Rik Vos directeur nieuw instituut; Frisse wind zonder bezuiniging voor cultuurbehoud

ROTTERDAM, 23 AUG. De drie instellingen die worden samengevoegd tot het Nederlands Instituut voor Cultuurbehoud (NICB) zullen ingrijpend worden gereorganiseerd, waarbij niet alle werknemers op dezelfde post kunnen blijven. Dat zegt de toekomstig directeur van het NICB, de kunsthistoricus drs. R.H.C. Vos, nu nog directeur van het Fries Museum in Leeuwarden.

Gisteren maakte het ministerie van OC en W bekend dat Rik Vos per 1 november is benoemd als directeur van het nieuwe instituut, dat op 1 januari officieel wordt geopend. Daarin gaan delen van de Rijksdienst Beeldende Kunst (RBK) in Den Haag samen met het Centraal Laboratorium voor onderzoek van voorwerpen van Kunst en Wetenschap en de Opleiding Restauratoren, beide in Amsterdam.

Vos, die zijn nieuwe werkkring als 'een hele spannende baan' ziet, rekent op een budget van ongeveer 15 miljoen, iets meer dan de budgetten van de drie instellingen bij elkaar. “Het is mooi dat de fusie niet tot bezuiniging heeft geleid,” zegt hij. “Zo krijgen we de kans een goed lopende organisatie van de grond te krijgen. Het ministerie ziet het NICB als kroon op het Deltaplan voor cultuurbehoud. Het moet een instituut worden waar op hoog niveau wordt nagedacht over en gewerkt wordt aan behoud en conservering. We zijn nog in een voorbereidend stadium. Er zijn tripartite werkgroepen bezig met het opstellen van beleidsplannen, die deze herfst moeten worden ingediend.”

De drie bestaande instellingen worden opgeheven. De taken zullen worden verdeeld over een aantal divisies, aldus Vos. “Er komt een divisie voorlichting en informatieverstrekking, een divisie opleidingen en aparte divisies voor onderzoek en beheer. Daarnaast is er een stafafdeling bedrijfsvoering. De divisie opleidingen is in twee afdelingen verdeeld: een grote afdeling waar bijscholing en cursussen worden gegeven aan conservatoren en mensen in de monumentenzorg die met conserveringsproblemen bezig zijn en een afdeling die opleidt voor het vak van restaurator van onder andere schilderijen, textiel en papier.”

De onderzoeksdivisie spitst zich toe op het natuurwetenschappelijk onderzoek naar verouderingsverschijnselen, conserverings- en restauratiemethoden en historisch bronnenonderzoek, het werk dat tot nu toe door het Centraal Laboratorium wordt gedaan.

“Belangrijk is ook het beheer van de collectie Nederland,” zegt Vos. “Daarbij wordt in het kader van het Deltaplan voor cultuurbehoud geïnventariseerd wat we hebben in Nederland, en worden vragen gesteld óf we zo veel moeten hebben en hoe het zit met selectie en profilering van collecties. Verder gaat het om het bepalen van de cultuurhistorische waarde van kunstvoorwerpen en collecties.”

De divisie beheer krijgt ook te maken met de mobiele collectie van 165.000 kunstvoorwerpen van de Rijksdienst Beeldende Kunst. Dat zijn voorwerpen in rijkseigendom die niet tot de inventaris van de (voormalige) Rijksmusea behoren. “Die voorwerpen zitten net in nieuwe depots in Rijswijk waar ze ook worden behandeld. De collectie is daar goed ondergebracht en blijft daar. Het is een van mijn taken deze collectie mobiel te maken, te zorgen dat delen ervan als tijdelijke of langdurige bruikleen onderdak komen. Zo schep je ruimte in de depots om onderzoek te doen naar bijvoorbeeld de waarde van de collectie, of de conservering.”

De staatssecretaris moet nog besluiten over de vestigingsplaats van het instituut. Er is plaats voor 80 medewerkers, ongeveer evenveel als de huidige bezetting van de fuserende instellingen. Er zullen dan ook geen ontslagen vallen, wel kunnen er volgens Vos 'doublures' optreden. “Maar daar zijn spelregels voor. Het personeel is enthousiast over de plannen en voor doublures worden oplossingen gezocht. Het kan geen kwaad om in een nieuwe opzet eens op een andere, frisse plek te beginnen. Iemand die jarenlang natuurwetenschappelijk onderzoek heeft gedaan kan bijvoorbeeld worden ingeschakeld bij de opleiding of bij de informatieverwerking.”

Vos, die ook voorzitter is van de Nederlandse Museum Vereniging en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Kunsthistorici, werkte eerder bij het Rijksmuseum in Amsterdam, en bij de Rijksuniversiteit van Groningen. De laatste jaren was hij betrokken bij een 20 miljoen gulden kostende verbouwing en herinrichting van het Fries Museum, waarbij onder andere het Verzetsmuseum Friesland in het museum werd opgenomen en het totale oppervlak bijna werd verdubbeld tot 6500 vierkante meter. Als projectleider tijdens de verbouwing trad de provinciaal ambtenaar drs. S.T. Castelein op. Hij wordt door de provincie tijdelijk als interim-directeur uitgeleend aan het museum, zolang er nog geen opvolger voor Vos is benoemd. Naar die opvolger wordt al wel gezocht.

Vos: “Er staat nog veel op de rails in het Fries museum. Per 1 januari wordt de verzelfstandiging doorgevoerd en we praten nog over samenwerking met andere musea in de regio, zoals het keramiekmuseum het Princessehof. De herinrichting wordt binnenkort afgerond. Vanaf half december moet het museum weer volop draaien.”