Nieuwe Sjeik Al-Azhar blijft een tolerant, maar voorzichtig man

Egypte werd gisteren met de publicatie van een krantenartikel een twist rijker. De nieuwe Groot-Sjeik van Al-Azhar, Mohamed Sayed Tantawi, had volgens de krant Al-Hayat zijn zegen gegeven aan de recente uitspraak van Egypte's hoogste juridische instantie in de zaak tegen professor Nasr Hamed Abu Zeid.

Dat zou ingrijpende gevolgen kunnen hebben. Want Al-Azhar is - naast gewone universiteit en overkoepelend orgaan voor de opleiding van imams en godsdienstleraren - een van de meest gezaghebbende instituten in de wereld van de sunnitische islam op het gebied van de shari'a (de islamitische wetgeving).

Op 5 augustus bevestigde het Hof van Cassatie in hoger beroep het vonnis van een lagere rechtbank dat Abu Zeid een afvallige van de islam was, en dus moest scheiden van zijn islamitische vrouw, Ibtihal Younis. Naar aanleiding van deze geruchtmakende uitspraak werd Tantawi door Al-Hayat geïnterviewd. De krant meldde dat de Groot-Sjeik het vonnis goedkeurde, waarop de internationale persbureaus hetzelfde bericht brachten. Al-Hayat, dat in handen is van Saoedische financiers en een Arabische versie wil zijn van de International Herald Tribune, heeft immers de afgelopen jaren met vele primeurs een reputatie opgebouwd. De in Londen uitgegeven krant is bijna overal in de Arabische wereld aanwezig en beschikt over ruime financiële middelen en journalistieke mogelijkheden. Alleen over de binnenlandse situatie in Saoedi-Arabië en de andere Golfstaten laat zij zich zeer discreet uit.

Goedkeuring van het vonnis tegen Abu Zeid door Tantawi zou voor de moslim-fundamentalisten een enorme overwinning zijn. Want Tantawi, die nog enkele maanden geleden de mufti van Egypte was (de hoogste staatsambtenaar, die het islamitische recht mag uitleggen), verschilde voortdurend fundamenteel van mening met Gad el-Haq Ali Gad el-Haq, zijn in maart overleden voorganger in Al-Azhar.

Voor Gad el-Haq Ali Gad el-Haq was het aantal zonden op aarde bijna even groot als het aantal zandkorrels in de woestijn. Hij was dan ook groot voorstander van het met zwepen afranselen van veroordeelden. Tantawi daarentegen legt de Koran en de shari'a veel toleranter uit. Hij liet bij voorbeeld weten dat rente niet per se tegen Gods geboden is, en dus ook niet bij voorbaat gelijk moet worden gesteld met de wèl door God verboden woeker. Hij zei tevens dat hij nergens in de Koran of in de overlevering de besnijdenis van meisjes als een gebod Gods had aangetroffen. Evenmin vond hij geboortebeperking in strijd met Gods wetten.

Tantawi's uitspraken gingen regelrecht in tegen de heilige overtuiging van Gad el-Haq Ali Gad el-Haq, die de besnijdenis van meisjes als een “religieuze plicht” betitelde, alle rente uit den boze vond en als uitgangspunt voor zijn oordelen nam, zonder overigens mufti Tantawi bij name te noemen: “Onze godsdienst kent geen compromissen. Wie met Gods wetten speelt, heeft het recht verspeeld het volk de weg te wijzen.” Waarop Tantawi glimlachend antwoordde dat meningsverschillen een bewijs waren voor Gods barmhartigheid, omdat de mensen daardoor van uiteenlopende ideeën op de hoogte konden worden gesteld.

Bijna alle godsdienstgeleerden van Al-Azhar deelden de visie van hun Groot-Sjeik. Toen in 1992 meer dan dertig van hen in een fatwa (een religieus advies) de liberale schrijver en fundamentalisten-criticus Faraq Foda als ketter bestempelden, greep Gad el-Haq Ali Gad el-Haq niet in. Vijf dagen na deze fatwa werd de aldus ter dood veroordeelde voor zijn kantoor door een Soldaat Gods doodgeschoten.

Mohamed Ghazali, een van de vooraanstaande sjeiks van Al-Azhar, die jaren lang door de overheid in de gelegenheid werd gesteld om in een populair programma voor de staatstelevisie zijn onverzoenlijke ideeën te ventileren, trad op als getuige à décharge in het proces tegen de moordenaar van Faraq Foda. Deze ketter was, aldus Ghazali, terecht geëxecuteerd, aangezien de overheid haar plicht had verzaakt hem terecht te stellen. Vele liberalen in Egypte zagen dan ook het overlijden in maart van Groot-Sjeik Gad el-Haq Ali Gad el-Haq en sjeik Ghazali enkele dagen na elkaar als een vingerwijzing Gods.

Nog bemoedigender voor hen was dat in diezelfde maand mufti Tantawi weigerde om professor Nasr Abu Zeid als afvallige te bestempelen. Tantawi gaat ervan uit dat het begrip 'afvalligheid' noch in de Koran, noch in de shari'a voorkomt, en dat als iemand - zoals Abu Zeid, of vóór hem Salman Rushdie - zich gelovig noemt, hij niet wegens zijn geschriften tot afvallige mag worden bestempeld. Tantawi volgt daarin de zienswijze van andere traditionele islamitische rechtsgeleerden. Zij stellen dat alleen God over afvalligen kan oordelen. Bovendien bestaat er slechts één hadith (een overlevering) van de Profeet Mohamed, waarin deze de doodstraf eist voor een afvallige - onvoldoende om deze zonde in de shari'a op te nemen.

Tot woede van de fundamentalisten en de moslim-radicalen, maar ook van de Saoediërs, werd mufti Tantawi door de regering als opvolger van Gad el-Haq Ali Gad el-Haq benoemd. De overheid is namelijk eindelijk tot de conclusie gekomen dat de opmars van de fundamentalisten op alle terreinen van de samenleving op den duur ook haar eigen ondergang betekent. Enkele dagen geleden verbood zij het vierde deel van de verzamelde fatwa's van wijlen Groot-Sjeik Gad el-Haq Ali Gad el-Haq, omdat hij deze in toestand van dementie zou hebben uitgevaardigd. Daarin prees hij onder andere de zogenaamde 'grote' besnijdenis voor meisjes - des te pijnlijker omdat onlangs opnieuw een meisje aan de gevolgen van haar besnijdenis door een kapper was overleden.

De letterlijke tekst van het gisteren gepubliceerde interview in Al-Hayat toont aan dat Tantawi helemaal niet zijn goed- of afkeuring heeft gegeven aan het vonnis tegen Abu Zeid. Hij stelde alleen feitelijk vast dat “de uitvoering van het vonnis dwingend is en de zaak gesloten (..) Door dit vonnis zijn zij (Abu Zeid en zijn vrouw) gescheiden, en als één van hen sterft, zal de ander geen erfgenaam zijn.” Alle overige vragen waren hypothetisch gesteld: over “een persoon” die wegens geloofsafval was veroordeeld. Daarop antwoordde Tantawi in strikt juridische zin, zonder zich inhoudelijk uit te laten over het vonnis. Evenmin herhaalde hij zijn eerder gegeven mening.

De behoedzaamheid waarmee hij de vragen beantwoordde, wijst volgens deskundigen die veel met Al-Azhar te maken hebben, erop dat hij zich zeer bewust is van de problemen waarin hij kan geraken. Aan de ene kant is bijna iedereen in Al-Azhar tegen hem, aan de andere kant wil de overheid onder geen beding dat Al-Azhar nog verder juridische uitspraken doet. Toen in het eerste proces tegen Abu Zeid de civiele rechter zich onbevoegd verklaarde, omdat hij geen oordeel wilde vellen over zaken die de shari'a betreffen, verwees hij de zaak naar Al-Azhar. Al-Azhar weigerde uitspraak te doen, zeggende dat het hier om een kwestie ging voor een civiele rechtbank. In werkelijkheid echter had de overheid Al-Azhar met hel en verdoemenis gedreigd als deze zich met de zaak zou bemoeien.

De uitspraak van het Hof van Cassatie trof de liberalen in Egypte als een bliksemstraal. Zij stellen dat het vonnis een regelrechte inbreuk is op de meest fundamentele rechten van democratie en vrije meningsuiting. En zij zien de manier waarop Al-Hayat het interview met Groot-Sjeik Tantawi interpreteerde als een nieuwe poging van fundamentalistische zijde om Egypte terug te brengen naar vroeger tijden.

    • Michael Stein