Met dienstplicht ook VVDM weg

BREDA, 23 AUG. Het gebeurde in lokaal 40 van de Elias Beeckmankazerne in Ede, dertig jaar geleden. Op 4 augustus 1966 stond daar Loebas Oosterbeek, dienstplichtig soldaat van de verbindingsdienst, voor een peloton collega's om zijn gal te spuwen over de strakke en volgens hem niet bij de jaren zestig passende discipline in de krijgsmacht.

Hij wilde er wat aan doen en dat deed hij ook: Loebas nam het intiatief tot oprichting van de Vereniging van Dienstplichtige Militairen, kortweg VVDM, die later uitgroeide tot een geduchte militaire vakbond.

De oprichter en eerste voorzitter, nu vijftig jaar oud en copywriter in Amsterdam, is erbij als op 22 augustus 1996 de laatste dienstplichtigen afzwaaien in de Trip van Zoudtlandtkazerne te Breda. “Ik baalde destijds als een stier”, legt hij uit in de feesttent. “Die strenge normen in het leger stonden haaks op de veranderingen in de burgermaatschappij. Het was de tijd van Provo, D66, de bouwvakkersstaking in Amsterdam en de rellen bij het Telegraafgebouw. Maar in de kazerne, achter de poort, kwam je in vooroorlogse omstandigheden terecht.”

Bij gebrek aan dienstplichtigen wordt binnenkort de VVDM opgeheven, maar uit de as van de vereniging zal - weer op initiatief van Oosterbeek - iets nieuws verrijzen: de Stichting Erfgoed VVDM met als eerste doel 'het kritisch volgen van het Ministerie van Defensie'. “Bovendien”, zegt Oosterbeek, “willen we onze vakbondskennis, gedurende dertig jaar opgedaan, in stand houden en een kapitaaltje van minimaal 50.000 gulden vastzetten om een tweede VVDM op te richten als de dienstplicht opnieuw zou worden ingevoerd. Het is onwaarschijnlijk, maar je kan nooit weten.”

Begonnen met een handvol leden uit de Elias Beeckmankazerne bereikte de VVDM een numeriek hoogtepunt in de jaren zeventig, toen 35.000 van de 40.000 Nederlandse dienstplichtigen bij de club waren aangesloten. De voor zijn nummer opkomende soldaat bleek definitief uit zijn sluimering ontwaakt en bereid voor zijn rechtspositie te vechten. Na Loebas Oosterbeek telde de VVDM 52 andere voorzitters. De laatste is Marnix van Dalen (27), die de negen maanden dienstplicht (tot 31 oktober) volmaakt om zijn organisatie netjes ten grave te dragen. Ook hij is, met diverse medebestuurders, bij het feestelijke afscheid in Breda en draagt er de uitmonstering die als huisstijl van de vereniging geldt: een zwart t-shirt waarop een gestyleerd VVDM-logo is aangebracht.

Wapenfeiten? “Wat nog altijd het meest in het oog springt, is de vrije haardracht, die in 1971 bij wet werd geregeld, na de beruchte affaire-Rinus Wehrman, die vanwege zijn lange haar zeven maanden in de bak had gezeten. Ja, de zaak is opnieuw actueel, nu minister Voorhoeve kort haar verplicht wil stellen voor beroepspersoneel dat naar het buitenland wordt gezonden. Maar hij zal er een harde dobber aan krijgen, want de wet spreekt duidelijke taal.”

Een ander succes dat de VVDM wist te boeken, was de afschaffing van de groetplicht in 1973. Jaren later won de VVDM een soort loopgravenoorlog over de voeselverstrekking. Van Dalen: “Steevast werd zeven dagen eten op de wedde ingehouden, ook als iemand het weekend afwezig was. Toen zijn hele hordes soldaten op zondag naar de kazerne getrokken om voedsel te eisen, maar zonder het te krijgen, want de poort zat dicht en de kok was afwezig. Uiteindelijk is er in 1986 een bonnensysteem ingevoerd en diezelfde tijd is ook de inhouding voor huisvesting afgeschaft.”

Maar de VVDM kreeg zeker niet al haar verlangens ingewilligd. Van Dalen: “'s Maandagsmorgens moesten alle dienstplichtigen om acht uur op appèl staan, dus wie ver van de kazerne woonde, moest de avond daarvoor al van huis. Daarom hebben wij vurig gepleit voor een appèl om tien uur 's ochtends, maar dat is er niet van gekomen. Het bleef bij een aanbeveling van de generale staf, maar het waren de plaatselijke commandanten die beslisten, vaak negatief.” Ook de strijd om gratis openbaar vervoer is verloren. “Als dienstplichtigen”, aldus een nog licht verbitterde voorzitter, “zaten we qua verdiensten onder de bijstandsnorm en dan werd ook nog het treinkaartje van de wedde afgetrokken. Betalen voor verplicht vervoer, dat sloeg natuurlijk nergens op.” Ook bij het scheiden van de markt kan Van Dalen het niet laten. In de Bredase feesttent vol pilsjes drinkende sterren en balken ziet hij Voorhoeve langsschuiven en hij klampt de minister aan om hem een laatste VVDM-missive in de hand te drukken: “Men neme een bloempot, afgestemd op omtrek hoofd der militair. Men plaatse deze pot over het hoofd, vrij van de oren. Men neme een schaar, overeenstemmende met dagorder 69/07/17/665, en knipt de haren af die niet door de bloempot zijn bedekt.”