Franse plattelandsbeestjes

Volle zomer. Kraaien pesten de cirkelende buizerd, valken verjagen de buizerd, wie is er eigenlijk bang voor een buizerd ? Geen wonder dat hij in arren moede op de schuur gaat zitten, beschutting zoekend voor al die scheldpartijen. Maar waarachtig, een laag oversnorrende wielewaal bezorgt hem de kriebels, en hij kiest maar weer het luchtruim.

“Volgend jaar ben je groot”, roep ik hem na, “dan vlieg je ze er allemaal uit!” Vogels, overal vogels. Puttertjes en mussen pikken de mortel uit de muur, tapuitjes en klauwieren jagen rond de heg, en om half elf 's avonds vliegt de kerkuil op uit de linde, maakt een rondje boven ons huis, en zet koers naar zijn jachtvelden. Later in de nacht komt hij thuis souperen. We worden wakker van zijn 'stappen', of van een steentje dat op de zoldering rolt. De volgende dag kunnen we zijn bezoek vaststellen aan de hand van drek en uileballen op de vloer. We leven er graag mee.

Maar vogels zijn niet de enige gasten op het erf. Als je 's avonds langs de bramen loopt, vol diepe gedachten opkijkend naar de stralende sterren, kan het zijn dat je de stuipen op het lijf gejaagd worden door een krijsende eikelmuis, of dat een zwaar ronkend 'vliegend hert', een tor van gewicht mag je wel zeggen, opeens vlak over je hoofd scheert. Anders doen de vleermuizen het wel. En altijd schiet er iets weg in het hoge gras: een hagedis, een slang... Ook daaraan valt te wennen, en van te genieten, als je een zekere oplettendheid bewaart bij het gaan en staan. Maar er zijn ook beestjes, en die zijn met hun allermeest, die niet te ontlopen zijn, die overal zijn, of je volgen of afwachten, tot in je bed. De vliegen vooral - want waar koeien en geiten, daar vliegen - bezorgen je een gevoel van opgejaagdheid met hun alomtegenwoordig gevlieg, geloop, gezoem, en, jawel, gesteek. Niet allemaal, niet altijd, maar wie behalve een entomoloog maakt er onderscheid tussen vliegen? Zelfs met de grote spinnen in huis hebben we vrede gesloten vanwege hun verdienstelijke maar onvoldoende jacht op de vliegen. En dan de vliegende mieren, de wespen, en last but not least, de 'frelon', de 'hoornaar' in een Nederlands dat definitief tot de Jac.P. Thijsse-albums behoort. De drie centimeter grote wesp patrouilleert met een vervaarlijk geluid langs onze oude muren. Alle natuurgidsen vertellen hoe een wonderlijk en nuttig dier het is, maar de Larousse waarschuwt dat de steek pijnlijk is, en de niet-encyclopedisch onderlegde Franse vrezen de 'frelon' als de baarlijke duivel. Ons oude huis is maar slecht bestand tegen de invasie van kruipende, schuifelende en vliegende beesten die profiteren van de voegen en groeven in het metselwerk, de oude balken en vloeren, en de rustieke vensters. De kokette Franse villaatjes daarentegen, die als kleurige puddinkjes over het land zijn gestrooid, wapenen zich tegen dit gespuis met grindvlaktes, veranda's, portalen en 'abris', meestal van goedsluitende deuren en luiken voorzien. Al die ruimtes zijn geplaveid en uitgerust met roosters en matten. En ook het binnen dat aan buiten grenst, de entrées bij de openslaande deuren bijvoorbeeld, is een niemandsland dat zich makkelijk laat inspecteren en reinigen. Bezem en mop zijn altijd binnen handbereik. Wee de knagende of stekende onverlaat die zich niet laat afschrikken door die fortificaties: hun wacht een vreselijke dood in een 'produit', of een kunstige val, ontworpen door het onuitputtelijk genie van de Franse ongediertenbestrijding. De supermarkten hebben schappen vol giftige pakken, spuitbussen en stiften die de onmiddellijke vernietiging beloven van kraaien en eksters, mollen en muizen, mieren, vliegen en wespen. 'Souricide foudroyant', de bliksemende muizendood, staat schouder aan schouder met 'force de frappe anti-taupe', de algehele mobilisatie tegen de mol. Op de produkten staan komische plaatjes van ratten die op brancards worden afgevoerd.

En als je 's ochtends de balans opmaakt van alle rode bulten, en van de doorwaakte uren die je op het gemene gezoem lag te wachten, is de verleiding groot om zo'n prachtige koperen tank te kopen, vol te gieten met insecticide, op je rug te gespen en rond te gaan als de Terminator. Maar dan zie je in een graspol voor de deur een raar propje uit een hoorntje schuiven, frommelige vlerkjes ontvouwen zich tot gele vleugels met een zwart toetsenbord erop, en een koninginnepage is geboren. Drie kwartier houdt de jonge vlinder zijn trillende vleugels in de wind, vastgeklemd aan een grasspriet, en dan vliegt hij op alsof hij nooit anders heeft gedaan. Ik ga weer naar binnen, sluit de deuren, en begin maar eens met vegen en dweilen. Dat moet toch ook helpen.