten af te werpen.”

De Grote Prijs werd gewonnen door Franke Sloothaak met zijn olympische paard Joly. Omdat Sloothaak in Atlanta in de eerste ronde van de landenwedstrijd ten val kwam, waren zijn kansen op een hoge individuele klassering meteen verkeken. “Ik had liever in Atlanta gewonnen natuurlijk, maar ik zie dit wel een beetje als revanche”, zei Sloothaak.

De ruiter staat er om bekend dat hij zijn rijstijl zoveel mogelijk aanpast aan zijn paarden en zijn paarden waar mogelijk ruimte laat voor eigen initiatief. Maar tijdens zijn eerste rit zag het er uit alsof Sloothaak Joly bijna over de hindernissen moest tillen, zo weinig fut toonde de tienjarige vosruin. Joly leek zijn krachten gespaard te hebben voor de barrage. Bij zijn laatste sprong kwam hij zo krachtig van de grond, dat hij zijn ruiter bijna uit het zadel slingerde. “Het is bij Joly zo dat hij beter gaat springen als er meer van hem wordt gevraagd. Dan moet ik hem bij elke sprong tot voorzichtigheid manen”, verklaarde Sloothaak.

De laatste foutloze sprongen leverden hem een bonus op van vijftigduizend gulden. Sloothaak kon Rotterdam dus met een gevulde buidel verlaten, maar dat weerhield hem er niet van kritiek te uiten op de organisatie. De Rotterdamse wedstrijd duurde van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, waarbij de paarden nauwelijks 'stalrust' gegund is. “Bovendien zou het een verademing zijn de landenwedstrijd eens als hoofdrubriek aan te wijzen, als sfeervol sluitstuk op zondag”, vond Sloothaak. “We rijden elke week wel ergens een Grote Prijs, maar elk land heeft maar één landenwedstrijd per jaar. Dat zijn in principe unieke wedstrijden.”

Het idee om de kracht van landenwedstrijden uit te buiten is niet nieuw. Een paar jaar bestond er zelfs een competitie voor, de HCS Nations Trophy. Met het faillissement van de sponsor is ook de competitie uit de paardensport verdwenen. Als het aan de ruiters ligt, wordt er snel een nieuwe sponsor gevonden.