Nedalco wil grootschalig in bio-brandstof

BERGEN OP ZOOM, 24 AUG. Van het Braziliaanse wagenpark rijdt dertig procent op alcohol, of liever op bio-ethanol. In de VS wordt ongeveer elf procent bio-ethanol probleemloos met benzine gemengd en in Europa zijn het vooral Frankrijk en Zweden die deze brandstof produceren. Frankrijk kent een aantal grootschalige, door de overheid gesteunde projecten en in Stockholm rijden ruim tweehonderd stadsbussen op deze brandstof. Nederland blijft nog ver achter, maar ook hier bestaan plannen om deze milieu-vriendelijke energie te produceren.

Een van de grootste producenten van alcohol binnen de Europese Unie, het in Bergen op Zoom en Delfzijl gevestigde Nedalco, wil beginnen met de produktie van 'bio-transportbrandstoffen'. “Ze dragen alleen al bij aan een beter milieu, omdat bij de produktie gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare grondstoffen”, zegt A.M. Derde, algemeen directeur van Nedalco.

Het bedrijf is voor zestig procent eigendom van Cosun, tot voor kort bekend als Coöperatieve Suiker Unie, en voor veertig procent van CSM. Die twee zijn in Nederland de belangrijke producenten van suiker, gewonnen uit bieten. Cosun telt twee suikerfabrieken in het zuiden van Nederland en één in het noorden, CSM heeft zowel in het noorden als het zuiden een fabriek.

Nedalco produceert alcohol uit melasse, een stroop die bij de bereiding van suiker overblijft omdat resterende suikerdeeltjes niet meer willen kristalliseren. Jaarlijks blijft bij de suikerproduktie van Cosun en CSM circa 300.000 ton van deze stof over. De melasse wordt per schip naar de vestigingen van Nedalco gebracht. Alle stroop die de suikerindustrie aanvoert wordt verwerkt tot alcohol of 'gecommercialiseerd'. Zo neemt Gist-brocades melasse af voor de eigen produktie.

De alcohol die Nedalco maakt kent talloze toepassingen. Ze dient als basis voor cosmetica, reuk- en smaakstoffen, ze wordt als medische toepassing onder meer gebruikt voor het maken van desinfectanten en zeer veel andere 'kleine' produkten. De chemische industrie gebruikt alcohol voor bij voorbeeld verf. Azijnfabrikanten zijn er evenzeer afhankelijk van. De belangrijkste afnemer van Nedalco is echter de drankenindustrie, die op de 'basisalcohol' haar eigen receptuur loslaat. Het is de krachtbron van jenever tot pastis, van wodka tot gin en van talloze likeuren en aperitifs. De grootste afnemers zijn gevestigd binnen de EU. Per jaar produceert het bedrijf ruim 800.000 hectoliter natuurlijke alcohol. Daarvan wordt zestig procent geëxporteerd naar Frankrijk, Duitsland, België, Ierland, Groot-Brittannië en de mediterrane landen. In toenemende mate nemen voormalige Oostbloklanden alcohol van Nedalco af. Overigens maakt de bijna honderdjarige onderneming niet alleen natuurlijke alcohol uit melassse, maar ook uit granen. De omzetting van de grondstoffen in alcohol begint met een gistingsproces in een aantal gigantische fermentatieketels of -reactoren. Bij de distillatie worden alcohol en de reststoffen van elkaar gescheiden.

Als specialist in het maken van alcohol wil Nedalco nu beginnen met de produktie van biobrandstoffen. De fabricage daarvan is duurder dan die van fossiele brandstoffen. Wellicht heeft het bedrijf bij het opzetten van een grootschalig project om die reden nog geen concurrentie.

Het project voorziet in de produktie van 300.000 hectoliter bio-ethanol per jaar en moet een jaar of tien gaan lopen. “Ik ben ervan overtuigd dat we in de loop van die tijd in staat zijn technieken verder te ontwikkelen die de produktie goedkoper maken, zodat bio-ethanol in kostprijs kan concurreren met fossiele brandstoffen”, aldus Derde. Vooralsnog wil het bedrijf experimenteren met grondstoffen als suiker, zetmeel en cellulosehoudende gewassen.

“Nederland loopt absoluut achter op dit punt”, zegt Derde. “Daar willen we graag verandering in brengen, want straks is die achterstand zo groot dat we het nakijken hebben. De 'landbouwstaat' Frankrijk produceert nu al meer dan een miljoen hectoliter bio-ethanol per jaar.”

De belangrijkste voorwaarde om het project te kunnen beginnen is de vrijstelling van accijns door staatssecretaris dr. W. Vermeend van Financiën. Die accijns bedraagt nu 35 gulden op een liter alcohol bestemd voor drank en 1,08 gulden voor alcohol die als transportbrandstof wordt gebruikt. Een verzoek om die vrijstelling is een jaar geleden ingediend onder verwijzing naar een advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) uit 1993. Daarin staat de aanbeveling aan de overheid om grootschalige projecten met biobrandstoffen te ondersteunen door bijvoorbeeld vrijstelling van accijns. De rijksoverheid krijgt daarbij weer de steun van de Europese Unie, die via de Structuurrichtlijn voor minerale oliën lidstaten prikkelt om dit soort proefprojecten te entameren. Een aantal lidstaten doet dan ook al op forse schaal proeven waarbij gewassen als suikerbieten en -riet, tarwe en maïs worden gebruikt voor het maken van bio-ethanol en koolzaad- en zonnebloemolie voor de produktie van bio-diesel.Bio-ethanol kan gewoon bij de benzine worden gevoegd. Bij verbranding van beide komt kooldioxyde vrij, maar bio-ethanol zelf levert geen extra bijdrage aan het broeikaseffect. De gewassen waarvan deze brandstof wordt gemaakt hebben bij hun groei namelijk ook kooldioxyde opgenomen. Een ander milieuvoordeel is dat het gebruik van 'hernieuwbare' brandstof leidt tot een geringer beroep op de voorraad fossiele brandstoffen.

De accijnsvrijstelling is een absolute voorwaarde - een liter brandstof waarop ruim een gulden accijns wordt geheven kan de concurrentie niet echt aan - maar er zijn nog andere problemen. De produktie van bio-ethanol is duur, omdat de kosten van de grondstoffen hoger liggen dan die van fossiele brandstof. “Bovendien”, zegt Derde, “is het van belang dat de kennis die vereist is voor dit produktieproces wordt gebundeld. Als dat eenmaal gebeurt, ben ik ervan overtuigd dat dit leidt tot goedkopere produktie.”

Derde wijst erop dat niet alleen het milieu zijn voordeel doet met bio-ethanol, maar vooral ook de hier en daar kwijnende agrarische sector. De afgelopen jaren heeft Brussel via de zogeheten McSharry-regeling de Europese boeren gestimuleerd produktie te verminderen door grond braak te leggen, zodat de melkzeeën, boter- en vleesbergen en overvolle graanpakhuizen konden slinken. Teelt van niet voor menselijke consumptie bedoelde suikerbieten of tarwe zou voor de boer zinvoller kunnen zijn. “Als de produktie van bio-ethanol op die manier een reële optie wordt, zal dat ook nieuwe werkgelegenheid scheppen, niet alleen bij toeleveranciers maar ook bij de produktie van de brandstof zelf. Bovendien zullen banen ontstaan in de onderzoeks- en ontwikkelingssfeer”, zegt Derde.

Hoewel de betrokken ministeries, zoals VROM en Economische Zaken, nog terughoudend lijken, voelt de Tweede Kamer veel voor de plannen van Nedalco. In april nam een grote meerderheid bij de behandeling van de Derde Energie Nota een motie aan waarin de regering wordt gevraagd hoe fiscale maatregelen een bijdrage kunnen leveren aan de produktie van bio-ethanol.