HET GELIJK VAN EEN TENNISMISSIONARIS

Als directeur sportief van de KNLTB krikte Stanley Franker (50) Nederland op tot een vooraanstaande tennisnatie, het land van Wimbledon-kampioen Richard Krajicek. Aan de vooravond van de US Open praat Franker over Nederlands beste tennisser aller tijden. “Wimbledon heeft in Richard de motivatie wakker geroepen.”

De dames op het terras van de Amsterdamse tennisvereniging Desidi Deest Valitudo (De rustende ontbreekt gezondheid) zijn vol lof over het nieuwe kapsel van Stanley Franker. “Die korte coup staat je enig, Stan.” Minzaam lachend neemt de gedistingeerde bondscoach de complimenten in ontvangst: “Misschien laat ik het wel zo.” Zes jaar geleden beloofde de technisch directeur van de tennisbond dat hij zijn hoofd kaal zou scheren als een van zijn spelers een grand-slamtoernooi wist te winnen. Op 8 juli, de dag na de Wimbledon-triomf van Richard Krajicek, loste Franker zijn belofte in. “Ik had het er graag voor over.”

Joubert Stanley Franker leerde tennissen in Suriname. Zijn vader was beheerder van een club in Paramaribo, waar de kleine Stan gratis terecht kon. Na een studie lichamelijke opvoeding aan de universiteiten van Houston en Los Angeles werd hij tenniscoach in Beverly Hills. Daar leerde hij filmsterren als Sidney Poitier en Charlton Heston een backhand slaan. Toen hij de schijnwereld van Hollywood beu was, ging hij aan de slag als districtstrainer in Amsterdam. In 1983 trad Franker in dienst bij de Oostenrijkse tennisbond en wees hij Thomas Muster de weg naar de top. In oktober '86 keerde hij terug als directeur sportief en bondscoach van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond. Onder zijn bewind maakte het Nederlandse mannentennis een stormachtige ontwikkeling door, met als (voorlopig) hoogtepunt de Wimbledon-titel van Richard Krajicek.

In Krajicek heeft Franker altijd veel vertrouwen gesteld. Hij noemde hem dikwijls een “supertalent” en een potentiële grand-slamwinnaar. Toch rekende de technisch directeur deze zomer allerminst op een overwinning van zijn voormalige pupil. “Ik was totaal verrast. Een week vóór Wimbledon verloor Richard op het gras van Rosmalen nog van Paul Haarhuis. Je moest een enorme optimist zijn om na die nederlaag te verwachten dat hij Wimbledon zou winnen. Als ik die overtuiging had gehad, zou ik bij een bookmaker duizend pond op hem hebben ingezet. Dan was ik nu rijk. Hij stond 1 op 70 genoteerd.”

Ook de plaatsingscommissie van Wimbledon had vooraf weinig vertrouwen in de 24-jarige Nederlander. Ondanks zijn dertiende positie op de wereldranglijst kreeg Krajicek in Londen geen beschermde status. “Terecht”, oordeelt Franker. “De All England Club bepaalt sinds jaar en dag zelf de plaatsingslijst en houdt daarbij rekening met de baansoort. De laatste twee jaar verloor Richard op Wimbledon in de eerste ronde. Er was geen enkele aanleiding om hem wél te plaatsen.”

De eerste week op Wimbledon leek Krajicek helemaal niet op een triomf af te stevenen. In de derde ronde, tijdens de partij tegen de Nieuw-Zeelander Brett Steven, deed Franker iets wat hij anders nooit doet: de bondscoach verliet voortijdig de tribune. “Moest ik daar met mijn verkouden hoofd in de kou blijven zitten”, vraagt Franker op retorische toon. “Ik weet wat Richard kan. Hij had een gunstige loting, in de volgende ronden zou hij Stich en daarna Sampras ontmoeten, spelers tegen wie hij graag speelt. Een gouden kans. En dan loopt hij tegen Steven alleen maar te janken.”

Na tweeëneenhalf uur ploeteren en vier moeizame sets kwam Krajicek zijn 'dipdagje' te boven. Franker: “Als ik wist waarom hij tegen Brett Steven zo slecht speelde en de partijen daarna zo goed, zou ik hem wel adviseren. Zelf wist hij ook geen verklaring. 's Morgens bij de training was hij al geïrriteerd. Richard schaadt soms zijn concentratie door te lang stil te staan bij dingen waar je als tennisser geen controle over hebt. Hij wil perfectionistisch zijn, maar zijn instelling is soms niet die van een perfectionist. Hij vindt dat zelf ook niet leuk, dat merk je aan zijn instelling op de baan. Richard is een gevoelsmens. Waarschijnlijk zat hij die dag tegen Steven niet lekker in zijn vel. Als hij op kantoor had gewerkt, zou hij lekker op een terras zijn gaan zitten.”

Na de zege op Steven onderging Krajicek een metamorfose. Met soms fabelachtig spel versloeg hij de oud-Wimbledonkampioenen Michael Stich en Pete Sampras. “Daarmee verraste hij de hele tennisgemeenschap”, vertelt Franker. “Het is toch het toppunt van arrogantie om op het centre court de drievoudig Wimbledon-kampioen te verslaan. Tegen topspelers is Richard op zijn best, zulke partijen motiveren hem. Sampras wist het ook: Richard was voor hem de meest gevaarlijke tegenstander. Vroeger serveerden ze naar Richards backhand en dan kregen ze een hoop makkelijke punten. Die tijd is voorbij. Stich probeerde het en kreeg de ballen om zijn oren. Die schok is hij niet meer te boven gekomen.

“Op Wimbledon heeft Richard de tweede week heel goed getennist. Het is bij hem altijd zo dat hij in een toernooi groeit, als hij een moeilijke wedstrijd heeft overleefd. Als hij vorig jaar in New York in de derde ronde die lastige partij van Michael Tebbutt had gewonnen, zou hij ook zijn losgekomen. In New Haven, de week vóór de US Open, speelde hij vorig seizoen nog een graadje beter dan dit jaar op Wimbledon. Hij won daar van Kafelnikov en Becker, en tegen Agassi kreeg hij in de finale een matchpoint. Agassi was op dat moment the hottest man on earth, maar Richard sloeg hem alle kanten op. Ik zat daar echt mijn ogen uit te wrijven: goh, kan hij dat ook al.”

De avond voor de Wimbledon-finale vroeg Franker bij IBM alle statistieken op over MaliVai Washington en vergeleek de cijfers met die van Krajicek. “Toen wist ik dat Richard eigenlijk niet kon verliezen.” De coach eigent zich de Wimbledon-titel niet toe. “Het succes van Richard is niet mijn succes, het is het succes van het Nederlandse tennis. Het krediet dat Richard mij persoonlijk geeft, beschouw ik wel als een succes. De waardering die Richard voor mij heeft uitgesproken, vind ik echt prettig. Ik heb altijd vertrouwen in hem gehad. Ik wist dat hij ooit een grand slam kon winnen en zo heb ik me ook altijd naar hem gedragen. Dus als het weer eens mislukte, liet ik mijn teleurstelling merken. Op een professionele manier. Als iemand zijn best doet en het gaat niet, oké. Maar als daar vraagtekens bij te plaatsen zijn, mag ik toch vragen of hij beseft waarmee hij bezig is?”

Op zestienjarige leeftijd meldde Krajicek zich samen met zijn moeder bij de Amsterdamse tennishal waar Franker werkte. Als hij op school zijn best zou doen, beloofde de coach hem een plaats in Jong Oranje. “Als ik hem niet al op zijn twaalfde had zien spelen, had ik hem toen niet die kans gegeven. Op zijn twaalfde was hij een groot talent. Op zijn zestiende was hij net fors aan het groeien.”

De jonge Krajicek was “een bijdehante gozer”, zegt Franker. “Richard bewoog altijd effectief, om het woordje lui niet te gebruiken. Veel topmensen in de maatschappij zijn heel effectief en verdonderen hun tijd niet. Maar in topsport moet je soms meer doen dan je denkt dat nodig is. Richard hield zich aan afspraken, maar ik hield hem altijd scherp in de gaten. Hij is net als Sampras. Die lijkt zich ook niet uit te sloven, die loopt alleen maar als hij een goede kans heeft om met het punt terug te komen. Chang loopt op alles, dat is ook een methode.

“Krajicek heeft altijd de aspiraties van een top-tienspeler gehad. Die rol heb ik indertijd op basis van raw talent aan hem en aan Siemerink toebedacht. Overigens zonder dat ik Eltingh en Haarhuis daarvoor uitsloot. Richard geloofde er zelf ook in. Ook toen hij nog niet veel geld verdiende, investeerde hij in zijn carrière. Hij was zo verstandig om zijn geld niet op te potten. Richard is niet wat de Engelsen noemen penny wise, pound foolish. Hij nam al vroeg het risico om Rohan Goetzke als privé-coach te nemen die altijd met hem mee reisde. Dat was een geldgenererende beslissing.”

Voor Franker bewijst de Wimbledon-titel van Krajicek dat er ruimte moet zijn voor dromen. “Realisme is goed, maar je moet ook in dromen mogen geloven. Toen ik jaren geleden voorspelde dat Nederland een tennisnatie zou worden en dat er een Nederlandse grand-slamwinnaar zou komen, namen de meeste mensen mij niet au sérieux. Ik deed die voorspellingen heus niet om te prikkelen. De mensen die mij kennen, weten dat ik een broertje dood heb aan grootspraak. Hoe lang houd je dat vol? Je moet toch een keer rekenschap afleggen aan je werkgever.

“Toen ik in 1983 bondscoach werd in Oostenrijk, was daar nog minder tennisgeschiedenis dan in Nederland. Hier had je nog Tom Okker en Betty Stöve gehad. In Oostenrijk heb ik drie jaar mijn programma uitgevoerd en daar kwamen tennissers uit voort als Muster, Skoff en Antonitsch. Waarom zou dat niet kunnen in Nederland, waar ik nog meer volmachten kreeg dan in Oostenrijk? Bovendien is Nederland een groter land met veel meer tennissers. Mijn voorspellingen waren gewoon een kwestie van eenvoudig rekenen.”

Op verzoek becijfert Franker hoe de Nederlandse tennissport zich de komende jaren ontwikkelt. Vóór de eeuwwisseling zullen nog eens vier of vijf tennissers tegelijk in de top-dertig staan, voorspelt Franker. En uiterlijk in het jaar 2000 haalt Nederland de finale van de Davis Cup. Waarschijnlijk zonder de Surinaamse tennismissionaris, want volgend jaar stopt Franker als bondscoach. Na negen 'tropenjaren' waarin hij gemiddeld 35 weken per jaar op reis was, gaat de technisch directeur zich vooral richten op wat hij noemt “de onderkant van de piramide”.

“Het is vooral mijn taak te zorgen dat de poel van talenten veel breder wordt. De concurrentie moet groter worden. Op Davis-Cupniveau moeten we uiteindelijk drie, vier teams kunnen samenstellen. Want je ziet nu al: Haarhuis gaat trouwen, Eltingh zijn ranking is verzuurd - ik ben de helft van mijn team kwijt. Gelukkig hebben we in Sjeng Schalken en Dennis van Scheppingen waardevolle invallers. Maar tegen een ander land dan onze komende tegenstander Nieuw Zeeland wordt het heel link. We zijn ons beste dubbelteam kwijt.”

De komende weken is Franker in New York om de US Open te bezoeken. “Ik wil Krajicek zien optreden. Er zijn maar weinig spelers die twee grand-slamtoernooien in korte tijd winnen. Dat lukt alleen de echte toppers. Op papier moet Richard de kwartfinale halen, dan heeft hij zijn ranking waargemaakt. Als hij eenmaal in de kwartfinale staat, is alles mogelijk. Ik verwacht dat hij nog meer grand slams gaat winnen. Na Wimbledon heeft hij de smaak te pakken, hij zegt dat hij de top-vijf wil halen.

“Richard is veel sterker geworden. Zijn returns, zijn spel in het achterveld, zijn backhand - hij kan door niemand meer worden weggeslagen. Hij is niet meer alleen van zijn service afhankelijk. Op het niveau van Richard draait het spelletje alleen om zelfvertrouwen. Dat krijg je door te winnen. En hij heeft de ervaring van Wimbledon, die kan niemand hem meer afpakken. Hij heeft het belangrijkste toernooi ter wereld gewonnen.”