Rijksarchief (2)

Bij de uitstekende samenvatting van de 'strijd' tussen enige leidinggevende archivarissen en een aantal vooraanstaande historici (Z 10 augustus) was ik verwonderd over de opmerking van de algemene rijksarchivaris dat je met kennis van de Belastingwet kunt uitrekenen hoeveel inkomstenbelasting iemand met een jaarsalaris van ƒ 70.000 moe(s)t betalen.

Is dit niet eine Umwertung der Werte! Het is immers juist uit de administratie van de Belastingdienst dat we aan de hand van voormeld rekenmodel het inkomen van burgers, in casu onze voorouders, kunnen reconstrueren. Het komt maar zelden voor dat particulieren hun belastingopgaven bewaren. Hoe is anders de drukte in onze studiezalen te verklaren?

De verkorting van de overbrengingstermijn van vijftig naar twintig jaren confronteert het archiefwezen met grote problemen. Als criterium is dit besluit niettemin oneigenlijk en dus ongeschikt. Wanneer we deze vloed de tijd gunnen in een bredere bedding te bezinken hoeven er minder rigoureuze maatregelen te worden genomen.