Fransen

JEAN-MARIE COLOMBANI: De la France en général et de ses dirigeants en particulier

198 blz., Plon 1996, ƒ 40,40

Wanneer de hoofdredacteur van Le Monde zich in een bundel open brieven tot de leidende Franse politici richt, is dat in Frankrijk een gebeurtenis van enig belang. Le Monde is immers het enige dagblad, dat geloofwaardig tegenwicht weet te bieden aan de almacht van de politieke elite in Frankrijk.

De portretten van politici (aangevuld met schetsen van onder andere de polemist Bernard-Henri Levy en kardinaal Lustiger), zijn briljant en onderhoudend geschreven. De toon is doorgaans vrolijk, soms bijtend maar nooit kwetsend.

Tweeëntwintig persoonlijkheden, inclusief de Duitser Helmut Kohl, passeren de revue. Voor degenen die in Frankrijk zijn geïnteresseerd is de lectuur leerzaam. Jacques Lang, langdurig minister van cultuur onder de socialisten, heet 'de grote voorman van het nationale narcisme'. De donkere kanten van Charles Pasqua (de man van de anti-immigratiewetten) komen aan de orde, maar Colombani zegt toch een zwak voor hem te hebben, zogenaamd omdat beiden Corsicaan zijn. Je leest dat de vooraanstaande socialiste Martine Aubray, dochter van Jacques Delors, een uitgesproken onaangenaam karakter heeft. Michel Rocard komt er, ondanks zijn zwakheden, genadig van af. Hij was het die destijds de gauchisten een politiek perspectief wist voor te houden, waardoor de linkse extremisten in Frankrijk niet de weg van de terreur zijn opgegaan, zoals dat wel in Duitsland en Italië is gebeurd.

In een korte inleiding gaat Colombani in op de moeizame relatie die er in Frankrijk bestaat tussen de politiek en de pers. De politieke klasse huldigt tegenover de vierde macht het credo: wie niet voor mij is, is tegen mij. Manipulatie van de pers, die natuurlijk overal in meer of mindere mate bestaat, is in Frankrijk een traditioneel gegeven. Toen president Mitterrand na een Francofone topconferentie in Afrika zich ontevreden toonde over de berichtgeving daarover in de Franse pers, vroeg hij zijn medewerkers: “Hebben jullie de heren journalisten wel genoeg te eten gegeven?”

Niet toevallig is het eerste portret in Colombani's galerij dat van president Chirac, terwijl kanselier Kohl de collectie mag sluiten. Want, schrijft Colombani, ook Kohl is een hoeksteen van de Franse politiek geworden. “Alleen Europa zal ons in staat stellen te overleven”. Na aanvankelijke aarzelingen vaart nu ook Chirac dezelfde koers, die Mitterrand, Giscard en De Gaulle in het verleden hebben gevolgd.

Frankrijk en Duitsland zijn tot elkaar veroordeeld. Er is een Duitse sleutel voor de Franse politiek, zoals er een Franse sleutel voor de Duitse politiek bestaat. “Helmut Kohl is niet alleen een Duits politicus van het eerste plan, maar hij is tevens een Frans politicus wiens stellingnamen van invloed zijn op de Franse situatie”, schrijft Colombani.

Hij geeft een indrukwekkend voorbeeld van wat de Frans-Duitse verzoening voor de familie Kohl heeft ingehouden. In 1914 sneuvelde aan het front een oom die Walter heette. Om hem te eren, werd de broer van Helmut (de latere kanselier dus) naar Walter vernoemd. Deze sneuvelde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen de vrouw van Helmut Kohl een kind verwachtte, stelde zij haar man voor hun zoon eveneens Walter te noemen. De moeder van Helmut Kohl vroeg alleen, toen haar dit ter ore kwam: “Kunnen we dit werkelijk een derde keer proberen?”