Overheidsschuld laatste probleem in belangrijke Miljoenennota; Zonnig perspectief op EMU

DEN HAAG, 23 AUG. De Miljoenennota 1997 ziet er “net zo zonnig uit als het weer”, zei minister Ad Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op het Binnenhof, de ogen wat dicht geknepen tegen het felle zonlicht. In de Trêveszaal had de ministerraad eerder de besprekingen over de begroting voor volgend jaar afgerond; 26 dagen voordat de beleidsmaatregelen op Prinsjesdag officieel worden gepubliceerd: een record.

De Miljoenennota 1997 is de belangrijkste begroting van het paarse kabinet, want op basis van deze nota wordt begin 1998 een beslissing genomen of Nederland zich kwalificeert voor de Economische en Monetaire Unie (EMU). Met het Verdrag van Maastricht koerst Nederland aan op een vervanging van de gulden door de euro. Lage inflatie, lage rente en een stabiele munt zijn drie voorwaarden voor toetreding tot de EMU, maar er worden in het Verdrag van Maastricht ook eisen gesteld aan de overheidsfinanciën. Het begrotingstekort mag niet groter zijn dan drie procent van het bruto binnenlands produkt. Het Centraal Planbureau voorspelt een daling van dit tekort van 3,2 dit jaar naar 2,25 procent; dus ruim beneden de referentiewaarde. Voor de staatsschuld geldt een maximum van zestig procent van het binnenlands produkt danwel “in een bevredigend tempo” deze norm naderen. Volgens CPB-prognoses die deze week in de ministerraad werden besproken, daalt de schuldquote van 78,5 naar 78,0 procent. De Europese Raad (de examencommissie) zal een daling met een half procentpunt als onvoldoende kwalificeren en ook minister Gerrit Zalm (Financiën) heeft al laten weten dat de schuldquote “voor de komma” moet veranderen.

Maar de minister van Financiën heeft nog een paar kaarten in de mouw die hij op Prinsjesdag zal hebben uitgespeeld. Zalm kan 'tafelzilver' verkopen, in de vorm van staatsdeelnemingen of agrarische domeinen, om de gewenste daling te realiseren. Daarnaast houdt het Rijk een tegoed aan bij De Nederlandsche Bank (eind vorig jaar ongeveer 15,5 miljard gulden). Wanneer tien miljard gulden zou worden gebruikt om de staatsschuld te verminderen, zou de schuldquote met ongeveer 1,5 procentpunt extra dalen en dus uitkomen op 76,5 procent. Daarnaast heeft Nederland, in tegenstelling tot de andere lidstaten van de Europese Unie, een reserve van ruim 190 miljard gulden waarmee de pensioenen van de ambtenaren worden gefinancierd. Wanneer ook deze ABP-reserve met de staatsschuld wordt verrekend, slaagt Nederland cum laude.

Ondanks de druk van de EMU is het kabinet-Kok erin geslaagd in recordtempo de begroting voor volgend jaar op te stellen. Met Zalm op Financiën is een nieuwe fase aangebroken in het begrotingsoverleg. De VVD'er heeft het voordeel dat PvdA-premier Wim Kok in het derde kabinet-Lubbers minister van Financiën is geweest. En kabinetsinformateur Kok heeft in 1994 bij het schrijven van het paarse regeerakkoord, op advies van de toenmalige CPB-directeur Zalm, gekozen voor een behoedzaam scenario van de economische groei. Als minister van Financiën spint Zalm er garen bij. Kok moest in het vorige kabinet zijn collega's steeds confronteren met extra bezuinigingen, Zalm meldt meestal meevallers.

Tot slot heeft Zalm bij de start van het kabinet zijn collega's gebonden aan een strak uitgavenkader. Door al in het regeerakkoord vast te leggen hoeveel gedurende de kabinetsperiode mag worden uitgegeven in de collectieve sector (rijksbegroting, sociale zekerheid en gezondheidszorg), ongeacht mee- of tegenvallers aan de inkomstenkant, bespaart dit kabinet zich de hectiek van voortdurende begrotingsaanpassingen waaronder het vorige kabinet gebukt ging. Alle ministers, met uitzondering van D66-minister Els Borst (Volksgezondheid), blijven binnen de gemaakte afspraken. Maar evenals vorig jaar wordt ook in de begroting van 1997 een tegenvaller in de zorgsector gecompenseerd door meevallers in de sociale zekerheid.

In het voorjaar stelde de ministerraad al zonder slag of stoot het uitgavenkader voor de begroting vast; er klonk zelfs een bescheiden applaus in de statige Trêveszaal voor de minister van Financiën. De ministerraad trok, op instigatie van de Tweede Kamer, extra geld uit voor meer agenten en cellen.

Traditioneel staan na de zomervakantie de inkomsten van de overheid (belastingen en sociale premies) op de begrotingsagenda; en dus het altijd politiek gevoelige thema van de koopkracht. En een lastenverlichting voor volgend jaar was volgens Zalm niet aan de orde. Tijdens een gastcollege aan de Vrije Universiteit in het voorjaar zei hij dat stabilisatie van de lastendruk al een enorme prestatie zal zijn. Er zijn forse tekorten bij de sociale fondsen en die moeten door een verhoging van de premies worden aangezuiverd. Deze lastenstijging zou moeten worden gecompenseerd door een verlaging van de belastingtarieven.

Gisteren besloot de ministerraad de lasten volgend jaar met 800 miljoen gulden te verlagen. Dit werd mogelijk door financiële meevallers die een gevolg zijn van een verdere economische groei.

De politieke wensen van de drie regeringspartijen konden voor een deel worden ingewilligd. De VVD kan de huizenbezitters weer recht in de ogen kijken - het huurwaardeforfait, de woonbelasting voor huiseigenaren, wordt verlaagd. Deze verlaging is door PvdA en D66 gekoppeld aan een verhoging van de huursubsidie en daartoe heeft de ministerraad dan ook besloten. Verder blijft de koopkracht, tot genoegen van met name PvdA en D66, voor mensen met de laagste inkomens op peil. En PvdA-minister Melkert heeft van het kabinet extra geld gekregen om de lastendruk voor werknemers met het minimumloon verder te verlichten.

Een zonnige EMU-nota. Maar een minister van Financiën ziet natuurlijk niet alleen de zonnige kanten, noteerde Zalm vorig jaar in zijn tweede Miljoenennota. “Het is min of meer zijn taak ook de schaduwzijden onder de aandacht te brengen.” 'Gelukkig' heeft Zalm zijn staatsschuld nog.

    • Cees Banning