Tribune

De Paralympics in Atlanta lopen morgen ten einde. Bij de Olympische Spelen voor gehandicapten won Nederland tot gisteren 26 medailles. Hebben de Paralympics voldoende aandacht gekregen in de Nederlandse media?

Cees Vervoorn, chef de mission Nederlandse Paralympische ploeg: “Wij beschouwen deze Paralympics als tussenstation. Over vier jaar moet de gehandicaptensport een volwaardige sport zijn, met volwaardige aandacht. De Paralympics moeten als een gewone sport worden beschouwd en niet als een sociaal-maatschappelijk verhaal. Dit jaar is er al veel meer belangstelling van de media dan vier jaar geleden. De Nederlandse overheid is goed vertegenwoordigd. Naast staatssecretaris Erica Terpstra zijn de sportwoorvoerders van de grote Tweede-Kamerpartijen hier in Atlanta. Zij zijn allen zeer nauw betrokken bij de sporters en de organisatie.”

Bram Gaillard, eindredacteur van het sportradioprogramma Langs de Lijn: “We hebben geen reporter naar Atlanta gestuurd, maar hebben elke avond een sporter van de Paralympics in het programma aan de lijn en geven de belangrijkste uitslagen door. Dat is meer dan voldoende. Bij de Paralympics gaat het om het evenement, niet om de sport. Je moet de invalide sport niet gelijkschakelen aan de valide sport.”

Alwin de Groot, winnaar van vier gouden en één zilveren op het Paralympisch zemtoernooi:“Ikzelf heb meer dan genoeg aandacht gekregen. Andere sporters mogen ook wel eens in de schijnwerpers staan. Het is een geweldige stimulans voor ons dat hier veel cameraploegen, fotografen en journalisten rondlopen. Omdat de gehandicaptensport nog niet commercieel is, is de belangstelling van de pers automatisch een stuk minder dan bij valide sporten. Op zich kun je onze prestaties vergelijken met de gewone sporten, want op sommige onderdelen is de competitie erg spannend. Maar er zijn ook onderdelen bij waarvan ik denk dat het geen topsport is. Ik zeg niet welke, want misschien doen daar wel Nederlanders aan mee.”

Koos Alberts, zanger en rolstoeltennisser: “Er is überhaupt te weinig aandacht voor de gehandicaptensport. Alle sporters komen uitgebreid aan bod in Studio Sport, behalve de gehandicapten. Dat is belachelijk. Met de Paralympics zenden ze misschien twee minuten per dag uit, op tien dagen topcompetitie. Terwijl de Olympische Spelen de hele dag op de televisie waren. Alleen de EO doet er wat aan. Die heeft tenminste aandacht voor de mens. De mensen die neerkijken op gehandicapte sporters weten niet waar ze het over hebben, totdat ze zelf in een stoeltje komen te zitten. Gehandicaptensport is pure topsport. Daarom verdienen ook de medaillewinnaars van de Paralympics een lintje van de koningin.”

Hans Le Poole, hoofd gevarieerde programma's bij de Evangelische Omroep: “Wij verzorgen drie uitzendingen van een half uur over de Paralympics. Daarnaast zendt onze ploeg in Atlanta beelden door naar de NOS voor het Sportjournaal. Het feit dat de EO al jaren aandacht aan de Paralympics besteedt, komt niet voort uit een gevoel van medelijden of zieligheid. Het hoort gewoon te gebeuren. Want uit cijfers blijkt dat de prestaties van een aantal invalide sporters het niveau van hun valide collega's van dertig jaar gelden dicht nadert. Het gaat dus echt om topsport.”

Guus Zoutendijk, voorzitter Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten: “De aandacht in de Nederlandse pers is wat de landelijke dagbladen betreft teleurstellend, met uitzondering van De Telegraaf. De enthousiaste aanwezigheid van staatssecretaris Terpstra en de Nederlandse ambassadeur heeft de atleten veel goed gedaan. Het gebrek aan aandacht, ook in NRC Handelsblad, is onterecht omdat het hier om topsport gaat, bedreven door mensen die hun handicap fysiek maar vooral mentaal hebben overwonnen. Daardoor zijn zij een belangrijk voorbeeld voor andere gehandicapten. Zij zijn winnaars in alle betekenissen van het woord.”

Jaap de Groot, sportverslaggever De Telegraaf:“Telesport besteedt alleen aandacht aan sport op het allerhoogste niveau. Daar horen de Paralympics niet bij. We doen immers ook niets aan jeugdtoernooien. De gehandicapte sporters leveren persoonlijk wel een topprestatie, maar je kunt het niet vergelijken met de echte topsport. Het is voor ons nog niet belangrijk genoeg om er een verslaggever heen te sturen. Omdat de Paralympics vooral een maatschappelijk fenomeen is met een sterk sociaal aspect, staan de verhalen erover op de binnenlandpagina van onze krant.”