Romantiek

JO TOLLEBEEK, FRANK ANKERSMIT & WESSEL KRUL (red.): Romantiek & historische cultuur

358 blz., geïll., Historische Uitgeverij 1996, ƒ 65,-

Wij zijn allen romantici, meer dan wellicht goed voor ons is. En dan bedoel ik niet dat wij zwijmelen als vioolmuziek klinkt bij maanlicht, en ook niet dat wij geobsedeerd zijn door de typisch romantische notie van individualiteit en het zelf. Ik bedoel dat zelfs in deze tijd van technologisch triomfalisme onze visie op het verleden wortelt in de Romantiek.

Bepaald romantisch is bijvoorbeeld het beeld van de geschiedenis als een opeenvolging van afgebakende en tegengestelde tijdvakken: de renaissance tegenover de boertige middeleeuwen; de Romantiek vol dichters tegenover de Verlichting vol rationalisten; zelfs het contrast tussen de wilde jaren zestig en de stoffige jaren vijftig is hiervan een voorbeeld.

Deze periodiseringen mogen onmisbaar zijn als middel om ordening in het verleden te brengen, het zijn tegelijk romantische ficties. Het zijn constructies die misschien evenveel zeggen over de tijd die ze benoemen als over de tijd waarin ze worden gebruikt. Dit betekent overigens geenszins dat het verleden slechts bestaat uit dit soort beelden, en nog minder dat niet de geschiedenis zelf maar alleen deze constructies ervan kunnen worden bestudeerd. Dat is een vergissing van postmodernisten - praktizerende historici weten wel beter.

Het betekent wel dat altijd weer blijkt dat tijdvakken helemaal niet eenvoudig te onderscheiden zijn, dat invloeden, nawerkingen, tradities en stromingen onontwarbaar verknoopt zijn. Het betekent vooral dat de geschiedschrijver met zijn periodes in feite onhandig loopt te modderen met etiketten die meer aan zijn vingers dan aan het verleden blijven kleven.

Als er iets is dat duidelijk wordt uit de enige tijd geleden verschenen bundel Romantiek & historische cultuur, dan is het deze complexiteit van de geschiedenis. In dit werk blijkt dat de Romantiek helemaal niet zo romantisch was als de romantische voormannen wilden, hoopten en betoogden. Wat betreft wereldbeeld en thematiek was de cultuur van omstreeks 1800 volledig verstrengeld met de Verlichting en het Classicisme waartegen zij zich afzette, maar die haar in feite baarden.

Dit boek komt voort uit een internationaal congres dat inspiratie vond in een door Groningse historici ontwaarde 'hernieuwde belangstelling voor de Romantiek'. Die wetenschappelijke oorsprong heeft het voordeel dat in dit werk geen knieval wordt gemaakt voor luie lezers, dat er een weids scala aan aspecten van de Romantiek ter tafel komt (van de mythologie der blinde historici tot de opkomst van het begrip couleur locale), en dat niet de minste medewerkers bijdragen leverden (zoals de Amerikaanse Romantiek-kenner Lionel Gossman, zijn Engelse collega Stephen Bann, historici Piet Blaas, Frank Ankersmit, Wessel Krul en de rijzende Belgische ster aan het Nederlandse geschiedkundige firmament Jo Tollebeek).

Het nadeel is tweeledig. In de eerste plaats ademt dit boek een verheven gelijkgestemdheid uit, en gelijkgestemdheid is zelden een garantie voor scherpe argumenten. In de tweede plaats hebben de samenstellers nogal grote woorden nodig om de beschouwingen een rode draad te geven (de delen van dit boek heten 'Het mythische', 'Het authentieke', en heel theatraal 'Het theatrale'). Die grote woorden zijn ook terug te vinden in menige bijdrage. Zo heet het boek Genesis ergens plots een 'Bijbelse subtekst', duikt te vaak de platitude discours op, en zijn zaken voortdurend 'van het grootste belang' dan wel 'cruciaal' maar blijkbaar zelden gewoon interessant.

Dieptepunt van deze interessante bundel is de inleiding waarin de samenstellers suggereren dat wij de triomf meemaken van 'een nieuwe vorm van geschiedtheorie' die eindelijk oog heeft voor wat 'werkelijk interessant en van waarde in de geschiedschrijving is'. Omdat men zichzelf bedoelt, is dit pijnlijke zwelbasterij - en bezijden de werkelijkheid bovendien.

Gelukkig wordt deze grootspraak in de bundel meteen ontmand in de bijdrage van Ann Rigney die het uitroepen van een 'nieuwe geschiedenis' ontmaskert als een sedert de Romantiek dikwijls terugkerend cliché. Het is blijkbaar een onuitroeibaar misverstand dat de historische wetenschap achter een universitair bureau telkens opnieuw moet worden uitgevonden.

    • Bastiaan Bommeljé