Instelling van databank voor DNA-gegevens criminelen

DEN HAAG, 23 AUG. In het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk wordt vanaf 1 september een landelijke databank voor DNA-gegevens geopend. In die databank worden de DNA-profielen verzameld van personen die zich hebben schuldig gemaakt aan een seksueel misdrijf. DNA is de naam voor de moleculen waarin erfelijke eigenschappen zijn gecodeerd. Daarnaast wordt ook sporenmateriaal van nog niet geïdentificeerde daders vastgelegd.

Met de opening van de DNA-databank in Rijswijk wordt de opsporing van verdachten van seksuele misdrijven vereenvoudigd. Gegevens van daders uit verschillende regio's worden bij de nieuwe landelijke databank bij elkaar gebracht. Recidivisten kunnen daardoor veel sneller worden opgespoord. Na onderzoek van nieuwe sporen kunnen de profielen daarvan worden vergeleken met eerder gevonden profielen, die al dan niet zijn geïdentificeerd.

Sinds twee jaar is er een wet van kracht waarmee verdachten van een ernstig misdrijf kunnen worden gedwongen lichaamsmateriaal af te staan voor DNA-onderzoek. Het materiaal dat voor het onderzoek van verdachten kan worden afgenomen bestaat uit bloed, haarwortels en wangslijmvlies.

Het bevel tot zo'n DNA-onderzoek kan alleen worden gegeven bij voldoende ernstige verdenking van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld of van zeden- of geweldsmisdrijven als gijzeling en ernstige mishandeling.

De betrouwbaarheid van DNA-onderzoeken is groot. Volgens de wet moet het celmateriaal worden vernietigd zodra het belang van het onderzoek dit toelaat. Profielen, verkregen uit sporenmateriaal dat niet op naam is gesteld, worden achttien jaar bewaard, daarna worden zij vernietigd.

Bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) van het ministerie van Justitie is inmiddels een systeem in gebruik genomen waarin ook andere gegevens van daders van zedenmisdrijven worden verzameld. Daar gaat het met name om de wijze waarop de misdrijven zijn gepleegd.

Over het algemeen bedienen daders zich van hun eigen methode, die als een 'handtekening' worden vastgelegd en daarna in het systeem wordt ingevoerd. De CRI nam hiervoor het Canadese systeem Viclass over. Daarin worden ook gegevens over andere misdrijven vastgelegd.