Autorijder moet straks kiezen

DEN HAAG, 24 AUG. “Nederland dreigt dicht te slibben”, schrijft minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) als eerste zin van het mobiliteitsplan dat de ministerraad gisteren besprak. Maar de maatregelen die zij wil nemen om dat dichtslibben tegen te gaan, zullen niet alle automobilisten aanstaan.

De individuele autorijder zal in de file steeds vaker bussen, vrachtauto's en geprivilegieerde groepen als de 'betaalrijder' zien langskomen op rijstroken die voor hem onbereikbaar zijn geworden.

In zijn langzaam voortkruipende auto, met een tank vol steeds duurdere benzine, kan hij dan tot de slotsom komen dat het tijd is geworden voor een 'ketenpas' van de zaak. Met zo'n bewijs dat hij openbaar vervoer combineert met een abonnement voor een fietsenstalling of een p+r-voorziening, ontvangt hij ook nog een belastingdouceurtje. Bij een betaalpunt voor rekeningrijden kan hij nog diezelfde morgen besluiten de auto te laten staan om de bus te nemen.

'Samen Werken aan Bereikbaarheid' heet de nota van Jorritsma, een titel die refereert aan de filegesprekken die de afgelopen twee jaar op initiatief van de minister hebben plaatsgehad. Een aantal grote bedrijven en organisaties namen eraan deel. Zij alle onderstreepten het belang van meer ruimte op de weg, om de economie niet volledig vast te laten lopen. De economische schade door files en langzaam rijdend autoverkeer bedroeg vorig jaar anderhalf miljard gulden.

Een eerste indicatie van waar deze gesprekken toe zouden leiden, gaf dit voorjaar de toenmalig voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO/NCW, A. Rinnooy Kan. Hij wilde het reiskostenforfait en de auto van de zaak in eigen kring ter discussie stellen, liet hij weten, op voorwaarde dat het rijk meer zou investeren in openbaar vervoer en infrastructuur.

Steeds meer organisaties die decennialang de autolobby vormden, komen tot de conclusie dat de economie zolangzamerhand gebaat is bij minder in plaats van bij meer autogebruik. Maar dan wel bij een geleidelijke vermindering van het autogebruik, al was het maar omdat het openbaar vervoer in grote problemen zou raken als mensen opeens massaal de nu al volle spitstreinen zouden nemen.

De laatste twintig jaar is het hoofdwegennet verdubbeld. Doordat uit een oogpunt van veiligheid en leefbaarheid veel aansluitingen op dit net zijn gemaakt, wordt nu zo'n veertig procent van alle autokilometers hierop afgewikkeld. Het hoofdwegennet beslaat echter maar twee procent van de totale weglengte in Nederland. Als er nu niets wordt gedaan, is het in 2010 op het hoofdwegennet zestig tot zeventig procent drukker dan in 1986.

De extra maatregelen waarover het kabinet nu praat, bestaan onder meer uit het versnellen van reeds voorziene wegverbredingen.

Om te voorkomen dat mensen dan (nog) verder van hun werk af gaan wonen, wordt het gebruik daarvan gereguleerd: wel bussen en vrachtwagens, en carpoolers als de politie bereid is toezicht te houden, maar geen individuele automobilisten. De toegang tot bepaalde stukken snelweg, vooral de rondwegen van de grote steden, krijgt met de invoering van rekeningrijden over vijf jaar (Amsterdam een jaar eerder) een prijskaartje. Ook komen er dan 'paylanes', rijstroken voor de automobilist wiens werkgever bereid is de toegang te betalen.

De meeste pagina's van 'Samen Werken aan Bereikbaarheid' zijn gewijd aan de auto. Maar het meeste geld, zo'n twee miljard gulden, gaat de komende paar jaar naar het openbaar vervoer.

Opvallend hierbij is het extra geld voor onrendabele spitsdiensten. Dat is in strijd met het beleid dat de subsidie voor treinen en bussen juist omlaag moet.

Door de extra spitsdiensten worden de forenzen alvast warm gemaakt voor de metro-achtige netwerken die in de Randstad tot stand moeten komen. Op de bouw van extra stations langs de nieuwe stoptrein-lijnen zal worden bezuinigd. Immers, als er om de paar minuten een stoptrein of sneltram langskomt, is een tramhalte voldoende als voorziening. In de nota wordt bij herhaling gesteld dat het gaat om een samenhangend pakket maatregelen. Toch spitsen de gesprekken in het kabinet zich nu al toe op de vraag of de benzine wel een kwartje duurder moet worden.