Strafproces aangehouden, burgemeester moet getuigen

DORDRECHT, 23 AUG. De president van de rechtbank in Dordrecht heeft gisteren de behandeling van de zaak tegen dertien bewoners van het woonwagenkamp aan de Wieldrechtse Zeedijk geschorst en terug verwezen naar de rechter-commissaris. De dossiers kunnen pas worden behandeld als een aantal getuigen, onder wie burgemeester J.Noorland, is gehoord, vindt president F.Heijnen. De verdediging had hier aan het begin van de zitting al op aangedrongen.

Het gerechtsgebouw was gisteren zwaar bewaakt, alleen al in de zaal zaten tien man in uniform en zes rechercheurs. Op straat stonden groepjes agenten en niemand mocht de zaal betreden zonder te zijn gefouilleerd. De zitting was een vervolg op de grootscheepse inval in het kamp op 3 juli van dit jaar. In de vroege morgen drong een arrestatieteam onder bescherming van rupsvoertuigen van de Koninklijke Marechaussee en een peloton van de mobiele eenheid de woningen binnen van zeventien kampbewoners. Zij zouden zich op 23 mei bij een eerdere poging om enkele verdachten in het kamp te arresteren met geweld hebben verzet. Daarbij werd een politieman gegijzeld. De politie trok zich daarop terug.

Voorafgaand aan de tweede inval werd voor het herkennen van verdachten gebruik gemaakt van fotomateriaal uit de registers van de gemeentelijke afdeling Bevolking. Het betreft pasfoto's van 150 personen die gebruikt zijn voor rijbewijzen en paspoorten. Daartoe had justitie opdracht gegeven aan de burgemeester. Op grond van de wettelijke bepalingen moet de burgemeester vervolgens het maatschappelijk (openbare orde) belang afwegen tegen de bescherming van de privacy van betrokkenen. De advocaten van de kampbewoners willen burgemeester Noorland hierover een aantal vragen stellen. Zij zullen bovendien een getuige-deskundige oproepen om de betrouwbaarheid van deze aanpak ter discussie te stellen.

De president van de rechtbank achtte het juist dat de burgemeester tekst en uitleg moet geven over de afweging die hij destijds heeft gemaakt. De beschuldigingen tegen de dertien bewoners lopen uiteen van het gijzelen van een politieman, bedreiging en het plegen van verzet, tot brandstichting en het verhinderen van huiszoekingen. 30 Januari 1997 voortzetting.