Gejammer van voetbaltrainers is alledaags

ENSCHEDE, 26 AUG. Mopperen, somberen en zeuren kunnen ze, die voetbaltrainers. Het ene trainersgezicht staat nog chagrijniger dan het andere. Altijd is er wat te klagen, altijd ligt de schuld elders: bij de tegenstander, bij de scheidsrechter, het weer, de blessures of het gras. Er zijn trainers die na een nederlaag al wagen te spreken over een drama. Kunnen we hen eigenlijk nog serieus nemen, de mannen die na een wedstrijd die niet is gewonnen, doen of de wereld op het punt staat te vergaan?

Wordt er in het Diekman-stadion van Enschede een leuke wedstrijd gespeeld, waarin beide partijen loon naar werken (1-1) krijgen, wordt er na afloop geklaagd. Tal van verontschuldigingen worden ter analyse aangevoerd en iedereen die de klaagzang heeft aangehoord gaat naar huis en moppert, sombert en zeurt thuis tegen zijn vrouw en kinderen dat 'het weer niks was'. Want de trainer zei het zelf.

Vreemd eigenlijk, al die problemen met elftallen die nog niet zijn ingespeeld, die problemen met blessures, überhaupt die problemen. De heren voetballers en trainers zijn duurbetaalde professionals, uitverkoren mensen die beter voetballen dan de gemiddelde man en nog schijnt het aan tijd te hebben ontbroken om zich goed voor te bereiden op een competitie.

In Enschede hielden de respectievelijke trainers Stevens van Roda JC en Meyer van FC Twente zich nog redelijk beperkt met hun verontschuldigingen. In tegenstelling tot wat elders op de velden werd gemekkerd. Zet de radio op zondagmiddag maar eens aan, kijk 's avonds eens televisie, lees maandagochtend de sportpagina's en er is veel leed in de voetbalwereld.

Wat Stevens en Meyer toonden aan analytisch vermogen was niet eens zo verwerpelijk, maar wel was er dat trendy toontje om altijd maar naar negatieve zaken te verwijzen wanneer niet is gewonnen. Waarom niet: we zijn blij met een punt, we hebben er hard voor gestreden en het was een leuke middag, dit geeft ons moed?

Natuurlijk konden Roda en Twente niet in hun sterkste opstelling verschijnen. Het is begrijpelijk dat er een speler wel eens last heeft van een onwillig spiertje, van psychische problemen en dat er wel eens iemand is geschorst. Maar dat neemt niet weg dat, voor slechts 7.000 toeschouwers, een leuke wedstrijd werd gespeeld.

Twee gelijkwaardige ploegen, wat wil de toeschouwer nog meer? Veel technisch begaafde spelers, veel (gemiste) kansen en een droomdoelpunt. Want het schot van veertig meter waarmee Roda-verdediger Roelofsen (die eigenlijk een spits is) doel trof, was van grote schoonheid. Strak en hard vloog de bal in de 28ste minuut richting Twente-doel, waar doelman Boschker volkomen werd verrast, mede omdat de bal even op het gras opstuitte. De doelman onachtzaamheid verwijten is te gemakkelijk en doet af aan de trefzekerheid van Roelofsen.

Mooi was ook de kopbal waarmee verdediger Hoogma twee minuten later Twente op gelijke hoogte bracht. Doelman Hesp dook nog naar de bovenhoek, maar kwam een handlengte te kort om de bal te stoppen. Het zou bij 1-1 blijven, maar met iets meer geluk zou een van beide partijen hebben gewonnen. Vooral Twente was dichtbij een treffer door toedoen van de kopgrage Bosman. De spits die bij Ajax, PSV en Anderlecht menigmaal scoorde, toonde zich een geduchte versterking voor Twente en hij was met de beweeglijke Ten Caat, de balvaardige Bosvelt en de onvermoeibare Schotse back McKinnon de opvallendste speler aan Enschedese kant.

FC Twente heeft aan daadkracht gewonnen. Doorgaans beschikt de ploeg uit Enschede over technisch vaardige spelers, maar blijft agressie en werklust achterwege. Mogelijk dat de Duitse trainer Meyer zijn invloed heeft laten gelden en speelt Twente daarom spectaculairder voetbal. Roda speelt onder trainer Stevens als vanouds sterk en temporijk en heeft met de Belgen Van Houdt, Vanderheyden en Martens een paar leuke spelers erbij gekregen. Zowel Twente als Roda is een kanshebber voor een plaats bij de eerste vier en dat weten de trainers ook wel.

Het was gisteren dan ook niet nodig te zoeken naar verontschuldigen over een gebrek aan geluk, een lange blessurelijst en wie weet wat meer. Het idee leeft dat voetbaltrainers bang zijn toe te geven dat zij niet goed genoeg zijn om een succesvol elftal te garanderen. Want het zal maar de schuld van de trainer zijn dat er niet wordt gewonnen. Dan is hij namelijk zijn leven niet zeker. Vandaar dat ze mopperen, somberen, zeuren en spreken over een nederlaag alsof het een tragedie is.