Affaires impuls voor medisch-ethische discussie

Drie opzienbarende voorbeelden van menselijk ingrijpen in de natuur hebben de discussie over abortus en reageerbuisbevruchting in Groot-Brittannië deze zomer een nieuwe impuls gegeven.

LONDEN, 24 AUG. “Het embryo krijgt niet het respect dat het verdient. We zijn te ver gegaan op de weg van 'abortion on demand'. Abortus wordt te gemakkelijk toegepast”, zegt Richard Nicholson, kinderarts en hoofdredacteur van Bulletin of medical ethics. Vorige week sprak hij voor BBC-radio zijn bezorgdheid uit over het geringe niveau van de medisch-ethische discussies in zijn land. Nicholson, bekend om zijn gematigde standpunten, was om commentaar gevraagd over de vernietiging vorige maand van 3.300 bevruchte eicellen die opgeslagen lagen in de diepvriezers van verschillende centra voor in vitro fertilisatie (IVF), als overblijfselen van reageerbuisbevruchtingen. Een week later haalde miss B. de voorpagina's. Ze was zwanger van een tweeling, maar had een van de twee embryo's laten aborteren. Twee weken geleden volgde opnieuw een schokgolf door de Britse media: de 32-jarige Mandy Allwood was in verwachting van een achtling.

De News of the world betaalde voor haar verhaal een miljoen pond, boulevardbladen als The Sun, Daily Express en Daily Mirror brachten sensationele verhalen met schreeuwende koppen over Allwood en haar vriend, die afgeschilderd werd als een op geld beluste rat. Nicholson betreurt het niveau van de berichtgeving. “De kranten, zeker de tabloids, houden het oppervlakkig, spelen op de persoon en zijn uit op sensatie. Over de achterliggende ethische en morele kwesties lezen we niks”.

De affaires hebben wel een discussie onder de Britse bevolking op gang gebracht. Uit een enquête door The Sunday Times blijkt dat een ruime meerderheid van de Britten strengere richtlijnen voor IVF-behandelingen wil. Alleen paren met een lange, stabiele relatie zouden hiervoor in aanmerking mogen komen. Bijna 20 procent wil de behandeling beschikbaar houden voor alle vrouwen. Wat betreft abortus is 40 procent van mening dat het te gemakkelijk wordt toegepast terwijl negen procent vindt dat het te moeilijk is om een abortus te laten uitvoeren. De rest zegt tevreden te zijn met de huidige gang van zaken.

Anti-abortus organisaties hebben ook aangedrongen op een scherpere abortuswetgeving. Volgens Josephine Quintavalle, secretaris van 'Life', is de in 1967 ingevoerde Abortion Act volkomen ontoereikend. “Ieder jaar worden er in ons land 180.000 embryo's geaborteerd, dat is geloof ik tien keer zoveel als in uw land. Iedereen die maar wil, kan een abortus krijgen tot aan de 24ste week van de zwangerschap. Bel de centra in Londen maar op. We hebben ze ooit benaderd met de vraag of we terecht konden om een zwangerschap van 23 weken te beëindigen. Ieder centrum nodigde ons meteen uit om te komen. Niemand vroeg naar de achterliggende reden.”

Raanon Gillon, huisarts en medisch-ethicus aan Imperial College in Londen, ziet geen aanleiding om de huidige Britse wetgeving aan te passen. Het systeem werkt goed. De eerste drie maanden is abortus op eigen verzoek mogelijk. Daarna moet sprake zijn van bedreiging van de lichamelijke dan wel geestelijke gezondheid van de moeder of andere leden van het gezin. Gillon: “Dat is weliswaar niet in de wet vastgelegd, maar zo werkt het wel in de praktijk. Het is een empirisch vastgelegde grens. Het geeft de algemene gedachte weer dat er een gradatie is in de morele status van het embryo. Hoe verder het in zijn ontwikkeling is, hoe sterker de rechtvaardiging moet zijn om het te doden. Is de zwangerschap 24 weken gevorderd, dan is abortus alleen nog mogelijk als het kind ernstig gehandicapt is of het leven van de moeder gevaar loopt.”

Zo'n benadering is onaanvaardbaar voor een organisatie als Life. Ze beschouwt de bevruchte eicel als leven en dicht deze dezelfde rechten toe als een volwassen persoon. Zodra het leven verwekt is, mag er niets ondernomen worden om het te onderbreken. Life dringt ook aan op een aanscherping van de richtlijnen voor IVF-behandeling. De organisatie bekritiseert de huisartsen - die te gemakkelijk vruchtbaarheidshormonen zouden voorschrijven - en de gynaecologen, die klakkeloos IVF-behandelingen uitvoeren. Stephen Dorrell, staatssecretaris van Gezondheid, heeft het verzoek om strengere richtlijnen van de hand gewezen. Volgens hem gaat het land tekenen vertonen van een politiestaat als onvruchtbare paren getest worden op hun geschiktheid voor het ouderschap. Ook Gillon is fel gekant tegen aanscherping van de bestaande regels. “Als je de grenzen gaat verleggen, waarom zou je dan niet ook vruchtbare mensen testen? Als dat gebeurt gaan we naar een Big Brother-maatschappij en dat zou iedereen moeten verafschuwen. Het toont absoluut geen respect voor de autonome keuze van het individu.” The Royal College of Obstetricians and Gynaecologists die de IVF-richtlijnen twee jaar geleden heeft opgesteld, is geschrokken van alle kritiek. De vereniging heeft laten weten dat ze volgend jaar met uitgebreidere richtlijnen komt.

De vernietiging van de 3.300 bevruchte eicellen, de partiële abortus van miss B. en de achtling van Mandy Allwood hebben volgens Gillon één ding gemeen: ze hebben de Britse bevolking geconfronteerd met wat hij noemt de 'gut'-response, de reactie van de onderbuik. Het is een sterk emotionele reactie die positieve of negatieve gevoelens opwekt. Hij noemt de 'gut'-response een aandachttrekker. Het is goed om bij de reactie stil te staan, maar je mag er niet blind op varen bij het vormen van een afgewogen oordeel. “De Britten moeten nu nagaan welke reacties terecht zijn en welke niet.”

Quintavalle, naast Life-activist tevens oprichtster van de discussiegroep CORE (Comment on Reproductive Ethics) wil het debat over met name de hormonenbehandeling aanzwengelen. De discussie speelt zich volgens haar nog te veel af binnen de academische wereld en kenmerkt zich volgens haar door een geringe ethische en morele diepgang. Het lage niveau van de filosofische en ethische debatten is ook Richard Nicholson een doorn in het oog. Zijn kritiek richt zich met name op zijn medische collega's en het ministerie van Gezondheid. “Ik merk dat ze zich vaak ongemakkelijk voelen bij het bespreken van ethische kwesties. Als ze de discussie kunnen vermijden, zullen ze dat doen.” Volgens de hoofdredacteur heeft de overheid veel te lang gewacht met het in gang zetten van een discussie over abortus en IVF. Er werd al vanaf 1969 om gevraagd op het moment dat in het Engelse Cambridge 's werelds eerste reageerbuisbevruchting werd uitgevoerd. Pas in 1982 verscheen het eerste overheidsrapport over IVF. Er verstreken nog eens acht jaar tot de oprichting van The Human Fertilisation and Embryology Authority, het publieke orgaan dat de toepassing van voortplantingstechnologieën controleert en reguleert.

Gillon beweert dat zijn collega's wel degelijk over medisch-ethische zaken discussiëren. Hij geeft echter toe dat het debat intensiever gevoerd kan worden. Hij zegt dat er stappen worden ondernomen om artsen en medische studenten in kritische medische ethiek te onderwijzen. Het vak is nu opgenomen in het curriculum. Nicholson: “De afgelopen 25 jaar heeft het ministerie van Gezondheid slechts 50.000 pond uitgetrokken voor de subsidie van medisch-ethische programma's.”