Doodsbad

Louis van Gaal is er nu ook achter: wie alleen ontroerd wordt door de suggestie van perfectie is alle hoop al kwijt. En dus wordt de Arena zijn graf. De competitie was nog geen dag oud en ik zag het hoofd van de coach alweer mooi rond worden van boosheid. De Ajax-goeroe voelt zich niet lekker in de Arena.

Net zo lief gaat hij met zijn selectie trainen aan de Vinkeveense plassen. Waar hij geen halve dag verliest aan een gevecht met sleutelbossen. Waar gras nog gras is en waar hij zelf zijn autoriteitsproblemen mag creëren.

Tussen de Arena-directeur en Van Gaal komt het nooit meer goed. Gaasterland: Louis spuugde de naam uit als een kwade vlieg. Terecht. De strot van meneer Gaasterland is mij ook te speels. Tijdens de openingsceremonie van de Arena was al te zien hoe het directeurtje op zichzelf en de verkeerde dingen gloriëert. De ogen vol Pavlov-geluk, omdat hij zo hoog en droog naast Beatrix mocht zitten. Van voetbal weet meneer Gaasterland alleen dat het soms gespeeld wordt. Met zijn gelukzaligheid on the rocks ziet hij aan een cornervlag niet eens van waar de wind komt, laat staan dat hij een wedstrijd zou kunnen lezen. Natuurlijk wil Van Gaal aan dit soort geparachuteerde gunstelingen de weg niet vragen. Dan maar dolen.

De Vaticaanse hoogmoed van de Arena is nochtans een Ajax-creatuur. Was het Van Gaal zelf niet die de multi-functionele dimensies van het voetbal tot een goddelijk imperatief voor de mens verhief? Wie niet multi-functioneel was, kon een basisstek wel vergeten. Bryan Roy kan nog janken als hij terugdenkt aan het maoïsme van deze trainer. Maar goed, na de leer kwamen de successen en dan gaat vroeg of laat de spade in het zand voor de kathedraal die er nu staat. Ajax wilde toch zo graag van de wereld zijn, nou ja, een kind had kunnen weten dat dan de jakhalzen van de betonmolen in de rij staan om een handje te helpen.

Nog afgezien van de Arena en Sport7 is er in het voetballandschap nooit zoveel over geld gepraat als in de aanloop naar deze competitie. Het voetbal is ondergedompeld in een doodsbad van dollars. Vroeger las je nog wel eens over spelers met fluweel in de wreef, nu gaat het over tonnen in de wreef. Dennis de Nooijer speelde een mindere wedstrijd tegen Fortuna Sittard en werd er meteen aan herinnerd dat hij wel voor driekwart miljoen in de zestien stond te schutteren.

Het salaris als jodenster, laten we dan maar de gordijnen over de stadions en onszelf dichttrekken. De speler die na elke wedstrijd wordt opgehangen aan zijn salarisstrookje heeft trouwens zijn mooie toekomst achter zich: hij haalt de geschiedenis niet. Heeft ooit iemand geïnformeerd naar het salaris van Cruijff of Keizer als de vedetten eens een avondje slaapwandelend in het veld over zichzelf struikelden? Ik hoor de speekkoren al als Van der Sar morgen een klutsbal door de benen laat lopen: Van der Sar, twee miljoen, hahaha.

In de grimmige wereld van het geld beginnen nu ook de scheidsechters zich te roeren. Fluiten voor 1.750 gulden per wedstrijd vinden de heren een aalmoes. Dat is het natuurlijk ook, maar wie wordt er nou arbiter voor het geld? Fluiten doe je als revanche op een jeugd met te veel steenpuisten in het gezicht. Of uit uniformgekte. Het machtsgevoel anderen te kunnen ordenen in jouw waarneming en humeur speelt ook mee.

En voor John Blankenstein was scheidsrechtertje spelen misschien wel een erotische ervaring. Althans, ik zag hem altijd als een herbergzame vlinder bewegen. Zonnebankbruin, de haren zo strak geföhnd dat het uit de verte diademen van dauw leken.

Paraderen met een overjarige swing in de heupen, de zachte opwinding het volk te kunnen kluisteren aan zijn scheldkanonnades, verre reizen maken naar Siberië waar kruiperige voorzitters staan te zwaaien met bontmantels, het is ineens niet genoeg meer. De scheidsrechters willen boter bij de vis en zijn nog alleen afroepbaar via het uitzendbureau Linea Recta. Die naam alleen al: een distel heeft inderdaad meer verbeelding dan een arbiter.

Ik weet zeker dat Frans Derks in zijn tijd geld had willen toeleggen om tussen Van Hanegem en Arnesen het veld te mogen betreden. Sterker, hij zou zijn huis en vrouw verkocht hebben om anderhalf uur in de buurt van Pele te kunnen rondhuppelen. De ijdele Derks kende nog het wezen van voetbal: je doet alles voor later.