Onttakeling Rotterdamse Hef gevoelig verfilmd

Dokument: De Brugwachter, Ned.1, 22.48u.

Als Arie de Weerd, de laatste brugwachter van de Hef in Rotterdam, gaat zitten in zijn brugwachtershuis, zal hij nooit zijn elleboog stoten aan een raamkozijn. In de zevenëntwintig jaar dat hij brugwachter is geweest, heeft hij de kleine ruimte waarin hij zijn werk doet blindelings leren kennen. De sleutel die hij moet omdraaien voor hij met zijn werk kan beginnen moet halverwege de draai een klein obstakel nemen. Een leek zou er minutenlang mee staan te prutsen, maar De Weerd neemt de hindernis vlekkeloos. “Dit is mijn huis”, zegt hij. “Ik ben aan de brug gebakken. Buitenstaanders begrijpen dat niet.”

De kracht van De Brugwachter, een documentaire over het laatste jaar dat de Hefbrug Koningshaven over de Nieuwe Maas in werking was, is de aandacht voor het detail. De stalen rails die bij het sluiten van de brug weer op zijn plaats schuift, het koffiekopje dat meetrilt als er een trein over de brug rijdt, de hefbomen en drukmeters in de controlekamer. De camera neemt er rustig de tijd voor.

Het jaar verglijdt in het brugwachtershok. Hier en daar zet regisseur Dick Rijneke dat nogal stevig aan. Het lijkt alsof Arie wel twintig kalenders heeft hangen, waar hij dwangmatig blaadjes vanaf staat te trekken. Zo zijn er meer knulligheidjes, maar ze worden in evenwicht gehouden door de kleine vondsten, die zo mooi zijn dat het zonde is ze te noemen.

Ondanks zijn bescheiden opzet is De Brugwachter een monument voor een verdwijnend tijdperk. Wat aarzelender, maar toch, een tegenhanger voor de beroemde film van Joris Yvens over de toen gloednieuwe Hef uit 1928, die het begin van de mechanische tijd markeert. Yvens maakt van de spoorbrug een stalen feest van menselijk vernuft, een ode aan de negentiende-eeuwse industriële revolutie, een droom van vooruitgang.

In De Brugwachter volgt de neergang. De Weerd vertelt dat de brug in 1978 voor het laatst is geverfd. In een bizar gesprek met een van zijn vroegere collega's neemt De Weerd een hele rij dode medewerkers van de Nederlandse Spoorwegen door. Hij kijkt toe hoe aan het eind van zijn diensttijd 'zijn' spoorbrug wordt onttakeld. Wat hij straks met zijn vrije tijd zal gaan doen, weet hij niet. Hij heeft geen hobbies, zegt hij. Een hele generatie vakmensen heeft hetzelfde meegemaakt.

De Hef staat nu, twee jaar nadat De Brugwachter er werd opgenomen, nutteloos te wezen over de nieuwe Maas. De toegangswegen zijn verdwenen, de brug hangt halverwege haar natuurlijke beweging potsierlijk in de lucht. Toch is de Hef niet afgeschreven. Alle bewegende delen werken nog en worden onderhouden. Over drie weken wordt de brug voorgedragen voor de status van Rijksmonument. Ter gelegenheid daarvan is de brug opnieuw geverfd, in de officiële NS-kleur: IJzerglimmer. De Hef is een lijk in een showpak.