Pop en Italiaanse opera inspireren publiek in Amsterdam Arena tot massale waves; Lawaai overstemt muziek op slotavond Uitmarkt

AMSTERDAM, 26 AUG. De negentiende Uitmarkt in het centrum van Amsterdam heeft ondanks het wisselvallige weer van het afgelopen weekeinde - zon, wolken en een aantal fikse buien - net als vorige jaren naar schatting zeker een half miljoen bezoekers getrokken. Verder was er via de Avro-tv een groot publiek voor onderdelen van de Uitmarkt.

De door Youp van 't Hek gepresenteerde opening werd vrijdagavond bekeken door meer dan een miljoen kijkers, Rouwkost door Toneelgroep Amsterdam trok daarna 324.000 kijkers, waarmee het stuk van Bert Edelenbos onmiddellijk de best bekeken toneelvoorstelling werd.

De Uitmarkt werd gisteravond in de Amsterdam Arena besloten met een groot populair-klassiek concert van het Radio Filharmonisch Orkest, het Groot Omroepkoor en optredens van de violist Maxim Vengerov en de vocalisten Ruth Jacott, Eros Ramazotti en Andrea Bocelli. De sfeer was prima, tijdens een changement waren er massale waves over veld en tribunes, waaraan ook het koor en het orkest enthousiast meededen.

Het concert De overwinning was een combinatie van populaire opera en Italiaanse symfonische pop. Het begon met de ouverture Tannhäuser van Wagner, van wie ook de Walkürenritt werd uitgevoerd. Verdi was present in een koren-medley met delen uit Trovatore, Nabucco en Aida, meegeblazen door 150 amateur-trompetters. Het concert eindigde met een door Chiel Meijering gearrangeerde versie van We are the champions, massaal meegezongen en opgeluisterd met knetterend vuurwerk. Tussendoor klonk nog van verschillende kanten kanongebulder tijdens Tsjaikovski's Ouverture 1812.

Het door dirigent Lawrence Renes met veel flair geleide evenement, voor de helft uitgezonden via de tv, betekende het eerste optreden van een klassiek symfonie-orkest in de Amsterdam Arena, die op de vaste plaatsen 50.000 bezoekers kan bergen. De tribunes waren niet geheel vol, maar vele duizenden stonden op het met plastic platen afgedekte veld onder het dicht geschoven dak. Het orkest zat op een podium dat aan de noordzijde van de Arena was opgetrokken.

De bouwstijl van het decor met de klassieke beelden herinnerde enigszins aan de Romeinse voorganger van de Arena: het Colosseum. Maar het mega-concert had ook een Amsterdamse voorgeschiedenis: op 2 juni 1934 gaven het Concertgebouworkest, het Residentieorkest, vier koren en twaalf solisten een 'monster'-concert in het Olympisch Stadion. Willem Mengelberg dirigeerde zijn Praeludium over het Wilhelmus, Wagners Meistersinger-ouverture en de Negende symfonie van Beethoven, De Haagse dirigent Peter van Anrooy bracht zijn Piet Hein-rapsodie ten gehore.

Destijds was er geen versterking, nu hadden koor- en orkestleden elk een eigen microfoon, via grote mengtafels verbonden met een reusachtige geluidsinstallatie. De technici waren de tel kwijtgeraakt, maar in totaal werd er tussen de 100.000 en 130.000 Watt geproduceerd. Dat resulteerde in het enorme stadion in een denderend volume dat het goed tegen de meeste disco's kon opnemen.

De kwaliteit van het geluid was echter bijzonder teleurstellend. De bassen kwamen dreunend door, het klankbeeld liep vrijwel geheel dicht waardoor de verschillende instrumentengroepen afzonderlijk nauwelijks waren te horen. De hoge tonen klonken vrijwel constant gierend overstuurd. Het ook tijdens de muziek constant roezige publiek zorgde voor een luide basis van ruis. In deze cd-era was de geluidskwaliteit nog minder dan die van het 78-toerentijdperk, toen men op een schellakplaat een hobo nog van een klarinet kon onderscheiden.

Eros Ramazotti en zijn band hadden het minste last van dat probleem - overweldigend keihard is een van de doelen die hij nastreeft. Maar de stem van de blinde tenor Andrea Bocelli kreeg in Puccini's Nessun dorma (sinds het Romeinse wk dè voetbalaria) een onaangenaam harde karakteristiek, nog versterkt door het feit dat de zanger zijn slotnoten zo imponerend lang kon aanhouden. En de Stradivarius van de virtuoze violist Maxim Vengerov kwam in het Rondo capriccioso van Saint-Saëns en Méditation uit Massenets Thaïs alleen maar snerpend door.

Puur klassiek-muzikaal en artistiek gezien was dit mega-evenement een giga-mislukking. Op het slagveld van de Arena won het lawaai van de muziek. Dat roept de vraag op of het wel mogelijk is in een stadion recht te doen aan de spelkwaliteiten van een symfonie-orkest. Met de huidige stand der geluidstechniek bleek het nu in ieder geval niet mogelijk om in redelijkheid een nagalm van negen seconden te overwinnen - in een reguliere concertzaal is dat twee seconden.

Tina Turner zal er tijdens haar komende Arena-optredens geen last van hebben. Maar er is geen reden om, als de omstandigheden niet verbeteren, bij voorbaat te juichen over plannen om hier volgend jaar Verdi's Nabucco uit te voeren en het Koninklijk Concertgebouworkest te laten optreden.

Dat wil niet zeggen dat grootschalige klassieke evenementen onmogelijk zijn. De tijdens vroegere Uitmarkten veel decenter versterkte Museumpleinconcerten van het Concertgebouworkest hadden zeker artistiek belang, net als de inmiddels afgeschafte Rai-concerten en de opera-uitvoeringen in de Rotterdamse Ahoy'. In de antieke Arena van Verona blijkt het al sinds 1913 mogelijk om voor 20.000 liefhebbers onversterkt opera te brengen. Maar daar komt het publiek ook om ècht te genieten en is men tijdens de muziek muisstil.