Verkiezingen Bosnië vuurproef IFOR

De verkiezingen in Bosnië vormen de kroon op het Dayton-vredesproces. Het risico dat de verkiezingen uitlopen op een debacle zou kleiner zijn als de architecten van het vredesakkoord bereid zouden zijn de consequenties te aanvaarden van wat ze bekokstoofd hebben, meent Iain Guest

De verkiezingen die op 14 september in Bosnië worden gehouden liggen zwaar onder vuur. Eerst was er de verklaring van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), die de verkiezingen organiseert, dat er van vrijheid van reizen en meningsuiting in Bosnië geen sprake is. Nu weer komen er berichten over hardhandig optreden en intimidatie door de grootste partij, de islamitische Partij van Democratische Actie (SDA).

Je hoeft geen pessimist te zijn om tot de slotsom te komen dat het prestigieuze Westerse experiment in Bosnië op 14 september op een morsige climax dreigt uit te draaien. Maar die zal nog morsiger zijn wanneer onze politici blijven sjoemelen met het toch al zo schimmige aanbod dat ze vorig jaar november in Dayton hebben gedaan.

Het akkoord van Dayton, bedoeld om na vier jaar van etnische zuiveringen een begin te maken met het reïntegratieproces, bepaalt dat alle Bosniërs mogen stemmen in de gemeente waar ze in 1991 woonden, hetzij schriftelijk hetzij in persoon. Maar ook mogen ontheemde Bosniërs zich als kiezer laten inschrijven in de plaats waar ze nu wonen - een stilzwijgende erkenning dat de klok niet valt terug te draaien.

Een analyse van de registratie, die op 8 augustus is gesloten, toont aan dat alle drie de partijen enthousiast op deze uitnodiging zijn ingegaan, zij het met zeer uiteenlopende bedoelingen. De moslims willen de verkiezingen gebruiken om bij de etnische zuiveringen kwijtgeraakte huizen terug te krijgen, terwijl de Bosnische Serviërs en Kroaten de veroverde gebieden volstouwen met kiezers in de hoop zo hun veroveringen te legitimeren.

617.599 Bosnische vluchtelingen hebben zich laten inschrijven voor het uitbrengen van een schriftelijke stem in het buitenland, en nog eens 569.638 mensen hebben dat in Bosnië zelf gedaan. Van de 304.616 ontheemde Bosnische Serviërs die zich in de Servische Republiek hebben laten registreren, hebben er 214.714 besloten om te stemmen in hun verblijfplaats. Velen van hen hadden weinig keus omdat de Servische autoriteiten aan weigeraars geen hulpgoederen meer verstrekten, wat in ten minste één geval heeft geleid tot opschorting van de hulp door de Hoge VN-Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR). Zij die zo dapper waren niet voor de druk te bezwijken, zitten straks zonder Serviër om op te stemmen, want geen van de Servische partijen stelt kandidaten op het grondgebied van de Bosnische Federatie.

Binnen die Federatie drijven de verkiezingen een nieuwe wig tussen Kroaten en moslims. 59.473 personen hebben zich in hun verblijfplaats als kiezer laten inschrijven, en men kan er veilig van uitgaan dat de meerderheid van hen bestaat uit ontheemde Kroaten die naar strategische, vorig jaar tijdens 'Operatie Storm' door het Kroatische leger ingenomen, plaatsen als Drvar, Stolac en Glamoc zijn gestuurd om ze te koloniseren. Dit laatste gebeurt veelal ten koste van hun islamitische landgenoten. Zo is Stolac in Dayton aangewezen als centrum voor remigratie van vluchtelingen; maar de huizen die overdag in Stolac voor terugkerende moslims worden gebouwd, worden 's nachts even grondig weer vernield.

Bijna alle 187.444 Bosniërs die schriftelijk willen gaan stemmen, zijn moslims die zo willen stemmen in de gemeenten waaruit ze zijn verdreven. Maar veel van hen houden ook de mogelijkheid open om op 14 september naar huis terug te keren. Tijdens een recent verblijf in Bosnië heb ik er verschillenden ontmoet: de rouwende moeder uit Srebrenica; de zakenman uit Prijedor (waar de Serviërs enkele van hun gruwelijkste kampen hebben gebouwd); de boer uit Zvornik die zijn heimwee naar zijn vier hectare verbijt in een treurig flatgebouw in Tuzla; de dappere handelaar uit Brcko (waar in 1992 honderden lijken van moslims in vaten brandende olie zijn gedumpt) die probeert zijn huis te herbouwen in door Serviërs bezet gebied, geholpen door de aanwezigheid van zwaarbewapende Amerikaanse militairen.

Zonder uitzondering hopen al deze mensen straks op 14 september terug te keren en het hunne op te eisen. Anders dan de Serviërs zullen ze zich daarbij gesteund weten door de moslimpartij SDA, die ook in de Servische Republiek kandidaten willen stellen ongeacht of dat door de Serviërs zal worden toegelaten. Er zijn 45 SDA-kandidaten voor Srebrenica.

Natuurlijk is het hoopgevend dat de Bosniërs het geweer verruilen voor het rode potlood. Maar de geschetste tendensen leiden tot twee verschillende, maar even onaantrekkelijke mogelijkheden. De ene is dat bussen vol moslim-kiezers op 14 september aan de binnengrens met geweld van boze Serviërs te maken zullen krijgen. De andere is dat door schriftelijke moslim-stemmen gemeenteraden-in-balling schap worden gekozen in strategische, controversiële gemeenten als Srebrenica.

Dit zou de etnische versnippering van Bosnië uiteraard bestendigen. Daarnaast zou het koren op de molen zijn van een ieder die de uitslag zou willen betwisten. Mij is bij herhaling verteld dat de moslims een ongunstige uitslag niet zullen accepteren als persoonlijk stemmen hun onmogelijk wordt gemaakt, terwijl de Serviërs niet gauw een gemeenteraad in Srebrenica zullen aanvaarden die wordt gedomineerd door de vroegere Srebrenicanen in Tuzla.

De gemeenteraadsverkiezingen van 30 juni in Mostar hebben al laten zien hoe gemakkelijk de verliezende partij zich op fraude kan beroepen. Daar hadden de Bosnische Kroaten aan slechts 26 stembiljetten (van de meer dan 50.000) genoeg als rechtvaardiging om de gekozen raad te boycotten. Het risico bij de aanstaande landelijke verkiezingen zal nog groter zijn, omdat het tellen van de stemmen vijf dagen zal gaan duren. Dat biedt ruimschoots de tijd om te knoeien naarmate de stemverhoudingen zich gaan aftekenen.

Duidt dit op een debacle op 14 september? Goed mogelijk, maar het risico zou beslist geringer zijn als de architecten van het vredesakkoord van Dayton en hun vertegenwoordigers in Bosnië bereid zouden zijn de consequenties te aanvaarden van wat ze vorig jaar november hebben bekokstoofd.

Proberen de verwachtingen te temperen, zoals de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Warren Christopher twee weken geleden in Sarajevo deed, is niet voldoende. Evenmin voldoende is het eindeloos herhalen van de mantra dat met deze verkiezingen de bemoeienis van de internationale gemeenschap begint in plaats van eindigt. Dat kan zo zijn, of niet, maar het blijft een feit dat de verkiezingen er komen, of men wil of niet. Behalve dat ze 47 miljoen dollar kosten, vormen ze de bekroning van het Dayton-vredesproces.

Maar wat beoogde 'Dayton' nu eigenlijk? Heeft men de dubbelzinnige verkiezingsformule in elkaar geflanst om coûte que coûte de gevechten te laten ophouden, of wilde men een serieuze poging doen Bosnië te herenigen? In het eerste geval doet het er eigenlijk niet toe of er straks nationalisten worden verkozen en de etnische grenzen worden verscherpt. Waar het om gaat is dat de Bosniërs een adempauze krijgen waarin ze kunnen besluiten hoe ze willen coëxisteren. Maar als het inderdaad de bedoeling was een aanzet tot reïntegratie te geven, dan is het van essentieel belang dat kiezers de kans krijgen de binnengrens te overschrijden die de Serviërs scheidt van de Federatie van moslims en Kroaten.

De vredemacht IFOR, noch de OVSE zal zich tot uitspraken over deze kwestie willen laten pressen. De OVSE is overstelpt door logistieke problemen: er moeten 25 miljoen stembiljetten worden gedrukt (in Wenen), 25.000 stemhokjes worden gemaakt (in Denemarken) en 4.000 stembureaus worden aangewezen (in Bosnië). Hierdoor heeft men maar weinig tijd over voor kiezerseducatie - van essentieel belang in een land dat maar één keer eerder (in 1990) verkiezingen met meer partijen heeft gekend. Toen deden er elf partijen mee. Op 14 september zijn dat er 47. Bovendien moet iedere kiezer dan maar liefst vijf verschillende stembiljetten invullen - voor de landelijke, kantonnale en lokale bestuurslagen.

De zware politieke druk waaronder de OVSE staat om de verkiezingen op tijd te laten doorgaan, ten slotte, maakt dat de OVSE niet duidelijk laat weten waar ze voor staat, met als uitzondering die verbluffende erkenning, 25 juni, dat deze verkiezingen niet vrij en eerlijk zullen kunnen zijn.

Gezien dit alles zal de OVSE nu grote zorg moeten besteden aan de bekendmaking van de uitslag. Stel bij voorbeeld dat de overgrote meerderheid van de Bosniërs zonder incidenten kunnen stemmen in hun eigen etnische gebieden (wat vrijwel zeker het geval zal zijn), maar niemand slaagt erin aan gene zijde van de interne grens te gaan stemmen? Zou men de verkiezing dan nog geslaagd noemen? Hopelijk niet, maar het zal vooraf duidelijk moeten worden vastgelegd, al was het maar voor de tweeduizend internationale waarnemers die over enkele dagen naar Bosnië zullen vliegen voor de verkiezingen van 14 september en van wie stellige uitspraken zullen worden verwacht omtrent de eerlijkheid van het verloop. Er zijn mogelijkheden te over voor verwarring.

Maar in de allereerste plaats zal 14 september een nieuwe vuurproef zijn voor IFOR, dat eerder ongezouten kritiek heeft gekregen voor de manier waarop het Servische oorlogsmisdadigers uit de weg gaat. Het voorkomen van geweld bij overgangen van de binnengrens zal niet toereikend zijn. Als het beoogde doel reïntegratie is, zal IFOR de vrijheid van reizen moeten garanderen en zal men kiezers die in een ander etnisch gebied willen gaan stemmen moeten escorteren. Op het ogenblik lijkt dat niet de bedoeling te zijn. Er zijn integendeel berichten dat IFOR kiezers aanraadt om schriftelijk te stemmen in plaats van een poging te doen naar huis terug te keren, en in elk geval gaan OVSE-functionarissen die ik sprak ervan uit dat IFOR zich erbuiten zal houden.

Maar zullen de IFOR-militairen na alles wat er in Bosnië is gebeurd - de massamoorden bij Srebrenica, de eindeloze beschietingen, het onvoorstelbare geweld - echt werkeloos blijven toezien wanneer moslims het akkoord van Dayton letterlijk nemen en hun poging met bloedvergieten moeten bekopen? Vast niet. Dat zou beslist het oneervolle einde betekenen van IFOR's tot dusver vrij succesvolle missie. En er zal toch ergens een grens moeten zijn aan het aantal internationale toezeggingen die worden gedaan en vervolgens niet worden nagekomen - zelfs in Bosnië.