Los Lobos halen het 'live' lang niet bij hun cd's

Concert: Los Lobos. Gehoord 22-8 in Paradiso, Amsterdam. Verder 23-25 aug. op Lowlands Festival

Wat doet een disc-jockey die merkt dat hij het publiek niet aan het dansen krijgt? Vaak draait hij dan de geluidsknop open in de hoop dat een groter volume de meute in beweging krijgt. Ook de geluidstechnicus van Los Lobos reageerde gisteravond in Paradiso zo. Honderden knopjes heeft een mengpaneel tegenwoordig, maar de volumeknop was toch verreweg zijn belangrijkste middel. Steeds harder speelden de latino muzikanten uit Los Angeles, toen bleek dat het publiek lauw bleef reageren op hun traditionele rock 'n' roll en Mexicaanse volksmuziek. Zelfs de cynische opmerking van gitarist Cesar Rosas 'What an audience, what a rocking crowd!' lokte geen reactie uit.

Het was een onterechte uitval naar de onwillige bezoekers. Want dat het concert maar niet op gang kwam, lag niet aan de niet-dansende mannen waaruit het publiek in het uitverkochte Paradiso grotendeels bestond. Het probleem van Los Lobos is dat hun concerten slechts een flauwe afspiegeling zijn van hun cd's. Een paar jaar geleden, toen ze ook in Paradiso stonden, kwamen ze niet verder dan ongenuanceerde, bonkige versies van de subtiel geïnstrumenteerde nummers van hun voorlaatste cd Kiko. Ze speelden alsof ze direct van Schiphol naar Paradiso waren gekomen en nog kampten met een zware jetlag.

Gisteravond was het niet veel anders. De precieze ketelmuziek van hun laatste cd Colossal Head ontaardde in Paradiso in rommelige nummers, opgesierd met langdradige solo's van de gitaristen David Hidalgo en Cesar Rosas en multi-instrumentalist Steve Berlin. Soms kabbelde de muziek zo lang en onbestemd voort, dat men zich bij een concert waande van de erfgenamen van The Grateful Dead, de meesters van de urenlange, oeverloze improvisaties.

Alleen aan het begin van sommige nummers veerde het publiek op - Los Lobos zijn en blijven tenslotte de meesters van het intro. Maar steeds werd de belofte niet ingelost: wat volgde was onveranderlijk lauw, alsof De Wolven uit de Engelenstad weer dodelijk vermoeid uit het vliegtuig waren gestapt. Zelfs het gedeelte met polka's, die bij hun Limburgse geestverwanten Rowwen Hèze altijd leiden tot massaal carnavalsgehos, kon niets losmaken in Paradiso. Stokstijf stond het publiek en keek ernaar.