Topman Fiat wil uitstel van deelname Italië aan EMU

ROME, 26 AUG. De machtigste ondernemer van Italië, Cesare Romiti, president van de Fiat-groep, heeft ervoor gepleit dat het land pas later deelneemt aan de Economische en Monetaire Unie om meer ruimte te hebben voor bestrijding van de werkloosheid.

Die oproep heeft indirect steun gekregen van vice-premier Walter Veltroni, die de voorwaarden voor toetreding tot de EMU “buitensporig streng” noemde en suggereerde dat de landen van de Europese Unie moeten heronderhandelen over criteria en tijdschema. “Als het nodig is om het probleem van de werkloosheid gedeeltelijk op te lossen, moet Italië zijn toetreding tot Europa enige tijd vertragen”, zei Romiti vrijdag in een toespraak tot de invloedrijke katholieke actiegroep Comunione e Liberazione. “Het is niet waar dat het probleem van het overheidstekort bovenaan de prioriteitenlijst staat. Dat is de werkgelegenheid.”

De werkloosheid ligt in Italië vrij stabiel rond de twaalf procent. Deze landelijke cijfers verhullen dat in het zuiden grote gebieden zijn waar de helft van de werkende bevolking geen baan kan vinden.

Romiti's oproep is ingeslagen als een bom. Zijn standpunt staat haaks op dat van de werkgeversorganisatie Confindustria. Die heeft het centrum-linkse kabinet van premier Prodi juist verweten onvoldoende te werken aan snelle toetreding tot de EMU. Volgens de werkgevers moet Prodi komend jaar ongeveer zeventig miljard gulden bezuinigen. Het kabinet mikt in zijn economische driejarenplan op slechts de helft van dat bedrag. Prodi's zegt dat te veel bezuinigen de economie zou verstikken en dat hij Italië niet als een dood land de EMU wil binnenvoeren. Hij heeft ook een tactisch probleem: het kabinet heeft de steun van de communisten nodig en die roepen voortdurend dat de sociale prijs voor Maastricht te hoog wordt.

Romiti's toespraak lijkt een echo daarvan. Maar hij praat vooral over werkgelegenheid omdat dat beter in het gehoor ligt dan stimulering van de consumptie, zijn eigenlijke doel. Nu de lire zich enigszins heeft hersteld en in andere Europese landen een recessie opkomt, kan Fiat minder verkopen in het buitenland. In het eigen land blijft de schatkist op slot omdat Prodi zoveel mogelijk wil sparen voor Maastricht. Romiti hoopt dat een minder strak financieel-economisch beleid de Fiat-groep wat meer lucht geeft.

Vice-premier Veltroni ziet daar wel wat in. Hij onderstreepte vanuit zijn vakantievilla op Sardinië dat de keuze van Italië voor Europa onomkeerbaar is en keerde zich tegen eenzijdige initiatieven. Maar hij wil wel heronderhandelen. “Er is iets nieuws. De recessie in Europa”, zei Veltroni gisteren in de Corriere della Sera. “We moeten daarom onderzoeken of het niet goed is om de tafel te gaan zitten om opnieuw te discussiëren over de paramaters, of hun interpretatie, of ook de data van de monetaire unie.”

Een invloedrijke econoom van centrum-links, Mario Baldassari, waarschuwde dat Italië zichzelf een fataal medicijn dreigt toe te dienen juist nu het land er goed voor staat. “Wij zijn het enige land met een gigantisch primair overschot, met uitgaven die lager zijn dan de inkomsten, ook al komen we in de tekorten wegens de hoge rente die we moeten betalen op de opgebouwde schuld”, zei Baldassari. Hoe eerder het land toetreedt tot de Economische en Monetaire Unie, hoe beter, volgens Baldassari, want dan gaan de rentelasten fors omlaag. Hij ziet in de woorden van Romiti een poging de consumptie aan te wakkeren, terwijl de jaren zeventig juist hebben geleerd dat daardoor niet zozeer de produktie stijgt als wel de prijzen.

Van de rechtse oppositie krijgen Veltroni en Romiti alleen maar steun. Woordvoerders van de Nationale Alliantie, de erfgenaam van de neofascisten, wezen erop dat hun partij al een paar jaar hardop pleit voor heronderhandeling van Maastricht.

Oppositieleider Berlusconi, ook op vakantie op Sardinië, reageerde in dezelfde trant. Als suggesties voor eventuele heroverweging van de parameters zei Berlusconi dat de omvang van de staatsschuld minder belangrijk is, gezien het feit dat de Belgische frank betrekkelijk stabiel is hoewel het land de grootste staatsschuld binnen de EU heeft. Hij pleitte er ook voor de nationale spaarquote en het percentage staatsschuld dat in het buitenland uit staat, in aanmerking te nemen. Op deze twee laatste punten scoort Italië zeer goed.

    • Marc Leijendekker