VW-zaak mogelijk naar Hof; Conflict EU en Duitsland over subsidie

BRUSSEL, 24 AUG. De Europese Commissie en Duitsland zijn het niet eens geworden over de subsidie aan Volkswagen. Europees Commissaris Van Miert (concurrentie) en de Duitse minister van Economische Zaken, Rexrodt, kondigden aan de zaak mogelijk voor te leggen aan het Europese Hof.

Van Miert en Rexrodt bleven gisteren bij hun besprekingen in Brussel zeer ver verwijderd van een oplossing. “Ik denk niet dat je kan zeggen dat we de problemen vandaag hebben kunnen overwinnen”, zei Van Miert. Van Miert blijft erbij dat de subsidie van Duitsland aan Volkswagen illegaal is. Rexrodt is van mening dat Duitsland het recht heeft om achtergebleven gebieden ruimhartig te stimuleren.

Het conflict om de VW-subsidie weegt zwaar, omdat Duitsland niet alleen de grootste lidstaat is van de Europese Unie, maar ook een van de meest toegewijde lidstaten. De kwestie heeft de in Duitsland sluimerende anti-Eu-gevoelens aangewakkerd. Als Volkswagen de al versterkte subsidie niet snel terugbetaalt, volgen mogelijk zware maatregelen. De commissaris dreigde vorige week al Volkswagen in de toekomst elke Europese investeringssubsidie te zullen weigeren. Ook onderzoekt hij de mogelijkheid om VW uit te sluiten van alle openbare aanbestedingsprocedures voor personen- en bestelwagens in EU-lidstaten.

Van Miert weigert Duitsland “carte blanche” te geven om vrijelijk subsidie te geven aan bedrijven die zich vestigen in de vijf deelstaten in de voormalige DDR. “Daarmee dreigt anarchie en chaos op het gebied van de vrije concurrentie. Dat betekent dat we de interne markt beter kunnen vergeten”, aldus de Euro-commissaris. Van Miert benadrukte in het verleden veel begrip te hebben gehad voor de noden van de voorheen Oost-Duitse gebieden.

Volkswagen wist bij de regering van de Oostduitse deelstaat Sachsen 780 miljoen mark (877 miljoen gulden) subsidie af te dwingen voor investeringen in twee nieuwe bedrijven. Het betreft een motorenfabriek in Mosel en een productiebedrijf voor de VW Golf in Chemnitz. Hoewel deze nieuwe investeringen worden gedaan in het economische zwakke Oost-Duitsland, vond Van Miert 780 miljoen mark te veel. Hij besliste dat Volkswagen 240 miljoen mark terug moet betalen aan Sachsen. De winstgevende autofabrikant zou anders ongeoorloofde concurrentievoordelen hebben ten opzichte van andere Europese producenten.

Zonder betaling van de maximale steun, dreigde Volkswagen voor de twee nieuwe bedrijven uit te wijken naar Spanje. De werkloosheid is daar eveneens hoog. Plaatselijke autoriteiten zouden daarom ook daar wel met de geldbuidel willen rammelen. VW kan in Spanje bovendien al gebruik maken van dochteronderneming Seat.

Sachsen, dat de nieuwe banen van VW hard nodig heeft, betaalde de producent inmiddels al een voorschot van 142 miljoen mark. Daarvan dient volgens de Europese Commissie onmiddellijk 91 miljoen mark terug te vloeien, plus de rente die is genoten over dat bedrag.

De premier van de deelstaat Sachsen, Biedenkopf, verzet zich daartegen. Hij dreigt Van Miert nu voor de Europese rechter in Luxemburg te slepen. Biedenkopf beroept zich daarbij op artikel 92 IIc van het Verdrag van Maastricht. Dat zegt dat de economische situatie in de voormalige DDR-deelstaten zo ernstig is, dat “flexibel” omgesprongen moet worden met staatssteun aan bedrijven die daar investeren; een economische status aparte voor de “neue Länder”.

In het verleden keurde Van Miert op grond van dat artikel al staatssteun aan ondernemingen goed, onder meer voor een Oostduitse vestiging van de Franse oliemaatschappij Elf-Aquitaine. Dat ging echter om investeringen in bestaande bedrijven. Voor nieuwe bedrijven is een hoge steun van bijvoorbeeld 780 miljoen mark niet mogelijk, aldus de commissaris.

De Duitse bondsregering, onder druk gezet door Biedenkopf, overweegt nu ook naar de Europese rechter te stappen. Minister Rexrodt eist een principiële uitspraak over het bewuste rechtsartikel. Volgens Biedenkopf is het Verdrag van Maastricht in Duitsland alleen geratificeerd na opname van artikel 92 IIc. (Reuter/DPA)