Voor consument in VS geldt recht van de sterkste

In geen land ter wereld zijn belangengroepen van consumenten zo sterk als in de Verenigde Staten. Vaker dan elders worden schadeclaims tegen aansprakelijke producenten gehonoreerd. De consumentenbescherming in de VS ligt echter steeds meer onder vuur. Het Congres wil het de consument moeilijker maken zijn gelijk te halen. Industriële lobby's, waaronder ook die van de geplaagde tabaksindustrie, spekken tenslotte verkiezingscampagnes. En in budgetten van federale toezichthouders wordt gesneden. Consumentengroepen eisen overheidsoptreden, maar kiezers willen bezuinigingen en lagere belastingen. “Er is gebrek aan mankracht. Wetten worden niet gecontroleerd, dan moet het rechtssysteem de overheidstaak overnemen.”

De Amerikaanse consument is machtig en zijn arm reikt ver. Een automobilist die in dronken toestand te hard rijdt in zijn Ford en daarbij een ongeluk krijgt, kan uiteindelijk voor de rechter toch zijn gelijk halen en zeggen dat het de fout is van de autofabrikant dat hij dat ongeluk kreeg. Een oude dame die al rijdend gloeiend hete koffie van McDonald's in haar schoot knoeit en daarbij brandwonden oploopt kan in de rechtbank toch een schadevergoeding van 2,9 miljoen dollar toegewezen krijgen, omdat de leverancier van de koffie al talloze klachten over hete koffie had gehad.

Deels komt dat door de juryrechtspraak, voor een ander deel ook door de rechten van de consument en de verplichtingen voor de fabrikant. Elk produkt, elke openbare voorziening bevat daarom in de Verenigde Staten meestal een waslijst aan waarschuwingen voor de gebruiker. Een fabrikant van een afwasmiddel zet op zijn fles dat dit niet voor inwendig gebruik is omdat een van zijn collega's ooit aansprakelijk is gesteld voor het feit dat een kind dat 'aanmaaklimonade' van een afwasmiddel dronk daar schade van ondervond. Evenzo waarschuwt de wasmachinefabrikant dat de gebruiker geen huisdieren in de trommel moet stoppen.

De VS lijken dus een paradijs voor consumenten. Is het dat ook? Actiegroepen spreken dat tegen. “De laatste jaren hebben we massale aanvallen op consumentenbescherming gezien”, zegt Willard Ogburn van het National Consumer Law Center in Boston. “We glijden weer langzaam af.”

“Nee, het is hier geen paradijs”, zegt James Brown, directeur van het Center for Consumer Affairs in Milwaukee, Wisconsin. “De wetten werken in het voordeel van de welgestelde consument. Neem de lemon-wet. Die zegt dat iemand die een nieuwe auto koopt en daaraan veel mankementen heeft een nieuwe auto moet kunnen eisen of schadeloos gesteld moet worden. Fantastische wet, maar niet iedere Amerikaan kan zich een nieuwe auto veroorloven.”

De consument kan zijn gelijk halen via de rechter, maar wordt ook weer bedreigd door nieuwe wetgeving die bijvoorbeeld de aansprakelijkheid van producenten vermindert. Recentelijk is zelfs hervorming voorgesteld van de aansprakelijkheidswetgeving, die het consumenten uiterst moeilijk zou maken om hun gelijk te halen.

De 'tort reform' zou onder meer een beperking stellen aan uit te keren schadeloosstellingen, het zou moeilijker worden een zaak ontvankelijk verklaard te krijgen en de boetes gaan in een fonds in plaats van naar aanklagers en hun advocaten. President Clinton, grote beschermer en vriend van de advocaten, sprak begin mei een veto uit over een wetsvoorstel dat het Congres was gepasseerd. “Als die wet het had gehaald”, aldus Ronald Kermani van de New York State Trial Lawyers Association in Albany, New York, “hadden we de rechtbanken kunnen sluiten, want geen enkele gedupeerde Amerikaan had zijn gelijk nog kunnen halen. Het bedrijfsleven had vrij spel gehad. Een bedrijf had kunnen zeggen: 'we maken met een produkt 1 miljard dollar winst en als we aan een paar mensen 200.000 dollar moeten uitkeren, soit!' ”

Wat betreft de aansprakelijkheidswetten zegt Brown uit Wisconsin dat bedrijven zich daartegen hebben verzekerd en daarvoor premies betalen. “Raad eens wie die premies betalen? De oudste wet in de markteconomie is nog altijd: de consument betaalt.” Hoewel aansprakelijkheidswetgeving voorlopig niet meer aan de orde is, kan een Congres in een nieuwe samenstelling opnieuw een poging wagen. Na november ligt de weg weer open en hoewel herverkiezing van Clinton waarschijnlijk is, zou een presidentschap van Dole in dit opzicht een bedreiging kunnen zijn voor de consumenten.

Een aantal recente voorbeelden geeft aan dat de rechten van de consument geen gegeven zijn maar voortdurend moeten worden bevochten. De banklobby bijvoorbeeld ijvert ervoor om meer en hogere vergoedingen van zijn klanten te krijgen. Hij doet dat bijvoorbeeld in staten waar hij verwerkingscentra voor zijn creditcardrekeninghouders heeft. Arizona, Colorado, Georgia, Hawaii en Oregon veranderden vorig jaar hun wetten om werkgelegenheid in het bankwezen te behouden.

Banken met vestigingen in Delaware en South Dakota kunnen van iemand die te laat is met zijn creditcardbetaling vragen wat ze willen. Een recente uitspraak van het Hooggerechtshof steunde die banken erin dat ze ook consumenten in andere staten hoge vergoedingen kunnen vragen. Ook op het gebied van leningsvoorwaarden en schuldinning gedragen de banken zich volgens Ogburn steeds roofzuchtiger. “De rechtbank interpreteert wetten in toenemende mate zeer conservatief”, zegt hij.

De vleesinspectie is in de VS ook voortdurend een onderwerp van touwtrekken tussen consumentenorganisaties, Congresleden uit landbouwstaten en hun lobby plus uiteraard de vleesverwerkingsindustrie. De dood van enkele kinderen na het eten van hamburgers in een restaurant van Jack-in-the-Box in 1993 wekte een storm van verontwaardiging. Het resultaat daarvan was na drieëneenhalf jaar onderhandelen nieuwe regels voor vleesinspectie die Clinton op 6 juli bekendmaakte.

Tot voor kort bestonden er slechts halfwassen regels voor de vleeskeuring in slachthuizen. Inspecteurs, die nota bene in dienst waren van het slachthuis, stonden achter een glaswand en zagen vierhonderd karkassen per uur voorbijvliegen. Zij maakten uit welke karkassen besmet waren. Sinds kort is er een nieuwe wet op de vleesinspectie die de toestanden in de komende achttien tot tweeënveertig maanden enigszins verbetert, maar het is nog maar een begin. In plaats van, zeg, veertig procent mag nog maar twintig procent besmet zijn zodat de machtige vleesindustrie kan bogen op een kwaliteitsverbetering met 50 procent. Deels gaat het hier om vrijwillig in te voeren regels, steekproefsgewijze inspectie, en nog altijd doet de industrie haar inspectie grotendeels zelf. Niettemin geeft de vleesindustrie toe dat 20 procent van het kippenvlees besmet is met salmonella. Daarnaast worden in ongeveer 35 procent van het hamburgergehakt sporen van faeces (koeiestront dus) aangetroffen. Anderhalf tot drieëneenhalf procent van het Amerikaanse gehakt bevat e-Coli 0157, een dodelijke bacterie.

Volgens Ronnie Cummings van de Pure Food-campagne in Minnesota is er van vooruitgang helemaal geen sprake, omdat tegelijk met het aangenomen wetsvoorstel het budget van de toezichthoudende overheidsinstantie is ingekrompen “zodat we nog maar moeten afwachten of er enig resultaat is”. Tevens wijst hij erop dat Clinton uit Arkansas komt en altijd zeer royaal gesponsord is door de kippenindustrie uit die staat, wat echte hervorming ook in de weg staat. Cummings: “Zelfs Rusland wilde de import van Amerikaans vlees staken totdat Clinton tegenover Jeltsin dreigde de economische hulp op te schorten.”

Tot slot is de Amerikaanse consument, maar ook de overheid, in een voortdurend gevecht gewikkeld met de tabaksindustrie, wier produkten 400.000 Amerikanen per jaar het leven kosten. Nog nooit is een tabaksfabrikant in de VS veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan een partij die hem voor het gerecht sleepte. Er lijkt nu een kentering gaande maar nog steeds lijkt de sector oppermachtig.

“Met tabak is de situatie heel schizofreen”, zegt Brown uit Wisconsin. “Sinds 1964 verschijnen er waarschuwingen van de overheid op pakjes sigaretten dat roken schadelijk is maar diezelfde overheid subsidieert de landbouw, ook die van de tabaksboeren in de Carolina's, Virginia en Kentucky.” Tevens krijgen politici van diverse pluimage geld in hun verkiezingskassen van tabaksfabrikanten. De Republikein Thomas Bliley van Virginia natuurlijk, maar ook de Democraat Richard Gephardt uit Missouri. “Wat wil de overheid? De tabaksprodukten geheel verbieden? Niemand wil dat want dat leidt tot wantoestanden. Dat is de belangrijkste les die dit land heeft geleerd van het mislukken van de Drooglegging.”

Wat belangen van consumenten ook voortdurend in de weg staat zijn de begrotingsgevechten in het Congres, waarbij gesneden kan worden in het aantal inspecteurs dat toeziet op bijvoorbeeld voedselkwaliteit. Aan alle kanten trekken belangengroepen van de industrie aan de mouwen van Congresleden, spekken hun verkiezingskas en hopen dat op die manier de wet iets in hun voordeel kan worden aangepast.

Geen enkel bedrijf biedt goede service uit menslievendheid maar het gebaar vloeit voort uit een bedrijfseconomische afweging. Zodra het nut van een bepaalde beleidsmaatregel niet meer bestaat zal het bedrijf dat veranderen, mits de wet dat toelaat. Als er legale obstructies zijn, kan het bedrijf samen met concurrenten proberen de wet te veranderen. Ford vond het begin jaren zeventig goedkoper om de Pinto, een van zijn auto's, niet uit te rusten met radiaalbanden maar met mindere banden. Twee dronkaards slipten bij hoge snelheid. Een goede advocaat kon bewijzen dat Ford uit tests wist dat de auto met deze banden onveilig was. De jury stelde het bedrijf aansprakelijk en dwong het schadeloosstelling te betalen.

McDonald's negeerde achthonderd klachten van consumenten over te hete koffie. Toen een oudere dame gloeiendhete koffie in een rijdende auto over zich heen kreeg, oordeelde de jury dat McDonald's iets aan de hete koffie had moeten doen. De McDonald's-koffie was gemiddeld 23 graden Fahrenheit heter dan die van Dunkin' Nuts en was zo heet om te voorkomen dat klanten proeven dat het bedrijf tweederangs, goedkope koffiebonen gebruikt. De jury oordeelde dat het slachtoffer een schadeloosstelling ten bedrage van een dag koffieverkopen, te weten 2,9 miljoen dollar, moest krijgen. In hoger beroep is dit omgezet in driekwart miljoen dollar.

De Amerikaanse situatie is in zoverre uniek dat de overheid een steeds wisselende rol speelt. De overheid is niet zoals in veel andere Westerse landen een continuum. Om de paar jaar treden veranderingen op. Amerikanen erkennen dat zij de enige is die een apparaat heeft om op naleving van wetten toe te zien, maar ze hebben ook een hekel aan de overheid. De overheid is voor hen een verkwister en een verlengstuk van de bij velen zeer gehate belastingdienst. “De overheid kan vaak het hele vraagstuk van de consumentenbescherming niet aan”, zegt Ronald Kermani. “Er is gebrek aan geld en vaak ook aan mankracht. Wetten die zijn aangenomen worden niet gecontroleerd. Het betekent dat het rechtssysteem de taak van de overheid moet overnemen.”

In kwesties als die van produktaansprakelijkheid en consumentenbescherming zijn er belangengroepen die aan politici trekken, consumenten die overheidsoptreden eisen maar ook kiezers die zeggen dat de overheid meer moet bezuinigen en de belasting moet verlagen. Kermani: “Het is een zeer delicate balans die dit land al vijftig jaar lang teistert. Wij willen geen almachtige overheid, maar als er een vliegtuig neerstort willen we wel weten waarom de inspectie heeft gefaald en waarom een bom of een technisch mankement niet is ontdekt.”