Koningshuis beperkt het jagen bij Het Loo

DEN HAAG, 26 AUG. De leden van de koninklijke familie zullen minder gaan jagen in de koninklijke domeinen van paleis Het Loo in Apeldoorn. Professionele jagers zullen honderden herten en zwijnen afschieten om het 'natuurlijke evenwicht' van de wildstand te herstellen. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) houdt dit echter niet in dat de leden van het koninklijk huis helemaal stoppen met jagen.

De jacht van de leden van de koninklijke familie is de laatste tijd onderhevig geweest aan kritiek van actiegroepen. Volgens Kritisch Faunabeheer zijn op de terreinen van Het Loo zwijnen bijgevoerd om de wildstand kunstmatig hoog te houden. Het jagen op wilde zwijnen is sinds 1977 verboden, tenzij sprake is van een grote overpopulatie of wanneer schade aan natuur of landbouw wordt aangericht. Volgens Kritisch Faunabeheer zijn prins Bernhard, Pieter van Vollenhoven en prins Willem-Alexander de jagers van de koninklijke familie.

Het bijvoeren van de dieren zal nu op de terreinen rondom paleis Het Loo worden gestopt en de wildstand zal tot een normaal niveau worden teruggebracht. Volgens Kritisch Faunabeheer zal dat moeten betekenen dat leden van de koninklijke familie dan niet meer zullen jagen. “We zullen af moeten wachten wat er daadwerkelijk gebeurt. Als blijkt dat alleen de term 'plezierjacht' wordt vervangen door 'beheersjacht' verandert er niets. Een beheersjacht zoals die nu plaats gaat hebben kan alleen door professionele jagers worden uitgevoerd. Als de koninklijke familie toch blijft jagen, zullen wij onze acties doorzetten”, aldus een woordvoerder.

Volgens de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV) wordt er in Nederland niet aan 'plezierjacht' gedaan. “Plezierjachten liggen in het water. Voor de lol jagen is volstrekte onzin. Er wordt gejaagd om schade aan de natuur te voorkomen, maar wat er rondom Het Loo gebeurt weten wij niet”, aldus de KNJV.

De laatste twee jaar zijn in het gebied ruim zeshonderd zwijnen afgeschoten, meer dan tweehonderd herten en ongeveer honderd reeën.