Het pensioenfonds als reddende engel

Als de nood het hoogst is, is het pensioenfonds nabij. Het pensioenfonds van Nedlloyd stort nog eens 26 miljoen gulden in de kas van het transportbedrijf, zo meldde de noodlijdende onderneming deze week. Vorig jaar was al 75 miljoen gulden overgemaakt. Bedrijven zonder veel winst maar met een schatrijk pensioenfonds roepen steevast de associatie op met de inhalige raider R. Maxwell die het pensioenfonds van zijn krantenbedrijf plunderde om financieel het hoofd boven water te houden.

De trend dat bedrijven hun pensioenfonds steeds meer als melkkoe gebruiken, zorgt op de burelen van de Verzekeringskamer, de controleur van verzekeraars en pensioenfondsen, voor extra activiteit. De Verzekeringskamer breidt zijn staf uit om het toezicht op de bijna 1100 Nederlandse pensioenfondsen te intensiveren. Vorig jaar kwamen 13, meest kleinere pensioenfondsen in problemen, zo onthulde het jaarverslag van de Verzekeringskamer over 1995.

Het is niet de eerste keer dat het pensioenfonds van Nedlloyd als reddende engel optreedt. In januari 1994 speelde het pensioenfonds een onnavolgbare rol, toen zij het resterende aandelenbelang van bedrijfsopponent T. Hagen opkocht, en daarmee Nedlloyd van een energieke kritikaster bevrijdde. Een storm van kritiek stak op, de belangen van pensioengerechtigde werknemers en voormalig personeel leken geofferd te worden aan het lijfsbehoud van de benarde directie. Uiteindelijk bleek het pensioenfonds een goede neus te hebben gehad voor de sterk fluctuerende Nedlloyd-aandelenkoers en werd nog aardig wat geld verdiend met de belegging.

Het pensioenfonds van Nedlloyd is niet de enige Nederlandse pensioenuitvoerder die zijn gelieerde onderneming (in pensioenfondsjargon: de sponsor) financieel een handje helpt. Steeds meer bedrijven ontdekken dat hun pensioenfonds opeens een bulkende suikeroom is geworden dankzij de eclatante winsten die de pensioenfondsen de laatste jaren op hun miljardenbeleggingen hebben behaald. In 1993 verdienden de pensioenfondsen met hun beleggingswinsten circa 100 miljard gulden, in 1994 verloren zij ongeveer 15 miljard gulden doordat de rente onverwacht scherp gestegen was, maar vorig jaar kwam er weer zo'n 80 gulden miljard bij. En dit jaar gaat het dankzij een hausse op de aandelenmarkten opnieuw crescendo.

Het ingenieursbureau DHV, dat in handen is van het personeel, trok eerder dit jaar de aandacht toen het eigen pensioenfonds een achtergestelde lening van 15 miljoen gulden verstrekte aan het bedrijf om de gedeukte vermogenspositie te herstellen. KLM kon zijn financiële positie verbeteren door bijna twee jaar geen pensioenpremie te betalen. Het Unilever-pensioenfonds keerde in 1994 220 miljoen gulden uit aan het voedingsconcern, een bedrag dat nog steeds als recordterugstorting te boek staat. Het pensioenfonds van Credit Lyonnais Bank Nederland keerde drie jaar geleden 51 miljoen gulden uit aan de werkgever als overtollig vermogen.

In een wereld waarin de concurrentie steeds harder wordt en de aandeelhouders (zoals pensioenfondsen) steeds hogere rendementseisen stellen, loont het voor bedrijven om knusse relaties aan te knopen met hun suikeroom-pensioenfonds. Formeel staat een pensioenfonds los van bedrijf of bedrijfstak, maar de werkgever vormt wel samen met werknemersvertegenwoordigers het bestuur van het fonds. Prangende vraag is wanneer de grens wordt overschreden, en het pensioenfonds zoveel uitkeert dat de pensioenvoorziening van het personeel in gevaar komt. Om nog maar niet te spreken van plunderaars als wijlen Maxwell. Het pensioenfonds van Nedlloyd windt er in zijn deze week ook gepubliceerde resultaten over 1995 geen doekje om: dat 'sponsor' Nedlloyd zoveel geld heeft gekregen hangt nauw samen met “het gunstige beleggingsresultaat” dat het fonds vorig jaar heeft geboekt. Het rendement op de beleggingsportefeuille (waarbij de beleggingen gewaardeerd zijn op marktwaarde) was in 1995 14,6 procent, vrijwel gelijk aan het gemiddelde (14,7 procent) van een groep pensioenfondsen dat de rekenmeesters van WM Company jaarlijks becijferen. Het Nedlloyd-pensioenfonds had eind vorig jaar ongeveer driekwart van zijn 2,2 miljard vermogen belegd in aandelen en effecten met een vaste rente, zoals obligatities. Zulke beleggingen deden het vorig jaar uitstekend.

Het pensioenfonds van Nedlloyd is duidelijk beducht voor de geest van Maxwell. Toen het fonds eerder dit jaar de teruggave van 75 miljoen gulden bevestigde, maakte directeur drs. A. Zimmerman duidelijk dat ook de pensioenregelingen van werknemers en gepensioneerden waren verbeterd.

De relatie tussen bedrijf en pensioenfonds is nauwelijks gereguleerd. De Verzekeringskamer heeft wel enkele hoofdregels. Een pensioenfonds mag bij voorbeeld niet meer dan 5 procent van haar vermogen in het bedrijf investeren waarvoor zij de pensioenregeling uitvoert. In uitzonderingsgevallen mag de 'eigen' belegging maximaal 10 procent zijn. Sommige pensioenfondsen, zoals dat van Philips, lossen deze potentiële belangentegenstelling bij voorbaat op door vast te leggen dat zij helemaal niet in effecten van hun werkgever beleggen. Voor majeure transacties, zoals uitkering van overtollig vermogen, moeten de pensioenfondsen wel toestemming hebben van de Verzekeringskamer.

Uitkering van vermogen op de schaal van Nedlloyd en Unilever mag een uitzondering zijn, de aandacht van bedrijfsmanagers en overheidsboekhouders voor de kosten van de pensioenregeling is intens geworden. De overheid verminderde bij voorbeeld de jaarlijks afgedragen pensioenpremies van 8 miljard in 1981 naar 5 miljard gulden vorig jaar, becijferde het onderzoeksbureau FDA onlangs in het economisch weekblad ESB. Unilever betaalt al jaren helemaal geen premie meer.

Pensioenkosten zijn onderdeel van de loonsom en bepalen daardoor mede het kostenpatroon en de concurrentiepositie van een onderneming. Dat stimuleert sommige bedrijven om ten bate van lagere kosten zo dicht mogelijk op te schuiven naar de grenzen die de Verzekeringskamer nog acceptabel acht. Zegt voorzitter dr. A. Vermaat van de Verzekeringskamer: “Het is niet goed als iedereen systematisch op het niveau van de minimumeisen gaat zitten.”

    • Menno Tamminga