Vergeetachtigheid doet wat koddig aan

In juni 1985 bevatte de kleurenbijlage van Vrij Nederland een schitterende reconstructie van de staking in Amsterdam die in het voorjaar van 1955 uitbrak en waar ruim vierduizend gemeente-arbeiders aan meededen. Zij eisten loonsverhoging.

Tijdens het raadsdebat over deze staking, die alleen gesteund werd door de aan de CPN gelieerde Eenheids Vak Centrale (EVC) en eindigde met 62 ontslagen, stonden de communisten tegenover de rechtse partijen en de PvdA. Eén van de sprekers was het toenmalige PvdA-gemeenteraadslid Den Uyl: “In de gehele wereld is een strijd gaande voor de vrijheid tegen communistische dictatuur. (...) Daarnaast wordt een strijd gevoerd, ook in Nederland, voor de verbetering van de positie der arbeiders. Bij die strijd kan niet geduld worden, dat men in de wielen wordt gereden door degenen, die de positie van de arbeiders verzwakken door hun politieke acties.”

Koude Oorlog in Amsterdam. De auteur van het artikel wilde in 1985 nog eens met Den Uyl terugblikken. Diens woordvoerder L. Slot liet hem echter weten: “De heer Den Uyl heeft het erg druk. Hij houdt bovendien niet van historische exercities.” Het is een eigenschap van veel politici en bestuurders. Maar weinigen zijn ervan gecharmeerd te worden herinnerd aan sommige episoden in hun loopbaan. Wanneer dat toch gebeurt, doet de (gespeelde) vergeetachtigheid vaak koddig aan.

De te benoemen onderzoekscommissie inzake het Amsterdamse Gemeente Vervoerbedrijf (GVB) zal wat dat betreft nog wat meemaken. Neem bijvoorbeeld het verslag van het slotdeel van de algemene beschouwingen in de raad van 16 december 1992. Aan de orde was onder meer de begroting voor 1993 van het GVB. Het toenmalige CDA-raadslid V. Bruins Slot wilde van wethouder Verkeer R. ten Have (D66) weten of er voldoende geld was om op acht tramlijnen conducteurs te krijgen. “Er is geld voor de conducteurs en de bodem van de pot met geld is niet in zicht”, aldus Ten Have. De voorzitter van de Rekeningen-commissie K. Veldman (PvdA) vroeg Ten Have: “Hoe is het mogelijk dat wij (...) een besluit moeten nemen over een begroting die in meerjarenperspectief een tekort van 30 miljoen gulden laat zien, terwijl de wethouder beweert, dat hij overal voldoende geld voor heeft? Ik begrijp dat niet. Wilt u mij dat uitleggen?” Ten Have: “Omdat de wethouder bekwaam is.” Of dat ook de overtuiging zal zijn van de onderzoekscommissie wanneer die Ten Have zal horen, is op zijn minst twijfelachtig. Hij zal zijn inbreng tijdens dit en andere raadsdebatten over het GVB misschien vergeten zijn, maar gelukkig staat alles zwart op wit.

Het is de vraag of ook ex-wethouder De Grave van Financiën zich nog zal willen herinneren dat hij in maart 1994 de raad voorhield dat het GVB op de goede weg is. “Dat is in ieder geval de conclusie die ik voor mijzelf heb getrokken.”

Hij zal straks aan de onderzoekscommissie moeten uitleggen waarom, in weerwil van zijn opbeurende woorden, een jaar later M. de Jong als gedelegeerd bestuurder werd aangetrokken om het bedrijf door te lichten en die na onderzoek concludeerde dat het bedrijf volkomen stuurloos is, zwaar in de rode cijfers zit en dat er zeker vierhonderd banen moeten verdwijnen. Het kan onmogelijk pas tussen maart 1994 en begin 1996, toen De Jong met zijn bevindingen naar buiten kwam, volkomen scheef zijn gegaan met het GVB.

Voor alle huidige raadsleden en hun collega's uit de periode 1990-1994 geldt dat zij hebben kunnen weten dat sinds eind jaren tachtig alarmsignalen werden afgegeven over de financiële chaos binnen het bedrijf. Jaar in jaar uit heeft de Rekeneningen-commissie dat met cijfers aangetoond. Het heeft er overigens alle schijn van dat niet alleen sprake is van een financieel deficit binnen het bedrijf maar ook van een moreel deficit. De onlangs gearresteerde medewerker van het GVB, die ervan wordt verdacht van colleg'a strippenkaarten te hebben gestolen, wijst daarop. Het is dan ook goed dat de onderzoeksopdracht zich niet beperkt tot de financiële problematiek maar dat ook de faits et gestes binnen het bedrijf worden onderzocht. En dan moet het niet alleen gaan om het ziekteverzuim.