Bestedingen zijn veelal verdubbeld

Het succes van Atlanta is deels te danken aan extra geld. Door inkomsten van de kansspelen Lucky 10 en de Krasloten kreeg de sportkoepel NOC*NSF de afgelopen jaren veel meer geld van de Toto/Lotto. Daarnaast kwam er het Fonds voor de Topsporter.

In de periode 1989-1992 besteedde NOC*NSF ongeveer 10 miljoen gulden per jaar aan ondersteuning van de aangesloten sportbonden voor topsport. In 1993 was dat nog steeds 10 miljoen, in 1994 werd het 12,2 miljoen, in 1995 werd het 20 miljoen en dit jaar 21,4 miljoen. Voor de Spelen van Barcelona was het totaal 40 miljoen, voor Atlanta 64 miljoen. Bovendien was er voor Atlanta nog eens 4 miljoen aan extra sponsorinkomsten.

Voor de post 'individuele begeleiding' van de sporters (onkosten, studiekosten, loonderving) was er in de periode 1989-'91 ongeveer 1 miljoen per jaar beschikbaar. Dat liep daarna snel op: 1,4 in 1992 en 1993, 1,7 miljoen in 1994 en 3,2 miljoen in 1995 en 1996. Daarbij kwamen gelden van sponsoring en (de rente) van het Fonds voor de Topsporter. In 1996 was er in totaal bijna 7 miljoen voor individuele begeleiding.

Ook de uitkeringen van NOC*NSF aan de vier bonden met een gouden medaille in de laatste drie olympische jaren fors gestegen. De roeibond kreeg voor de Spelen in Seoul in 1988 een bedrag van 404.000 gulden, vier jaar later 418.000 gulden en dit jaar 879.000 gulden. De hockeybond kreeg in 1988, '92 en '96 respectievelijk 381.000, 505.000 en 857.000 gulden. De volleybalbond 372.000, 398.000 en 633.000.

“In veel gevallen hebben we de bestedingen kunnen verdubbelen”, zegt Wim de Heer, directeur van het NOC*NSF. “Geld is geen garantie voor succes, maar wel een factor. We verwachten het huidige inkomsten-niveau te kunnen stabiliseren. De inkomsten uit kansspelen zullen ongeveer gelijk blijven, de inkomsten van sponsor hopen we ook vast te kunnen houden. Maar nog een zelfde sprong voorwaarts maken, zoals de afgelopen jaren, is onwaarschijnlijk.”