Rijksarchief (1)

Het artikel van Bas Blokker over het Algemeen Rijksarchief (Z 10 augustus) roept vragen op over de verkorting van de overdrachtstermijn van overheidsarchieven in het kader van het Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (PIVOT). De archiefdiensten worden voor twee problemen gesteld: hoe een selectie te maken uit de stortvloed van overheidsarchieven die ter beschikking komt, en: waar ze op te slaan.

De vrees, zoals verwoord door R. Hol, binnen tien jaar geen ruimte voor opslag van archiefmateriaal meer te hebben lijkt een argument om bij de selectie nu maar met de botte bijl te werk te gaan. Doordat de overheid al jaren onvoldoende middelen ter beschikking stelt spelen bedrijfseconomische overwegingen in toenemende mate een rol in het beleid van de archiefdiensten. De maatschappelijke betekenis van de archieven wordt hieraan ondergeschikt gemaakt. Dit is geen 'overwinning van de democratie', zoals rijksarchivaris Ketelaar stelt, maar het tegenovergestelde: het wordt onmogelijk om het gedrag van de overheid, ook retrospectief, aan een oordeel te onderwerpen.

De bottleneck van het moderne archief schuilt in de opslag van steeds grotere hoeveelheden archiefmateriaal. Maar dit kan ook in digitale vorm worden opgeslagen. Het is mogelijk om zo'n 60.000 pagina's tekst op te slaan op een wormschijf. Met een scanner wordt van het origineel een foto wordt vervaardigd. Zo kunnen niet alleen gedrukte maar ook handgeschreven teksten en afbeeldingen worden opgeslagen in een database. De levensduur van dergelijke wormschijven wordt geraamd op driehonderd jaar. Aan de opslag worden geen bijzondere eisen gesteld.

Het vreemde is dat binnen de archiefdienst geen belangstelling bestaat voor een innovatief gebruik van informatietechnologie. Men doet voorkomen dat de criteria voor selectie en ontsluiting van archieven aan herziening toe zouden zijn: het maatschappelijk belang van archieven zou niet of moeilijk objectiveerbaar zijn, het zou om 'emotionele kwesties' gaan, overheidsarchieven zijn niet voor historici aangelegd en hoeven dus ook niet op historisch onderzoek te worden toegesneden. Dit is een verkeerde voorstelling van zaken. Deze criteria zijn net zo objectief of subjectief als vijftig jaar geleden.