Oude stompen zwaaien af onder aanroepen 'Bea'

BREDA, 23 AUG. Het rats-, kuch- en bonengehalte was gisteren bij het afzwaaien van Nederlands laatste dienstplichtigen behoorlijk hoog geweest. De hele dag stonden tijdens de ceremonie in de Bredase Trip van Zoudtlandtkazerne twee soldaten op wacht: de ene gekleed in het grijze uniform met puttees waarin destijds tevergeefs de Grebbeberg was verdedigd; de andere in de altijd te kleine groene jasjes waarmee “onze jongens” naar Indië waren getrokken.

Op de tentoonstelling “De dienstplicht zwaait af”, die tot en met 20 oktober is te zien in het legermuseum in Delft, was puur op grond van zijn achternaam voormalig sergeant Klungel van de lichting 63/5 opgenomen in de galerij van prominenten onder wie commissaris der koningin Vonhoff van Groningen, de tennisser Tom Okker en The Blue Diamonds. Nadat Klungel bij het zich melden zijn achternaam had geroepen, had zijn commandant gezegd: “Voortaan heet je Clangé.”

Minister Voorhoeve van Defensie reikte aan twee afzwaaiers, als representanten van de laatste groep van 400 uit het hele land naar Breda gekomen dienstplichtigen, een in legergroen gespoten walkman uit met een bandje waarop de exercitiecommando's waren opgenomen, “opdat jullie ze niet zullen vergeten.”

Voorhoeve had gerept over “gemengde gevoelens: u hebt gemarcheerd en getijgerd; nu komt u weer terug in de burgertred.” Daarna was er een oorverdovend gebral uitgebroken. “Bea bedankt”, “Joris is een toffe vent” en “We zullen zuipen tot we naar huis toe kruipen”, was er gezongen terwijl men eerst nog wat over elkaar was gerold. De 101-jarige G. van den Berg, voor de speciale gelegenheid uit een verzorgingshuis gehaald als oudste nog levende dienstplichtige, was toen al zo moe dat hij naar zijn middagdutje verlangde, maar één ding was zeker: van zijn diensttijd in 1915 had hij weinig plezier ondervonden omdat hij een rugwervelziekte opliep waardoor hij later zijn beroep van bakker niet meer kon uitoefenen. “Mijn vader accepteerde het niet dat ik naar huis werd gestuurd. Met de woorden 'ze zorgen maar dat hij net zo thuiskomt als hij is vertrokken' werd ik weer in het militair hospitaal opgenomen”, herinnerde Van den Berg zich.

Sergeant P. Hendriks uit Weert voldeed met zijn gemillimeterde haardracht volledig aan het ideaalbeeld dat Voorhoeve heeft van de (beroeps)soldaat van de toekomst en dat hij gisteren bij het afscheid schetste. 's Morgens had Hendriks voor de troep gestaan in een met rood-wit-blauwe guirlandes versierde tent. “Aan u de eer om niet alleen de symbolische maar ook de echte laatste dienstplichtige te zijn”, had bevelhebber Schouten tegen hem gezegd. Maar ook deze keurige jongen van 26 jaar, in het bezit van een HEAO-diploma en in Breda sergeant verzorging, had moeten vaststellen dat zelfs tot in de hoogste militaire kringen discipline ook niet meer is wat ze is geweest.

Hoewel aldus uitdrukkelijk tijdens de repetitie was afgesproken, had Schouten het commando “ingerukt mars” niet gegeven waardoor Hendriks, die zich inmiddels in zijn burgerpak had gestoken, er wat verloren had bijgestaan. “De dienstplichtige, zou je kunnen zeggen, corrigeerde zo de beroepscultuur binnen de Landmacht. Nu de dienstplicht feitelijk verdwijnt”, aldus Schouten, “gaat iets verloren dat bij ons hoorde en een zeer vertrouwd deel van onze identiteit uitmaakte.”

Hendriks: “Omdat ik toch in dienst moest, ging er waarschijnlijk een baan aan mijn neus voorbij waarvoor ik na de selectie als een van de twee laatsten overbleef. Dat was een beetje onrechtvaardig. Het was op een loterij gaan lijken want maar één op de tien werd opgeroepen. Overigens heb ik een hier een prima tijd gehad. We vormden een hechte groep en we konden het heel goed met elkaar vinden. Persoonlijk vind ik de afschaffing van de dienstplicht (correcter is te spreken van opschorting, red.) wel jammer, want het instituut was ingeburgerd in de samenleving. Ik zou het niet gek vinden als burgers ook hierna bepaalde verplichte rollen op zich nemen in de samenleving bijvoorbeeld in de verzorging”, aldus Hendriks.