Albada Jelgersma is 'gepest justitie' beu

ROTTERDAM, 24 AUG. Ondernemer Eric Albada Jelgersma ziet zich door het openbaar ministerie in Amsterdam “gefrustreerd” in zijn pogingen een schadeclaim in te dienen tegen de Nederlandse staat in de slepende HCS-affaire (handel met voorkennis). De advocaat van Albada Jelgersma heeft deze week een brief op poten gestuurd aan de Amsterdamse hoofdofficier Vrakking met het “dringende verzoek alsnog geëigende maatregelen te nemen”.

Albada Jelgersma werd jaren geleden, samen met onder anderen de zakenman Van den Nieuwenhuyzen, verdacht misbruik te hebben gemaakt van voorkennis die ze zouden hebben genoten als beleggers die in 1991 het noodlijdende technologiefonds HCS van de ondergang probeerden te redden. De rechtbank in Amsterdam sprak de verdachten ruim twee jaar geleden in eerste instantie vrij. Het OM ging daar bij het Hof tegen in hoger beroep maar pikte alleen Van den Nieuwenhuyzen eruit om de kwestie uit te procederen. Het hoger beroep tegen Albada Jelgersma werd aangehouden.

Van den Nieuwenhuyzen werd na een lange rechtsgang afgelopen maart in laatste instantie vrijgesproken. Zijn advocaten bereiden nu een schadeclaim voor tegen de staat van 1,2 miljard gulden. Albada Jelgersma zag in de vrijspraak van Van den Nieuwenhuyzen aanleiding te veronderstellen dat het hoger beroep tegen hemzelf zou worden ingetrokken. En ook Albada Jelgersma bereidde een schadeclaim voor. Hij heeft echter tot op de dag van vandaag, ruim een half jaar na de vrijspraak voor Van den Nieuwenhuyzen, nog steeds geen officieel bericht ontvangen dat het hoger beroep is ingetrokken.

Zijn advocaat, mr. R.D. Doorenbos van het kantoor Wladimiroff & Spong, heeft het OM tot vijf keer toe schriftelijk verzocht Albada Jelgersma duidelijkheid te verschaffen. Doorenbos kreeg uiteindelijk wel te horen dat het appèl zou worden ingetrokken, maar een officiële schriftelijke bevestiging van intrekking heeft Albada Jelgersma nooit ontvangen. Een dergelijke schriftelijke bevestiging is nodig voor voortzetting van de schadeclaimprocedure tegen de staat.

Doorenbos in de brief aan hoofdofficier Vrakking: “Het uitblijven van een tijdelijke schriftelijke kennisgeving - die volgens de wet nota bene onverwijld behoort te geschieden - verlengt de onzekerheid en frustreert een eventuele procedure tot verkrijging van vergoeding van gemaakte kosten en geleden schade.” Doorenbos maakt Vrakking er nogmaals op attent dat de schade voor de heer Albada Jelgersma verder zal oplopen naarmate het OM de onzekerheid omtrent de afloop van de zaak laat voortduren.

Een woordvoerder van het OM zegt dat het hoger beroep al maanden geleden is ingetrokken en dat de advocaat van Albada Jelgersma op de hoogte is gesteld. De kritiek van Doorenbos richt zich met name op officier van justitie mr. W. van Nierop, die destijds de HCS-zaak aanhangig maakte. Hoofdofficier Vrakking heeft Albada Jelgersma kort na de vrijspraak van Van den Nieuwenhuyzen in maart al laten weten dat Van Nierop was belast met het verzoek tot intrekking van het hoger beroep tegen Albada Jelgersma. Dat Van Nierop nog steeds geen formeel bericht heeft verstuurd, beschouwt Doorenbos als een vorm van pesterij. “Ik kan me na al die verzoeken van onze kant niet voorstellen dat Van Nierop uit laksheid niet reageert. Hij wil, na het verlies voor het OM in de HCS-zaak, Albada Jelgersma waarschijnlijk gewoon pesten.” Albada Jelgersma is zeer ontstemd over de gang van zaken. Hij vindt, desgevraagd, dat het OM zich “uiterst onfatsoenlijk” opstelt.