Doodstraf voormalige president Zuid-Korea

SEOUL, 26 AUG. Een Zuidkoreaanse rechtbank heeft vandaag oud-president Chun Doo Hwan ter dood veroordeeld wegens zijn verantwoordelijkheid voor een militaire staatsgreep in 1979. Zijn opvolger, Roh Tae Woo, werd wegens medeplichtigheid veroordeeld tot 22,5 jaar gevangenisstraf.

De twee mannen werden ook schuldig bevonden aan het aannemen van steekpenningen van het Zuidkoreaanse bedrijfsleven tijdens hun regeerperiodes. Chun (64) en Roh (63) kregen daarvoor boetes van respectievelijk 225,9 miljard won (452 miljoen gulden) en 283,8 miljard won (568 miljoen gulden), gelijk aan de bedragen die zij in hun zak zouden hebben gestoken.

De rechtbank deed verder uitspraak in de strafzaken tegen veertien voormalige militaire medewerkers van Chun en Roh. Een van hen werd vrijgesproken, de anderen kregen wegens hun betrokkenheid bij de staatsgreep gevangenisstraffen tussen de vier en tien jaar.

Negen zakenlieden, onder wie twee topfunctionarissen van Samsung en Daewoo, werden veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens omkoping van de twee ex-presidenten.

Negen voormalige medewerkers, ministers, bodyguards en andere regeringsfunctionarissen werden veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens verscheidene vormen van corruptie.

Het vonnis tegen Chun kwam overeen met de eis van de aanklager. Roh kreeg echter minder dan de geëiste levenslange gevangenisstraf. Verwacht wordt dat de twee voormalige presidenten in beroep gaan tegen hun veroordeling.

Pagina 4: Doodstraf Z-Korea zelden voltrokken

De driekoppige districtsrechtbank in de hoofdstad, Seoul, zei dat Chuns machtsovername “niet kan worden gerechtvaardigd, omdat deze was verkregen door illegale middelen die enorme schade toebrachten aan de bevolking”. Chun en Roh toonden geen berouw over hun daden. Volgens de voormalige generaals was de staatsgreep noodzakelijk om, na de moord op president Park Chun-hee, chaos in het land te voorkomen.

De rechtbank stelde Chun ook verantwoordelijk voor het laten neerslaan van een pro-democratiseringsopstand in 1980 in de zuidelijke stad Kwangju, maar achtte hem niet schuldig aan het bloedbad dat het leger daar aanrichtte.

Volgens de officiële Zuidkoreaanse tellingen kwamen in Kwangju ongeveer tweehonderd mensen om het leven. Volgens inwoners van Kwangju ligt het werkelijke aantal doden veel hoger.

Ook als het Hooggerechtshof de straffen bevestigt, is het nog niet zeker dat Chun wordt terechtgesteld. Zuidkoreaanse media wijzen op het feit dat de doodstraf in Zuid-Korea nog maar zelden wordt voltrokken. Veel Zuidkoreanen zijn er bovendien van overtuigd dat dat de huidige president, Kim Young Sam, Chun gratie zal verlenen.

De rechtbank verklaarde dat Roh niet, net als Chun, was veroordeeld tot de doodstraf, omdat hij in 1991 voor Zuid-Korea had bemiddeld bij het verkrijgen van het lidmaatschap van de Verenigde Naties.

Buiten de rechtszaal kwam het tot emotionele taferelen. Vrouwelijke familieleden van slachtoffers van het bloedbad in Kwangju vielen een zoon van Roh aan en schreeuwden: “Doodt de moordenaarszoon!” Sommigen barstten in tranen uit toen ze hoorden dat Roh niet de hoogst mogelijke straf had gekregen. (Reuter)