Nederlandse dressuurtop na Atlanta stuurloos en smal

ROTTERDAM, 23 AUG. Een revanche voor het dressuurzilver in Atlanta zat er gisteren tijdens de eerste wedstrijddag van het CHIO in het Kralingse Bos niet in. Sterker nog: het dressuurteam dat aspiraties had om olympisch goud te winnen eindigde achter Duitsland en Engeland als derde en laatste. Aan de landenwedstrijd dressuur namen slechts drie landen deel.

Van Grunsven was de enige Nederlandse amazone die partij wist te bieden in de landenwedstrijd. De amazone liet haar olympische paard Bonfire thuis genieten van een verdiende wedstrijdpauze en bracht Cameleon Cocktail aan de start. De hengst leek in de ring niet zo gemotiveerd en bleef de hele proef wat terughoudend. Zij eindigde individueel als tweede, opnieuw achter haar eeuwige rivale Isabell Werth, de Duitse winnares van het olympisch goud die voor de gelegenheid Anthony had gezadeld.

Over haar tweede plaats maakte Van Grunsven zich niet druk, wel over de derde plaats van het landenteam. Verontwaardigd: “Ik rijd hier gewoon voor gek, voor een derde plaats met het team, terwijl we die wedstrijd hier op eigen bodem natuurlijk hadden moeten winnen. Het kan toch niet alleen van mij komen? Het Nederlandse publiek heeft er recht op om zijn eigen top hier aan het werk te zien, maar van een top is gewoon geen sprake hier. Het lijkt wel of er niemand meer gemotiveerd is om zich te verbeteren. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je voor knokken. Als je jaren op hetzelfde niveau blijft hangen, moet je je training aanpassen, je dagindeling, je management, voor mijn part het voerschema van je paarden. Maar doe iets, zodat je verbetert.”

Het is een feit dat de Nederlandse dressuurtop zich absoluut niet verbreedt. Jeannette Haazen en Leida Strijk wonnen beide veelbelovend teambrons op het EK in 1993, maar lijken sindsdien geen enkele progressie meer te maken. Het echtpaar Haazen verkocht de afgelopen winter het eigen manegebedrijf in Zuid-Limburg om zich fulltime te kunnen richten op de dressuurloopbaan van Jeannette, maar tot nu toe zonder veel succes. Strijk had pech met zieke paarden, maar wist ook geen nieuwe paarden op te leiden die mee kunnen op het hoogste niveau. “Maar waarom heb ik de paarden en de progressie wél”, zei Van Grunsven retorisch. “Omdat ik er veel voor doe en steeds iets nieuws probeer. De beste jonge paarden, dat zijn veelbelovende goedgekeurde dekhengsten. Ik ben echt niet zo'n held met die sterke mannetjesputters, maar ik zoek iemand om die hengsten handzaam te maken voor mij en dan rijd ik heel Nederland door om die paarden te showen op demonstraties en ik richt ze verder af voor de wedstrijdsport. Dat is de manier om voor weinig geld aan hele goede paarden te komen. Tineke Bartels probeert dat nu ook en zo zouden veel meer talentvolle ruiters aan goede paarden kunnen komen. Als je maar niet thuis blijft zitten en er wat voor over hebt.”

Na Atlanta legde dressuurbondscoach Ernes zijn taak neer. Dat maakt de Nederlandse dressuurtop niet alleen smal, maar ook stuurloos. Een opvolger van Ernes zal in Nederland niet worden gevonden, denkt Van Grunsven. “Ik zie in de toekomst twee mensen functioneren. Eén manager, die bepaalt welke wedstrijden iedereen rijdt en de touwtjes strak in handen heeft. En één trainer, ik denk een buitenlander, die gerespecteerd is en samenwerkt met de al bestaande privé-trainers. Er moet snel iets gebeuren met de Nederlandse dressuur, want tussen de brede basis en de piepkleine top gaapt een enorme kloof. Zo kan het echt niet langer doorgaan.”

    • Claartje van Andel