Het allereigenste volksgevoel

Afmaken moeten ze hem, óphangen!' Ik hoorde het zonder verbazing aan, al golfde het omhoog uit de zoete keel van iemand die ik ken als een zachtaardig en genadig mens, altijd meer bezorgd dan belust. Maar de opwelling kwam me bekend voor. Een acute aanval van wraakzuchtige bloeddorst. Maar mij overkomt het niet gauw bij dit soort misdadiger.

De man had kleine meisjes opgesloten, getreiterd, misbruikt en tenslotte verkocht of vermoord. Erger kan haast niet. In de Lage Landen heerste hevige opwinding. In de haast van de terechte verontwaardiging werd het langgerekte, veelkleurige lint van de pedofilie verfrommeld tot een enkele knoop: geile, veile moordlust.

Er zijn mensen met een wat je noemt ongezonde fascinatie met kinderen. En ook met een gezonde. Daartussen zit van alles en nog wat. Ik ben daar geen specialist in. Maar enig onderscheid moet toch bewaard blijven. Een pedofiel staat even ver van een kindermoordenaar als een cipier van een kampbeul. Daarmee is nog niet veel goeds gezegd over cipiers, maar wel veel kwaads over beulen.

Mij gaat het hier om de volkswoede. Als door democratische vernieuwers intussen het elektronisch referendum al was ingevoerd, dan was in de opwelling van deze dagen subiet voor de doodstraf gekozen, zonodig met tweederde meerderheid, en werd per amendement de foltering daar nog aan toegevoegd: 'Castreren en ophangen', zo eist volgens mijn ochtendblad de 'stem des volks' die ook al sinds lange tijd niet meer aan het woord geweest is.

Dat is ook maar gezegd in een volksdriftbui en die waait wel weer over, dat is de aardige kant van die volksstemmingen.

Vreemd genoeg wordt in de alom oplaaiende wraakfantasieën met de kindermoordenaar precies datgene gedaan wat hij met zijn slachtoffers deed: opsluiten, kapotmaken, doodmaken. En dat in een hevige opwinding, al lijkt die niet uit wellust voortgekomen, maar ingegeven door een andere lust, de wraaklust.

Voor goed begrip is het misschien nodig om aan te tekenen dat er nauwelijks kans is dat de lijfstraffen en executies waarom nu in volle verontwaardiging geroepen wordt ook werkelijk worden ingevoerd. De meeste mensen weten dat ook wel en de meesten zouden het ook niet anders willen. Zo is in de openbare meningsvorming een beschermde ruimte ontstaan waarin de mensen met elkaar uit kunnen razen zonder dat hun woorden ook meteen in daden en wetten worden omgezet: een soort psychotherapeutische spreekkamer, maar dan voor gans het volk. Tenminste, dat hoop ik maar en u kunt dat maar beter met mij hopen.

Wij weten niet wat er in de dader omgaat. Ik denk dat als we het wel wisten een hartverscheurend medelijden met die meisjes en ook met hun moordenaar de overhand zou krijgen, een onoverkomelijk verdriet over de menselijke kwetsbaarheid en de menselijke vernietigingsdrang. Ik wil daarmee helemaal niet voor genade pleiten, en ook geen verzachtende omstandigheden aanvoeren. Het gaat mij nog steeds om ieders allerpersoonlijkste volksgevoel. Wie nu nog woedend is weet niet hoe treurig het eigenlijk is. En daarom kun je maar beter kwaad blijven.

Ophangen, kapotmaken, diezelfde woorden komen bij mij naar buiten spuiten, niet als het gaat om de kleine zelfstandigen onder de moordenaars, maar als ik het te kwaad heb met de grote, bedrijfsmatige doders. Die kinderlokkers opereren in het grootst geheim, in de verborgenheid van kofferbakken en kelders, steeds beducht voor ontdekking en de straf die komen gaat. Maar er zijn misdadigers die met hele legers werken, straffeloos en met de volle dekking van de staat. De samenleving is daar binnenstebuiten gekeerd. Het moorden vindt er plaats in overheidsgebouwen en de criminelen halen hun slachtoffers in het volle daglicht van de straat. Wie daaraan ontkomen wil moet zich verstoppen, steeds beducht om te worden opgepakt en afgemaakt. Dat gebeurt echt en het gebeurt nog steeds. Ik zeg ook dit niet om de misdaad in België te bagatelliseren, maar om die terreurregimes op ware grootte af te beelden. Meer als een gedachtenoefening, dus.

De woede waar ik soms last van heb gaat weliswaar over grotere misdaden dan de Belgische moordzaak, maar dat maakt dat gevoel niet hoger of beter dan de woede die nu zoveel mensen naar de keel grijpt.

Met zulke gevoelens kun je maar beter zuinig zijn. Dat het voorwerp van de verontwaardiging zo verdorven is, maakt de verontwaardiging nog niet heilig. Maar al is het gevoel niet nobel, leerzaam is het wel. Zo'n doorkijkje in de eigenmens biedt een goed inzicht in de medemens, die - dat behoeft geen betoog - veel minder verheven beweegredenen heeft. Heel even biedt het de kans om te beleven wat de vandalen, de geweldenaars, de mensentreiters en al die anderen, van kwaad tot erger, die toch zo onvoorstelbaar anders zijn, voortdrijft in hun wangedrag.

Zou het kunnen dat veel mensen vol zitten met een ongeklaarde razernij die er niet uit mag totdat een gerechtvaardigde zaak gevonden is? Er zit, zelfs in de zachtste zielen, een gorilla die wacht tot hij zijn gelijk krijgt en zijn kans om te brullen en te wurgen. Maar bij beschaafde mensen zit die gorilla rustig zijn banaantje te pellen op de bodem van de ziel tot hij eruit mag van het Groot Gelijk. En zelfs dan mag hij maar heel even aan de halsband buitenspelen en moet voordat hij weer echt kwaad kan terug in zijn hok, terug in het diepste binnenste van het moderne karakter. Het lijkt me beter om het daar vandaag maar op houden.