Varken

Mijn beste Eric A. Hoewel ik niet ben uitgenodigd voor je huwelijk heeft de ceremoniemeester mij gevraagd een brief aan je te schrijven, zodat deze kan worden voorgelezen tijdens de plechtigheden. Hierbij dus.

Het is maar goed dat je me niet hebt uitgenodigd. Ik had me waarschijnlijk niet op mijn gemak gevoeld en zoals je weet kan ik me dan vreemd gaan gedragen. Toch geloof ik dat dit merkwaardige verzoek een brief te schrijven aan een bruidegom die mijn aanwezigheid op zijn huwelijk helemaal niet op prijs stelt, te maken heeft met jouw portret in Blauwe Maandagen. Waarschijnlijk vind je dat ik geen recht gedaan heb aan de vier jaren die wij samen hebben doorgebracht. Niemand wil de geschiedenis ingaan als de jongen die zijn eigen sperma opat. Laat ik van de gelegenheid gebruik maken dit onrecht goed te maken. Rosie schreef mij ooit: 'Het lijkt wel alsof je met Eric getrouwd bent.' Nu ga je echt trouwen. Proficiat. Groeten ook aan je vader. Toen ik op een avondje bij je bleef eten fluisterde hij tijdens het toetje in mijn oor: 'Beter een kleine die steigert dan een grote die weigert.'

Later heeft hij het nog een paar keer in mijn oor gefluisterd. Ook op je eindexamenfeest. Behalve een paar mensen van het Vossius en veertig zakenrelaties van je vader was er ook een varken aanwezig. Het werd opgediend met een appel in zijn bek en stukjes sinaasappel en peer rondom zijn buik.

Ik heb nog even gesproken met een dame van het cateringsbedrijf dat dit varken had georganiseerd. Later op de avond verdween zij met een van de zakenrelaties van je vader naar het donkere gedeelte van de tuin. Daarvoor had die zakenrelatie al in mijn oor geschreeuwd: 'Het begint met een 'g', het eindigt met een 'l' en er tussenin zit een eitje.'

Groeten ook aan je moeder. Bij het geringste zonnestraaltje zat zij in de tuin met een spiegel onder haar kin. Zij was in een wanhopig gevecht gewikkeld om bruin te worden. Als jij thuiskwam rukte je de koelkast open en propte stukjes worst in je mond. Je moeder schreeuwde dan vanuit de tuin: 'Eet toch niet als een varken, Eric.'

Ik ken de bruid niet. Is ze mooi? Als ik een fee was en een wens mocht doen zou ik wensen dat je bruid nooit tegen je schreeuwde: 'Eet toch niet als een varken, Eric.'

Is Lillian op het feest? (Of is het Lilian? Ik weet het niet meer.) Maanden, zo niet jaren heb jij mij verhalen over haar verteld terwijl wij in de pauze naar de Centrale Viswinkel in de Beethovenstraat liepen waar ik je trakteerde op viskoekjes. Niet alleen was ik op mijn veertiende al een royaal mens, ik had begrepen dat ook voor vriendschap betaald moet worden, al is het in de vorm van viskoekjes.

Je schreef gedichten voor Lillian die je aan mij voorlas, omdat je ze niet aan haar durfde voor te lezen. Je schrijft ongetwijfeld geen gedichten meer, en dat is maar goed ook, maar het kan geen kwaad je daar vandaag nog even aan te herinneren. Tenslotte is het maar een korte periode in je leven dat je gelooft dat het bewonderen van iemands tieten echte liefde is. En bewonderd heb je Lillians tieten. Ik hoop maar dat je de tieten van de bruid net zo bewondert.

Soms loop ik hier in New York een drogisterij binnen en dan denk ik je anti-puistenspul te ruiken. Zo levendig is de herinnering aan die geur nog. Vooral het eerste uur was de lucht indringend. Het zat in een bruin potje met een witte dop. Je maakte er wel vier keer per dag gebruik van. Net een verslaafde.

Vlak voor wij elkaar voorgoed uit het oog zouden verliezen heb jij mij op de brug waar de Bernard Zweerskade de Diepenbrockstraat kruist toevertrouwd: 'Ik ben niet meer gevoelig voor je onzin.' De wereld moest geamuseerd worden en ik dacht dat ik dat moest doen. Na de vakanties zei je: 'Je moet er weer even inkomen.' En dat was ook zo.

Maar na mij vier jaar lang bijna dagelijks gezien te hebben was je niet meer gevoelig voor mijn onzin. Ik ben doorgegaan met die onzin en jij bent doorgegaan daar niet meer gevoelig voor te zijn.

Onze verborgen levens, dat zijn levens die we niet hebben geleefd, omdat we door zijn gegaan met onzin of juist door zijn gegaan daar niet meer gevoelig voor te zijn. Ze zullen verborgen blijven, ongeveer zoals jouw liefde voor Lillian.

Ik schrijf je dit vanuit Stanleys Bar waar ik deze maandagnacht de enige gast ben. Een handgeschreven brief, dat is wel het minste wat ik voor je kan doen na vier jaar Vossius.

Over de dag dat wij in de kruidentuin van het Beatrixpark in bijzijn van A. halfnaakt hebben rondgelopen zal ik zwijgen. De bruid hoeft niet alles te weten. Maar de pijnlijkste herinneringen zijn eigenlijk de mooiste, vind je niet? Als jullie 's nachts niet kunnen slapen, lees je bruid voor uit mijn boek. Het zal jullie huwelijk goed doen.

Zoek geen contact met me. Ik stel mijn rust op prijs, maar weet dat ik jou, je familie en de bruid vanuit Stanleys Bar zegen. En nu richt ik mij niet alleen meer tot het bruidspaar, maar tot u allen. Dit was mijn laatste brief uit Amerika. Het ga u goed. Sommigen van u schud ik de hand, anderen geef ik een handkus en een enkeling had ik graag op de navel gekust en op de rechteroorlel. Maar waarschijnlijk is mij dat niet toegestaan.

Denkt u aan mij wanneer u een sigaartje rookt, of een neutje drinkt voor het ontbijt, of de behoefte heeft iemand op de navel te kussen, maar weet dat het niet mag, of als u aan het vrijen bent, maar middenin moet ophouden wegens ademnood. Dan zal ik aan u denken.