Aanhoudingen in voorkenniszaak

ROTTERDAM, 26 AUG. Justitie heeft vanmorgen in Amsterdam twee personen aangehouden op verdenking van handel met misbruik van voorwetenschap in aandelen van dranken- en voedingsconcern BolsWessanen. Hun namen zijn niet vrijgegeven.

Volgens BolsWessanen zijn de twee verdachten niet verbonden aan het bedrijf. De Optiebeurs, die een jaar geleden na eigen onderzoek naar handel met voorkennis bij BolsWessanen aangifte deed bij het Openbaar Ministerie in Amsterdam, wil niet op de zaak ingaan.

De woordvoerder van de Amsterdamse Effectenbeurs wist vanochtend niets van de aanhoudingen. Ook in kringen van advocaten die zich hebben gespecialiseerd in affaires rondom handel met voorkennis was vanochtend weinig bekend over de zaak.

Met de aanhouding van de twee verdachten zet Justitie opnieuw een stap in de strijd tegen beurscriminaliteit. Amper twee maanden geleden had ook al de aanhouding plaats van drie mensen die werden verdacht van misbruik van voorwetenschap bij effectenhandel, in dat geval in aandelen van verenfabrikant Weweler. Het betrof de nu teruggetreden president-commissaris en twee familieleden, die zich - vroegtijdig op de hoogte van een meevaller die de koers van Weweler zou opdrijven - eind 1993 voor 30.000 gulden zouden hebben verrijkt.

De eerste tekenen dat er iets 'mis' was met de handel in BolsWessanen dateren al van 3 juli vorig jaar, toen daags voor publikatie van een nieuwe, 20 procent lagere winstprognose door het fonds sprake was van een ongewoon levendige handel in put-opties BolsWessanen. Waar gewoonlijk slechts enkele tientallen contracten per dag in BolsWessanen werden afgesloten, kwam het totaal die dag op ruim 3700, waarvan bijna 3600 'puts'. Een belegger die put-opties koopt speculeert op een daling van de koers. Die deed zich ook inderdaad voor. Met een relatief geringe investering kan de belegger die de juiste opties heeft gekocht snel een forse winst maken.

Het controlebureau van de Optiebeurs ging naar aanleiding van de ongewoon grote omzetten over tot nader onderzoek. Uitgezocht werd wie de bewuste transacties hadden gedaan. Bij BolsWessanen ging het bureau na wie kennis droegen van de winstwaarschuwing en hoe informatie had kunnen uitlekken. Het bedrijf werkte graag mee, aldus de financieel directeur. Een beursgenoteerde onderneming kan het zich immers niet permitteren het vertrouwen van de beleggers te verspelen door cruciale informatie ongecontroleerd uit handen te geven.

Dat de Optiebeurs in september 1995 bij de officier van justitie in Amsterdam aangifte deed inzake handel met voorkennis in opties BolsWessanen, geeft aan dat de controleurs kennelijk bij hun onderzoek op strafbare feiten waren gestuit. De Economische Controle Dienst verdiepte zich van dat moment verder in het mogelijke misbruik van voorkennis, waarop maximaal 100.000 gulden boete en twee jaar gevangenisstraf staat.

Naar nu blijkt strekt de mogelijke effectenfraude zich zelfs verder uit dan alleen de affaire rondom de put-opties in juli vorig jaar. Volgens het Openbaar Ministerie worden de aangehouden personen verdacht van misbruik van voorwetenschap in de periode januari-september 1994 en januari-juli 1995.

Als Justitie erin slaagt de affaire-BolsWessanen af te ronden met een veroordeling van de verdachten, dan zou dit een van de eerste succesjes zijn in haar strijd tegen beursfraude. Tot nog toe zijn de meeste voorkennis-affaires met een sisser afgelopen: een keer werd een schikking getroffen, enkele malen moest het Openbaar Ministerie voor de rechter bakzeil halen.

De meest spraakmakende vrijspraak betrof de zaak tegen ondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen, die ervan werd verdacht met voorkennis te hebben gehandeld in aandelen van het gefailleerde automatiseringsfonds HCS. Van den Nieuwenhuyzen werd na vijf jaar procederen vrijgesproken, en reageerde daarop met een schadeclaim. Namens zichzelf en zijn bedrijf Begemann vordert hij nu 1,2 miljard gulden van de Staat.

In de eveneens geruchtmakende zaak rondom mogelijke handel met voorkennis door de top van het handelshuis Borsumij Wehry gaf justitie de zaak uiteindelijk op wegens gebrek aan bewijs. Op dit moment ligt er bij de Raad van State een voorstel voor een scherpere wet tegen handel met voorkennis.