Met harde sancties moet je voorzichtig zijn

Op 1 augustus is de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid in werking getreden. Deze wet schrijft een zeer stringent en dwingend sanctiebeleid voor op overtreding van de sociale-zekerheidswetten. Het is de bedoeling korte metten te maken met het op zeer grote schaal voorkomende misbruik en oneigenlijk gebruik van deze wetten. Dit misbruik is terecht een doorn in het oog van de overheid.

De nieuwe wet legt de uitvoeringsorganen van de verschillende sociale-zekerheidswetten de verplichting op overtredingen te bestraffen en beperkt het aantal strafmogelijkheden tot slechts enkele allerminst milde straffen. Genuanceerd straffen is niet meer mogelijk. De bevoegdheid van uitvoeringsorganen om van bestraffing af te zien is afgeschaft. Er treedt een duidelijke verharding in.

Zwart werken naast een uitkering is een structureel en zeer ernstig probleem van onze samenleving. Het komt voor op een schaal die zo abnormaal groot is, dat dit wellicht meer te denken zou moeten geven over de juistheid van ons systeem van sociale zekerheid dan over de gemiddelde moraliteit van zwart werkende uitkeringstrekkers. Zijn dit allemaal kwalijke, parasiterende profiteurs of is er iets anders aan de hand?

Ik denk dat dit laatste het geval is. De bijstandsmoeder, die als werkster gaat bijverdienen, doet dit niet uit weelde en om misbruik te maken van de Algemene Bijstandswet, maar om verlichting te brengen in haar financieel benarde situatie. De WAO'er die uit klussen gaat, doet dit in de regel omdat hij zich geen non-valeur wil voelen en wil tonen dat hij nog wat waard is. Wellicht daardoor verrichten deze mensen maar al te vaak hun werk nogal eens met grotere inzet en enthousiasme dan hun wit werkende collega's in loondienst. Veel particulieren schakelen liever hun vertrouwde klusjesman in dan een anoniem bedrijf.

Ik durf te veronderstellen dat meestal bij zwart werken naast een uitkering meer positieve impulsen een rol hebben gespeeld dan negatieve. Ik denk dat slechts in een kleine minderheid van de gevallen sprake is van een bewuste profiteursmentaliteit.

De werkelijke oorzaak van het probleem van het misbruik en oneigenlijk gebruik van sociale uitkeringen ligt niet in een gebrek aan moraliteit van de uitkeringstrekkenden, maar in de extreme onvriendelijkheid van de sociale-zekerheidswetgeving voor uitkeringstrekkenden om (weer) in te treden in het arbeidsproces. In de regel hebben uitkeringstrekkenden grote behoefte hun (resterende) creatieve krachten in te zetten om verbetering te brengen in hun financiële situatie of om uit hun maatschappelijke isolement te geraken.

Ons systeem van sociale-zekerheidswetten maakt pogingen tot herintreden in het arbeidsproces tot een ronduit hachelijke onderneming als de uitkeringstrekkende dit officieel meldt. Daardoor is een bijna onoverbrugbare kloof ontstaan tussen de wereld van de werkenden en die van niet-werkende uitkeringsafhankelijken. Zodra iemand uitkeringsafhankelijk wordt, dreigt hij in een wereld te worden gestort waar bijna niet meer uit te komen valt.

Het structurele probleem van het misbruik en oneigenlijk gebruik van sociale-zekerheidswetten vindt zijn oorzaak in het bestaan van deze kloof, die in ons huidige wettelijk systeem besloten ligt.

Uitkeringstrekkenden verkeren in een maatschappelijk zwakkere positie. Daarom zou de wet het voor hen optimaal aantrekkelijk moeten maken weer aan het arbeidsproces te gaan deelnemen, in plaats van die weg vol te plaatsen met barrières en bedreigingen. De wettelijke positie voor uitkeringstrekkenden om in het arbeidsproces in te treden vraagt om fundamentele herbezinning.

Volgens het thans geldende wettelijk systeem worden inkomsten voor de volle honderd procent gekort op de sociale-zekerheidsuitkering. Dit systeem is dodelijk voor ieder initiatief tot herintreding. Als een bijstandsmoeder een dag per week uit werken gaat om iets meer voor haar en haar kinderen ter beschikking te hebben behoort haar uitkering met niet meer te worden gekort dan 25 procent of maximaal de helft van wat zij verdient. Voor de WAO'er en de (langdurig) werkloze die stap voor stap weer mogelijkheden beginnen te zien tot herintreden, dient mijns inziens zonder meer hetzelfde te gelden.

Het gaat hier om een structureel maatschappelijk probleem. Net als ten aanzien van abortus, euthanasie en hulp bij zelfdoding is sprake van een wettelijk systeem, dat niet meer voldoet aan de eisen van de tijd. In dergelijke situaties is het principieel onjuist de verouderde wet krampachtig te handhaven door de sancties op wetsontduiking te verscherpen. Dat kan hooguit op korte termijn tot een beperkt schijnsucces leiden. Op langere termijn biedt deze aanpak geen soelaas en niemand zal het als bevredigend ervaren dat sancties noodzakelijkerwijs moeten worden verzwaard.

Als wetten goed in elkaar zitten en functioneel zijn, zullen mensen in beginsel geneigd zijn deze na te leven. Sociale-zekerheidswetgeving heeft bij uitstek zo'n functioneel karakter en dient in zijn uitwerking dan ook optimaal functioneel te zijn.

Mensen zijn er in de regel niet op uit om wetten te misbruiken. Dit is een principe waar de wetgever van uit mag gaan en behoort te gaan. Dit heeft te maken met respect, dat de wetgever dient te hebben voor de onderdanen. Een sanctiewet als de onderhavige getuigt helaas niet van dit respect. De overheid geeft hiermee te kennen de duidelijke boodschap van de Nederlandse onderdanen dat het wettelijke systeem niet meer aan de eisen van de huidige tijd voldoet, te negeren. Dat is te betreuren. De overheid bewijst zichzelf met de sanctiewet een slechte dienst, want: “Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten.”

Veranderingen in de sociale-verzekeringswetgeving lijken de laatste jaren hoofdzakelijk te zijn ingegeven door de wens het gebruik ervan te minimaliseren en minder juist gebruik af te straffen, in plaats van door de behoefte de wetgeving beter en effectiever aan haar doel te doen beantwoorden. De indruk wordt daarbij nogal eens gewekt dat misbruik en onjuist gebruik meer regel zou zijn dan uitzondering. De wetgever getuigt daarmee van weinig vertrouwen in de burger. Dat stemt tot zorg.

De huidige fout van de wetgever op het gebied van de sociale zekerheid staat niet op zichzelf. Nog maar kort geleden moest de bonus/malusregeling van de WAO het loodje leggen. De veel te snel en onbezonnen doorgevoerde privatisering van de Ziektewet zal naar mijn verwachting in de niet ver voor ons gelegen toekomst nog tot forse problemen aanleiding geven. Met de malusregeling en de privatisering van de Ziektewet werd de verantwoordelijkheid voor de arbeidsongeschiktheid van de werknemer bij de werkgever gelegd in plaats van bij de werknemer zelf.

Het kan nooit goed uitpakken als een ander verantwoordelijk wordt gesteld voor de risico's van de een. Verantwoordelijkheden dienen op de juiste plaats en bij de juiste persoon te worden neergelegd. Zo zou men wellicht thans kunnen stellen dat positieve initiatieven van uitkeringstrekkenden om weer aan het arbeidsproces deel te nemen niet mogen worden afgestraft totdat de wetgever gezorgd heeft voor een gezond stelsel van barrièrevrije herintredingsmogelijkheden. Ook ten aanzien van euthanasie en hulp bij zelfdoding zien wij dat de rechter nauwelijks geneigd is straffen op te leggen. De rechter geeft daarmee ruimte aan de maatschappelijke ontwikkelingen. Een dergelijke milde benadering lijkt thans, de nieuwe sanctiewet ten spijt, eveneens geboden ten aanzien van zo veel voorkomende naar de letter van de wet minder juiste gebruik van de sociale-zekerheidswetten.

Wetten, die alleen harde sancties kennen, behoren zeer omzichtig en zorgzaam te worden toegepast. De nieuwe wet legt dan ook een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de uitvoeringsorganen van de sociale-zekerheidswetten en van de beroepsrechter. Er zal voor gewaakt moeten worden dat de zware wettelijke sancties in individuele gevallen niet onevenredig zwaar zullen uitpakken. Het tot stand komen van deze sanctiewet en het verdwijnen van de mogelijkheid genuanceerd sancties op te leggen is daarom te betreuren.

    • A.F. de Savornin Lohman