Terreur van 'efficiënte leerweg' belemmert goede basisvorming

Een uniforme basisvorming voor alle leerlingen was en is een fictie. Gelukkig, vindt Ursie Lambrechts, ziet staatssecretaris Netelenbos dat ook in. Maar haar voorstel om de doorstroming voor scholieren te beperken, is verkeerd en schaadt het streven naar gelijke kansen.

'De basisvorming is mislukt' lees ik de laatste tijd herhaaldelijk in NRC Handelsblad. Er wordt zelfs om een parlementaire enquête gevraagd. Ik krijg het er warm van. Een parlementaire enquête op mijn terrein. Dat biedt perspectief! Eindelijk de roem waarvan ik al jaren droom.

Alleen, er is één klein probleempje: het moet natuurlijk wel ergens over gaan. Een parlementaire enquête wordt tenslotte niet zomaar gehouden. Er moet niet alleen iets ernstig mis zijn gegaan, er moeten ook redenen zijn om aan te nemen dat er waar dan ook nog verborgen informatie te vinden is.

Aan het eerste criterium wordt ruimschoots voldaan. Zonder twijfel zijn er in de drie jaar dat de basisvorming nu van kracht is, “dingen verkeerd gegaan”. Immers, de twee voornaamste doelstellingen van de basisvorming zijn niet gehaald. Sterker nog, het omgekeerde van wat beoogd werd, lijkt nu te worden bewerkstelligd.

Het was de bedoeling alle kinderen in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs een gezamenlijk basispakket aan kennis en maatschappelijke vaardigheden mee te geven, verdeeld over 15 vakken die door alle kinderen op een gelijk niveau beheerst moeten worden. Tot nu toe is dat niet gelukt. Kinderen uit het (individueel) voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) presteren matig tot slecht op belangrijke onderdelen van de uniforme toetsen, terwijl er bovendien te weinig tijd over blijft voor beroepsgerichte vakken. Voor VWO-leerlingen is de leerstof weer veel te makkelijk en zonder enige uitdaging.

Daarnaast moest de basisvorming een emancipatoir doel realiseren: uitstel van school- en beroepskeuze. Er werd verondersteld dat latere selectie er toe zou leiden, dat meer kinderen naar hogere vormen van voortgezet onderwijs zouden kunnen doorstromen. Ook dit doel is niet gehaald. De trend lijkt zelfs in tegenovergestelde richting te gaan.

Staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs schrijft (in NRC Handelsblad van 26 juni) dat uit datzelfde inspectierapport blijkt dat leerlingen op een brede scholengemeenschap significant minder blijven zitten. “Kennelijk slaagt men erin de leerlingen sneller en beter op het juiste spoor te krijgen.” Het ontgaat haar blijkbaar dat hier dus sprake is van een vroege selectie die nauwelijks meer gecorrigeerd kan worden in de latere schoolloopbaan.

De basisvorming heeft dus nog niet aan haar doelstellingen beantwoord. Maar rechtvaardigt dit een parlementaire enquête? Ik ben bang van niet. Alle gegevens zijn te vinden in een klein bundeltje evaluatierapporten. Geen geheime stukken, geen verdraaiing van de feiten, geen zware jongens die hun straf niet mogen ontlopen. Wel zorgelijke conclusies waar de politiek niet aan voorbij mag gaan. Dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Een discussie dáárover lijkt me dan ook zinvoller dan een tijdrovende enquête.

Sarah Blom pleit voor heterogene groepen in de basisvorming (NRC Handelsblad, 1 juli). Dit idee kan op de hartelijke steun rekenen van de PvdA en misschien ook nog wel van het CDA. Maar is er heil van te verwachten?

Ik denk het niet. Dergelijk sociaal geknutsel getuigt weliswaar van een onwankelbaar geloof in de maakbaarheid van leerling en samenleving, maar nog meer van groot onbegrip over de wijze waarop gelijke kansen voor iedereen in ons onderwijssysteem het beste kunnen worden gerealiseerd.

Welke misvattingen zitten er in de redenering dat gelijke kansen voor alle leerlingen worden bewerkstelligd door het gedwongen mengen van VBO'ers, MAVO'ers, HAVO'ers en VWO'ers? De meest in het oog springende denkfout is: 'Kinderen zijn allemaal hetzelfde'. Met andere woorden: zij zijn onbeschreven bladen papier die door de juiste inspanningen van het onderwijs in een gelijke positie kunnen komen.

Dat is echter niet zo. Het ene kind krijgt, zowel wat betreft aanleg als wat betreft omstandigheden, van huis uit meer mee dan het andere. Dit kan onmogelijk in het klaslokaal worden rechtgetrokken. Ook al bieden we kinderen met verschillende intellectuele vaardigheden en uit verschillende sociaal-culturele achtergronden allemaal dezelfde leerstof aan, eenheidsworst dus, dan nog mogen we niet verwachten dat ze na drie jaar basisvorming allemaal even ver zijn.

Tweede denkfout is: 'Alle opleidingen zijn gelijkwaardig'. De opleidingen mogen dan gelijkwaardig zijn, het perspectief op maatschappelijke waardering in de vorm van salariëring is dat niet. Elk onderwijssysteem dat ontkent dat er verschil in maatschappelijke waardering bestaat tussen het ene en het andere beroep is gebaseerd op een leugen. Nog altijd verdient een piloot meer dan een buschauffeur en een arts meer dan een verpleger. Een VWO-opleiding zal dus meer in trek zijn omdat deze meer kansen biedt dan een MAVO-opleiding.

Derde denkfout is dat voetstoots wordt aangenomen dat op categorale scholen meer homogene groepen zouden voorkomen. Categorale scholen houden kinderen die minder presteren juist langer vast, dan brede scholengemeenschappen, die leerlingen met problemen sneller uitstoten naar lagere schooltypen en daardoor juist de meest homogene groepen creëren.

Het gevaar is groot dat het afdwingen van heterogene groepen niet zal leiden tot een niveauverhoging voor enkele leerlingen, maar juist tot een verdere niveauverlaging voor alle leerlingen. Temeer daar de basisvorming een uniform eindniveau bepleit. De motivatie is nu al ver te zoeken (zoals blijkt uit onderzoek), maar zal dan tot ver onder het nulniveau dalen, omdat er voor de meeste leerlingen geen enkele uitdaging meer in de basisvorming zal zitten.

Netelenbos gaat nu onder druk van de Tweede Kamer de toetsen voor de basisvorming aanpassen, zodat er toch toetsen op verschillende niveaus komen (NRC Handelsblad, 14 augustus). Dat is mooi, eindelijk zit zij op het juiste spoor. Want laten we eerlijk zijn, het gelijke eindniveau was fictie. In werkelijkheid werd er immers altijd al op meer niveaus lesgegeven.

In een vraaggesprek in deze krant (16 augustus) neemt de staatssecretaris bovendien nog eens afstand van heterogene klassen. Gelukkig! Toch ontspoort zij aan het einde van datzelfde interview tragisch, wanneer zij doodleuk opmerkt dat de basisvorming voor haar mislukt is als ze merkt dat er wederom gestapeld gaat worden.

Wordt het niet eens tijd dat we de keizer iets over zijn kleren vertellen? Was de doelstelling van een uniforme basisvorming met een en hetzelfde eindniveau voor alle leerlingen nog een vrij onschuldige socialistische fata morgana, het willen verhinderen van het stapelen van opleidingen is een regelrechte bedreiging voor de ontwikkelingskansen van velen.

In theorie zijn de doorstroommogelijkheden nog wel aanwezig, maar in de praktijk heerst de terreur van de efficiënte leerwegen. Het rapport 'Leerwegen gewogen' van de commissie-Kemner mag dan nooit besproken zijn, toch waart de geest van dat rapport wel degelijk rond en heeft zij nu kennelijk ook bezit genomen van de staatssecretaris. Overstappen naar een ander schooltype danwel zitten blijven, wordt in toenemende mate door overheid en scholen gezien als inefficiënt en als het oneigenlijk gebruik van de toch al te schaarse onderwijsmiddelen. Pure selectie wordt feestelijk verpakt in steeds vroegere en bindender studie-adviezen.

Het was toch de bedoeling dat zoveel mogelijk kinderen zouden kunnen deelnemen aan hogere vormen van voortgezet onderwijs? Als we alle kinderen een optimale kans willen bieden, zullen we de doorstroming juist moeten koesteren. Kinderen met verschillende capaciteiten krijgen pas echt gelijke kansen in een systeem dat behalve tamelijk homogene groepen ook mogelijkheden voor doorstroming garandeert. Wanneer dat in het systeem ontbreekt, zwemmen leerlingen vroegtijdig in een fuik waaruit ontsnappen niet meer mogelijk is.

Niet de uniforme basisvorming maar een volledige doorstroomgarantie biedt leerlingen gelijke kansen. Wie daar lichtzinnig mee omspringt, beschadigt ons onderwijssysteem. Een parlementaire enquête en eeuwige roem liggen dan alsnog in het verschiet.

    • Ursie Lambrechts