Iedereen kiest pro-Syrisch in N-Libanon

Niet bekend

TRIPOLI, 26 AUG. In het noorden van Libanon stemmen de mensen in hoofdzaak volgens de persoonlijke relaties die zij hebben met de 'zaïms', de traditionele chefs of clanhoofden, en daarnaast een beetje vanuit hun politieke overtuiging. Zo vat Joseph Wehbeh, een 42-jarige journalist bij Al-Insha, een 'onafhankelijke' lokale krant uit de havenstad Tripoli, de Noordlibanese politieke traditie samen.

Zelf heeft hij gestemd op ex-premier Omar Karami, een sunniet die in Tripoli de sterkste lijst aanvoert samen met de kleinzoon van ex-president Suleyman Franjieh, Suleyman 'Tony' Franjieh. Zowel Omar Karami als Franjieh staan kritisch tegenover de regering van de huidige premier Hariri, maar zijn net als de regeringskandidaten trouwe bondgenoten van Syrië. Bij de vorige verkiezingen, in 1992, wonnen ze 25 van de 28 zetels. Dit keer zouden ze enige zetels kunnen verliezen aan de neef van Omar Karami, Ahmed Karami, die de tweede, zo mogelijk nog duidelijker pro-Syrische lijst trekt.

Joseph Wehbeh heeft op Omar gestemd “om Ahmed te dwarsbomen. Omar is een grote chef, met een goede relatie met de Syriërs, terwijl Ahmed voor honderd procent aan Syrië verkocht is; hij is gewoon een Syrisch agent. Het erge is dat veel Libanezen daar zelfs helemaal geen been meer in zien”, zucht Joseph.

De circa 580.000 stemgerechtigden in Noord-Libanon stemmen voor 28 zetels van het in totaal 128 zetels tellende parlement. In Libanon zijn de parlementszetels verdeeld tussen moslims en christenen. In Noord-Libanon staat al van tevoren vast dat elf zetels naar de sunnitische moslims gaan, twee zetels naar de alawitische minderheid en vijftien naar de christenen. De vraag is alleen welke kandidaten die zetels zullen bezetten, met name of ze voor of tegen de pro-Syrische regering van premier Hariri zijn. Meer dan 130 kandidaten dingen mee, verdeeld over vijf lijsten. Maar nu al staat vast dat de uitslag volkomen in het voordeel pro-Syrische kandidaten zal uitvallen: vrijwel alle kandidaten zijn bondgenoten van Syrië.

De oppositie beschuldigt de regering-Hariri van massale verkiezingsfraude, intimidatie van kandidaten en kiezers en machtsmisbruik. Zodra de stembureaus dicht waren verscheen Omar Karami op de Libanese tv met nieuw bewijs voor verkiezingsfraude. De camera zoomde in op enkele stembiljetten waarop naast de handtekening van de voorzitter van een kiesbureau ook het officiële stempel van het ministerie van Binnenlandse Zaken prijkte. De betrokken kiezer was ogenschijnlijk in Tripoli gaan stemmen op een door Hariri gesteunde kandidaat, maar hij bevond zich in werkelijkheid in de Verenigde Staten. Bij het sluiten van de stembussen bedroeg de opkomst volgens de regering 50 procent.

In de eerste ronde van de verkiezingen in de overwegend christelijke provincie Mont Liban, vorige week zondag, legden bijna alle kandidaten van de christelijke oppositie het af tegen kandidaten die door de regering en door Syrië - dat met circa 40.000 troepen een doorslaggevende invloed in Libanon uitoefent - werden gesteund. Ook de pro-Iraanse shi'itische oppositie, Hezbollah, kreeg onverwachts een koude douche. Haar vertegenwoordiger verloor van een kandidaat die de steun had van de regering en van de pro-Syrische, shi'itische Amal-beweging van parlementsvoorzitter Nabih Berri.

In Noord-Libanon staan alleen op lijst drie een paar kandidaten die zich tegen de Syrische invloed in de Libanese politiek verzetten. Een van hen is de maronitische christen Boutros Harb. Hij ontvangt zijn aanhangers in een grote tent voor zijn huis in Tanourine. Volgens hem wil Hariri deze keer afrekenen met de traditionele politieke zwaargewichten uit deze provincie en het politieke spel helemaal naar zijn hand zetten.

Harb meent dat de grote 'zaïms' voor Hariri niet de grootste zorg zijn. “Die zogenoemde rivalen van de premier zijn 'gelegenheidsopposanten'. Ze hebben een paar specifieke eisen en kunnen snel tevreden worden gesteld. Wat Hariri echt stoort is oppositie die ontsluiert hoe de principes van ons democratisch systeem worden verkracht.” Tot deze oppositie rekent Harb zichzelf. “De mensen weten dat ik een van die mensen ben die 'persona non grata' is voor de machthebbers. Ik krijg nu een steun en sympathie van mensen die ik nooit heb gekend. De mensen willen revanche voor hun verloren vrijheid. Vier jaar lang is de toestand verziekt. Onze nationale soevereiniteit is helemaal verdwenen. De Syrische aanwezigheid is zo sterk in de Libanese politiek dat beslissingen niet meer in Libanon worden genomen.”

Komende zondag gaat Beiroet naar de stembus, een week later Zuid-Libanon en ten slotte op 15 september de Beka'a vallei. In de laatste twee gebieden heeft de pro-Iraanse Hezbollah haar bolwerken.