Sociaal paradijs Kerala vergat zijn economie

De zuidwestelijke deelstaat Kerala is de rest van India in veel opzichten mijlenver vooruit. Het analfabetisme is er bijna uitgeroeid, de positie van de vrouw sterk en de levensverwachting bijna even hoog als in het Westen. Toch vertoont het befaamde Kerala-model lelijke barsten.

TRIVANDRUM, 24 AUG. Veertien jaar lang zweette Anil Kumar in de banken van diverse scholen in Kerala's hoofdstad Trivandrum, dromend van een goede kantoorbaan. Maar de ijverige student kwam bedrogen uit. Er was nergens werk te vinden en hij slijt alweer vier jaar lang zijn dagen als loodgietersknecht. “Ik doe nu werk waarvoor geen enkele opleiding vereist is”, aldus de 25-jarige Kumar, “en mijn baas is veel minder geschoold dan ik. Wat was de zin van al die jaren op school? Ik word er vaak wanhopig van.” In Kerala is ruim 90 procent van de bevolking de kunst van het lezen en schrijven machtig, bijna twee keer zoveel als elders in India. Zelfs boerinnen en vissersvrouwen lezen er de krant. Maar de laatste jaren worstelt de tropische deelstaat met de keerzijde van deze verworvenheid: steeds meer goed opgeleide mensen kunnen geen passend werk vinden. In Trivandrum werken nu veel academisch geschoolden als busconducteur of taxichauffeur.

“Als dit zo doorgaat”, voorspelt een jonge vrouwelijke ingenieur, die werk heeft gevonden in een condoomfabriek, “komt het op een kwade dag zeker tot een uitbarsting.” Ze wijst erop dat de deelstaat het hoogste aantal zelfmoorden van India kent, dikwijls van gefrustreerde jongeren die geen werk kunnen vinden. Officieel staan er thans vijf miljoen werklozen geregistreerd in Kerala, dat een bevolking van ruim dertig miljoen zielen telt.

Voor de linkse bestuurders van de deelstaat is het een hard gelag dat de schaduwzijde van hun vooruitstrevende sociale beleid de laatste tijd zoveel aandacht krijgt. De positieve resultaten van het 'Kerala-model' mogen er immers zijn. Slechts 22 op de 1.000 zuigelingen overlijden hier, vier keer zo weinig als elders in India. De levensverwachting voor vrouwen is 73 jaar, die voor mannen 70 jaar. In indexen waarin sociale criteria voor de grotere deelstaten zijn verwerkt, staat Kerala al jaren eenzaam bovenaan. Wie in Kerala aan lager wal raakt, kan op enige steun van de overheid rekenen. Naar Indiase maatstaven is het een sociaal paradijs.

Kerala, dat door een bergketen grotendeels van de rest van India wordt afgeschermd, is al heel lang een buitenbeentje. Reeds in de vorige eeuw heersten er in deze contreien verlichte maharadja's, die zich veel meer bekommerden om het welzijn van hun onderdanen dan de meeste van hun collega's elders in India. Ze voerden drastische landhervormingen door, waarvan kleine boeren profiteerden, en stimuleerden het onderwijs en de gezondheidszorg. Ook een ander uniek trekje bewees Kerala goede diensten: Het matriarchaat, dat vanouds in grote delen van de deelstaat heerste. Vrouwen waren hier de eerste erfgenamen en na het huwelijk trok het echtpaar, anders dan in de rest van India, niet bij de ouders van de man in maar bij die van de vrouw.

Tot op de dag van vandaag zijn de gevolgen hiervan voelbaar. Kerala is de enige Indiase deelstaat waar meer vrouwen dan mannen leven. De geboorte van een dochter wordt hier niet met geweeklaag begroet en de meeste meisjes krijgen de gelegenheid zich tot volwaardige burgers te ontwikkelen.

Profijt heeft Kerala ook gehad van zijn relatief grote christelijke minderheid, die 21 procent van de bevolking omvat. De christenen zijn vanouds sterk geweest in het onderwijs en daarvan heeft de hele deelstaat door de jaren heen de vruchten kunnen plukken.

Zo mogelijk nog belangrijker was de opkomst van de communistische partij. In 1957 was Kerala een van de eerste regio's ter wereld waar communisten via vrije verkiezingen aan het bewind kwamen. Sindsdien hebben die zich op volle kracht ingezet voor de sociale vooruitgang van Kerala. Ook andere partijen in de deelstaat hielden in latere jaren aan dat beleid vast, als ze aan de macht kwamen. Zo zijn de verschillen tussen rijk en arm er veel minder kras dan in andere delen van India. Ook de corruptie tiert hier minder welig. Kerala kon zo uitgroeien tot een lichtend voorbeeld voor de rest van India en ontwikkelingslanden elders in de wereld, tot een werkelijkheid geworden droom van ontwikkelingswerkers. Kerala toonde aan wat gerichte sociale planning vermag.

Bij al hun inspanningen op dit terrein vergaten de machthebbers de laatste decennia echter één cruciale factor: de economie. Om het fraaie sociale bouwwerk in stand te houden, moet er wel geld verdiend worden en werkgelegenheid worden geschapen.

Economisch gezien is Kerala allerminst het beste jongetje van de klas. Al jaren groeit de economie van de deelstaat niet of nauwelijks. De oogst van de plantages met kokospalmen, een belangrijke bedrijfstak in de deelstaat, is in een land als de Filippijnen twee keer zo hoog. Er is ondanks de hoge graad van geschooldheid verrassend weinig industrie. De elektriciteitsvoorziening wordt gaandeweg problematischer. Steeds vaker worden grote delen van Kerala urenlang in duisternis gehuld.

“Niemand wil hier investeren”, zegt een inwoner van Trivandrum, “er zijn veel te veel stroomstoringen en bovendien zijn de vakbonden veel te sterk.” De deelstaat heeft zich een slechte reputatie verworven door eindeloze stakingen, die vaak min of meer werden gesteund door de regering. Een buizenfabriek is al ruim een jaar wegens stakingen buiten bedrijf. Met grote aarzeling durfden de autoriteiten onlangs betogingen van stakers door de straten van Trivandrum te verbieden omdat die het verkeer in de binnenstad keer op keer in een chaos veranderden. Niemand in Kerala lag tot voor kort wakker van begrippen als produktiviteit, particuliere investeringen of de vrije markteconomie. Ook vandaag de dag nog kijken beleidsmakers en academici verveeld als zulke onderwerpen ter sprake komen. Hun hart ligt bij de sociale sector.

Een vertegenwoordiger van dit oude denken is professor Iqbar Gulati, vice-voorzitter van het planbureau van Kerala. Gulati geeft de industriëlen de schuld van de economische stagnatie: “Het is waar dat onze mensen hogere lonen vragen dan elders. Maar het wordt tijd dat onze industriëlen beseffen dat een arbeider uit Kerala, die goed onderwijs heeft genoten, ook veel produktiever is.” Van de suggestie dat de arbeiders wellicht hun looneisen wat moeten matigen, gelet op de hoge werkloosheid in Kerala, wil de bejaarde Gulati niet weten.

Minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking), die sympathiek staat tegenover het 'Kerala-model', ontkwam tijdens een bezoek vorige week niet aan enkele harde conclusies. Pronks diagnose: “Het grootste knelpunt hier is de werkloosheid en de vraag hoe je de verworvenheden van het verleden kunt behouden. Daarvoor heb je economische groei nodig.” Volgens hem heeft het bij de autoriteiten te lang ontbroken aan activiteiten die particuliere ondernemers aantrekken. “Wat er in Kerala ontbreekt, is een algehele visie voor de economische vooruitzichten op lange termijn.”

Het gebrek aan economische dynamiek weerspiegelt zich ook op de arbeidsmarkt. Ondanks de enorme werkloosheid, weigeren velen ongeschoold werk te doen. Dat achten ze beneden hun waardigheid. Hierbij speelt het in Kerala vanouds sterk ontwikkelde kastenstelsel een rol, dat altijd de nadruk legde op status. Zo wil de ironie dat Kerala ondanks zijn legers werklozen toch nog talrijke gastarbeiders aantrekt uit de grote en dichtbevolkte buurstaat Tamil Nadu. Hier en daar staan sjofele tentjes langs de weg, waarin deze armen wonen. De Keralezen kijken neer op de Tamils, omdat ze zich volgens hen niet goed wassen en geen fatsoenlijk onderwijs hebben genoten.

Een uitkomst voor veel Keralezen is intussen het buitenland. Honderdduizenden Keralezen zijn naar het Golfgebied getrokken. Velen zenden geld naar huis, maar dit wordt doorgaans aan allerlei consumptiegoederen uitgegeven en niet omgezet in fabrieken of andere produktiemiddelen. “Kerala is een echte consumptiestaat”, spot een vertegenwoordiger van een non-gouvernementele organisatie in Trivandrum.

Heel geleidelijk begint het nu bij regering én bevolking te dagen dat er meer economische groei moet worden gegenereerd. Daarvoor zullen ondernemers en kapitaal uit binnen- en buitenland moeten worden aangetrokken. Mogelijkheden voor nieuwe impulsen zijn er genoeg. De produktiviteit van de landbouw kan fors omhoog, de toeristenindustrie staat in de deelstaat met zijn schitterende tropische stranden en natuur nog maar in de kinderschoenen en verbeteringen in de infrastructuur, van de stroomvoorziening tot de wegen, zullen ongetwijfeld de economische dynamiek bevorderen.

Op die manier kan het 'Kerala-model', nog steeds de trots van de deelstaat, nieuw leven worden ingeblazen.

    • Floris van Straaten