'Al m'n vrije tijd zit in m'n cluppie'

Bij mijn eerste bezoekjes aan Trekvogels lag ik in de kinderwagen. M'n vader, broer en zus korfbalden bij de club. Het lag dus voor de hand dat ook ik bij Trekvogels ging korfballen. In 1942 werd ik lid.

Ik heb nooit op een andere sport gezeten. Als kind heb ik natuurlijk wel op straat gevoetbald. Leuk als tijdverdrijf, maar niet als serieuze sportbeoefening. Dat was voor mij korfbal. Voor m'n vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt gold hetzelfde, die zaten ook allemaal op Trekvogels. We gingen altijd gezamenlijk naar de club, dat was een wandelingetje van een minuut of vijftien.

Ik heb zelf gespeeld tot 1972. Van 1949 tot 1966 zat ik in het eerste. We speelden vrij hoog, een paar jaar zelfs in de op een na hoogste klasse van Nederland. Ik ben ook een aantal jaren trainer van het eerste geweest. Uit die periode stamt mijn dierbaarste herinnering: de promotie naar de hoofdklasse. Mooi dat ik daar m'n steentje aan heb kunnen bijdragen. Dat vind ik zelfs nog mooier dan m'n erelidmaatschap.

Ik kan me geen leven zonder Trekvogels voorstellen. Ik ben altijd zo bij de club betrokken geweest. Ik zat in het bestuur, deed het secretariaat en organiseerde ook regelmatig uitstapjes voor de kinderen. Een dagje Kaatsheuvel bijvoorbeeld. Eigenlijk heeft al m'n vrije tijd altijd in m'n cluppie gezeten.

Dat is nog steeds zo. Ik organiseer de klaverjascompetitie en maak om de week het clubblad. Ik krijg alle kopij binnen en maak er tekeningen bij of zoek er leuke plaatjes bij. Op m'n hobbykamer heb ik nog alle nummers sinds 1950. M'n vrouw - ik heb haar op de club leren kennen - doet ook van alles voor Trekvogels. Dat is maar goed ook, want anders zouden we elkaar nooit zien.