Het oog moet dwalen; Volledig getekende psalmen in het Utrechts psalter

De middeleeuwse kunstenaars die in de negende eeuw het Utrechts psalter illustreerden, kozen voor een opmerkelijk systeem: ze beeldden elk psalm zo letterlijk mogelijk uit, op het krankzinnige af. Samen met andere bijzondere middeleeuwse manuscripten wordt het psalmenboek binnenkort in Utrecht geëxposeerd. “Geen dier is bladvulling, geen slang bijt in een hoofdletter.”

Het Utrechts psalter. Middeleeuwse meesterwerken rond een beroemd handschrift. Museum Catharijneconvent, Nieuwegracht 63, 63 Utrecht. 31 aug. t/m 17 nov. Catalogus: museumeditie, paperback ƒ 69,50, in de boekhandel, gebonden ƒ 165. Cd-rom ƒ 69,50. Tijdens het Festival Oude Muziek, 30 aug. t/m 8 sept. in Utrecht, wordt psalmuziek uitgevoerd uit verschillende tijden en stijlperioden.

Als dit het Utrechts psalter was, zag u boven deze regels een tekening van een stuk of veertig kalveren, grazend op een heuvel. Naast de kalveren waren een wijnstok, een doornstruik en een beekje afgebeeld. Want in deze eerste alinea wordt verteld waar dit middeleeuwse meesterwerk van gemaakt is. Het manuscript is vervaardigd van veertig vellen kunstig uit kalfshuid gewonnen perkament en van roestbruine inkt, samengesteld naar het door Theophilus overgeleverde recept: de bast van doornstruik, verdund met water en witte wijn, en voor de letters met nog een beetje vitriool. Er is dus geen bladgoud gebruikt, en niets van het diepe blauw waar middeleeuwse miniaturen beroemd om zijn, maar als dit het Utrechts psalter was, zou de tekenaar toch geprobeerd hebben zelfs die kleuren met zijn roodbruine inkt weer te geven - want in dit boek vindt bijna elk woord zijn gelijke in een tekening. Alle 150 psalmen zijn er in geïllustreerd, op een manier die na de Middeleeuwen helaas in onbruik is geraakt.

Het Utrechts psalter wordt sinds 1716 bewaard in de bibliotheek van de Universiteit van Utrecht. Op 31 augustus van dit jaar wordt het uit zijn kluis gehaald voor een korte reis naar museum Het Catharijneconvent. Daar zal het boek, opengeslagen op de eerste bladzijde, samen met een groot aantal verwante middeleeuwse handschriften uit binnen- en vooral buitenland het onderwerp vormen van een uitzonderlijke tentoonstelling.

Het Utrechts psalter is op het eerste gezicht niet zo aantrekkelijk als bekendere middeleeuwse manuscripten. De 166 tekeningen zijn niet gekleurd, de bladzijden lijken niet op Keltisch edelsmeedwerk zoals de Ierse en Engelse manuscripten uit de vroege Middeleeuwen en evenmin overdonderen ze met zoete Madonna's in lange gewaden of statig realistische landschappen uit latere produkten van het vasteland. Scherpe contouren en duidelijk omlijnde vlakken ontbreken in het psalter. Snelle, priegelige schetsen zijn de tekeningen, krioelend van figuurtjes en voorwerpen, soms zo klein dat je een loep wilt hebben om ze recht te doen. Mens en dier bevinden zich in het psalter niet in een stram kader, maar in een vrije ruimte, hun actieradius slechts ingeperkt door glooiende heuvels en ronde stadsmuren. En het is niet alsof mens en dier ondanks alles wat ze doen stil staan, dit is niet de wereld van de schone slaapster waarin zoveel figuren op middeleeuwse miniaturen opgesloten lijken, hier kunnen mens en dier elk ogenblik van plaats veranderen, de wind is al begonnen; elk moment kan hij de met honderden streepjes geplooide tunieken doen opbollen. Het oog krijgt in het psalter nooit een totaalindruk, het moet dwalen, tussen de heuvels inzoomen op een mannetje dat midvoor met een kronkelende wijnrank vecht of scherp stellen op een leeuw die zich rechtsonder in zijn hol verstopt. En telkens zijn enkele lijnen genoeg om met de roestbruine inkt een leeuw, een stad, of een uitdrukking van schaamte te scheppen. Nooit gaan kleur en vorm op de loop met een onderwerp, brengen het onder in een orde waar andere wetten gelden; geen dier is bladvulling, geen slang bijt in een hoofdletter. Het oog wordt niet in slaap gesust door harmonie. Daardoor valt des te meer op hoe ongebruikelijk de verzameling mensen en dingen is die op een tekening zijn samengebracht. Wat doen die twee lege stoelen daar, boven psalm 106, bijna even groot als de twee boten die vlak onder ze varen? En waarom staan er boven psalm 116 drie bedden op een heuvel? En zitten boven psalm 17 naakte mannen rond een gedekte tafel? Anders dan de meeste middeleeuwse handschriften geeft het Utrechts psalter zijn geheimen pas echt prijs als je het leest. Pas dan wordt duidelijk waarom dit boek een van de belangrijkste schatten is die uit de Middeleeuwen zijn overgeleverd.

Aap noot mies

De psalmen werden in de Middeleeuwen zo veel gelezen dat ze vaak in een apart boek gebundeld werden: het psalter. Monniken citeerden in een week het hele psalter tijdens de diensten; heiligen en bisschoppen maakten het vaak nog bonter door een, soms zelfs twee maal op een dag alle psalmen te reciteren. De psalmen waren ook nog eens het 'Aap noot mies' van de Middeleeuwen. Leken en geestelijken leerden ermee lezen; psalteratus betekende hetzelfde als literatus.

Lang is gedacht dat het Utrechts psalter een manuscript was uit de late oudheid. Dat kwam door de letter die voor de tekst was gekozen, de capitalis rustica die in de Middeleeuwen niet veel voorkwam, door de mild illusionistische stijl van de tekeningen en door de antieke indruk die de afgebeelde dingen maken: de mannen dragen steevast tunieken en alle kerken zijn afgeleid van laat antieke voorbeelden. Pas in de negentiende eeuw kwam men tot het inzicht dat het psalter omstreeks 830 gemaakt moet zijn, waarschijnlijk in het Benedictijner klooster Hautvillers in de buurt van Reims. Dat werd afgeleid uit de overeenkomsten tussen het psalter en andere boeken uit dit klooster die wel te dateren zijn, zoals het Evangelieboek van Ebbo, bisschop van Reims en zoogbroeder van Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote. Het psalter is een produkt van de Karolingische Renaissance. Dat verklaart de antieke indruk die het boek maakt; de makers hebben daar bewust naar gestreefd, in navolging van Karel de Grote, die de renovatio emperii romani had verordonneerd.

Koert van der Horst, conservator handschriften van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek, slaat het psalter open. Niet het echte helaas, dat is te kostbaar, maar een facsimile uit 1984. Hij kan het latijn lezen. Ik heb mijn bijbel meegebracht en blader naar psalm 90: 'Want al onze dagen gaan voorbij door uw verbolgenheid/ wij voleindigen onze jaren als een gedachte'. Hoe moet je deze teksten illustreren, deze poëzie jubelt en klaagt, maar een verhaal is er vaak niet in te vinden. Het boek Genesis, dat in de late Oudheid en in de Middeleeuwen vaak ook uitvoerig werd geillustreerd, moet voor de tekenaars meer houvast hebben geboden. Toch heeft juist het Utrechts Psalter van alle bewaard gebleven handschiften uit de School van Reims de meeste illustraties gekregen. Na de 150 psalmen volgen nog 16 cantica (gebeden en geloofsbelijdenissen), die ook allemaal een tekening hebben gekregen.

Bij gebrek aan verhaal bedachten de Middeleeuwers drie mogelijkheden voor het illustreren van een psalter, waarvan op de tentoonstelling verscheidene voorbeelden te zien zijn. Vaak zette men in het psalter een portret van David, de vermeende schrijver van de psalmen en beeldde men scènes uit zijn leven af. Ook het Utrechts psalter beeld de psalmist af; hij komt, niet als David, maar als een soort verteller, op elke tekening voor. Andere psalters kozen voor het leven van Jezus, dat in de psalmen voorspeld zou zijn. Deze methode is in het Utrechts psalter nauwelijks nagevolgd, al komt Christus op bijna elke tekening voor. Maar hier treedt hij op als de God die in de psalmen wordt aangeroepen. Af en toe krijgt hij gezelschap van een duif: de heilige geest.

De makers van het Utrechts psalter kozen meestal een veel moedigere oplossing, geïnspireerd door de beeldrijke taal van de psalmen. Ze stoorden zich niet aan een woord als 'als' of 'niet': alles wat geschreven stond, kwam voor afbeelding in aanmerking, een vergelijking net zo goed als een verzuchting, een ontkenning net zo goed als een bevestiging. Als in psalm 118 sprake is van vijanden die de psalmist omringen als bijen, staat er op de tekening een man omringd door een groep soldaten met speren. En tussen hen in vliegen bijen. Als vers 3 van psalm zeven luidt 'opdat hij mij niet als een leeuw verscheure', dan wordt er op de tekening een man door een leeuw verscheurd. Het Utrechts psalter is letterlijk tot in het krankzinnige.

Vaak beeldden de makers alleen het tweede deel van een vergelijking af, zonder zich te bekommeren om de positieve of negatieve lading die de tekst moet geven. Als vers 13 van psalm 49 luidt 'Maar de mens met al zijn praal houdt geen stand; / hij is gelijk aan de beesten, die vergaan', dan laat het psalter een vrolijk groepje paarden zien. Alleen als het echt niet anders kan, nemen de makers hun toevlucht tot personificaties en symbolen: rechtvaardigheid is een weegschaal, ook als die in de tekst niet voorkomt.

Olijfscheuten

Wie het systeem eenmaal doorheeft, kan het psalter net zo makkelijk volgen als een middeleeuwer. Met behulp van een Nederlandtalige bijbel en de facsimile schakel je net zo lang tussen tekst en tekening tot er geen verschil meer tussen bestaat: woord en beeld vallen voor even samen. Het is na enig oefening ook niet moeilijk te raden welke woorden voor uitbeelding in aanmerking komen. Neem de korte psalm 128 (in het psalter 127), hier rechtsboven afgebeeld:

Welzalig ieder die de Here vreest, die in zijn wegen wandelt, 2 want gij zult eten de opbrengst van uw handen; welzalig gij, het zal u welgaan. 3 Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok binnen in uw huis; uw zonen als olijfscheuten rondom uw dis. 4 Zie, zo zal de man gezegend worden, die de Here vreest. 5 De Here zegene u uit Sion, opdat gij het goede van Jeruzalem moogt zien al uw levensdagen, 6 en opdat gij uw kindskinderen moogt zien. Vrede zij over Israel.

De meeste plaats is op de tekening ingeruimd voor vers 2: de opbrengst van uw handen. Buiten de muur, een toevoeging van de tekenaar, worden graan en wijn geoogst en bereid. Het eten vindt plaats aan de tafel rechtsboven de muur, daar zit de gij met zijn vrouw en zonen rondom de dis (vers 3). Achter de vrouw groeien wel vier wijnstokken, een overdrijving van de eerste regel van dit vers. De olijfscheuten kon de tekenaar bij de tafel niet meer kwijt, die staan in het midden van de tekening, met drie zonen ernaast. Vers 2 en 3 zijn dus compleet uitgebeeld, alleen het 'binnen uw huis' is overgeslagen; in het Utrechts psalter staan vrijwel geen interieurs. Ook van de minder makkelijke verzen 2 en 4 zijn gedeeltes afgebeeld: linksboven staat de heer, die een zegenend gebaar maakt, met drie niet in de tekst genoemde engelen, rechts tegenover hem de psalmist. Onder de heer is een tempel uitgebeeld met twee knielende mannen; zij vrezen de heer. Rechts van hem nog twee mannen waarvan er een in de richting van de tempel loopt en de ander ervandaan gaat: welzalig ieder die in zijn wegen wandelt.

Niet bekend

Uit het voorbeeld van psalm 128 blijkt dat het Utrechts psalter geen stripverhaal is, en evenmin een rebus. De tekening kan niet van rechts naar links of van boven naar beneden gelezen worden; de concrete woorden uit de tekst zijn in een willekeurige volgorde in een landschap geplaatst.

Het enige dat de hedendaagse lezer zal kunnen hinderen bij de sprong van woord naar beeld en vice versa is de vertaling die hij gebruikt. Daarin is soms een letterlijk beeld verloren gegaan.

Cd-rom

Het Utrechts psalter was in de negentiende eeuw het eerste middeleeuwse manuscript waar een facsimile van werd gemaakt. Nu beleeft het weer een primeur: het boek is op cd-rom gezet. Dat vergemakkelijkt de overgang van woord en beeld. Met een simpele muisklik op een passage in de tekst verschijnt op de tekening een kader dat het bijbehorende gedeelte omsluit. Verder is er een beschrijving van alle tekeningen opgenomen en kan men op onderwerp zoeken.

Niet bekend

De makers van het Utrechts psalter hebben het letterlijke systeem niet zelf bedacht. Waarschijnlijk hadden ze de beschikking over een voorbeeld uit de late oudheid, maar zeker is dat niet; het voorbeeld is in ieder geval nooit gevonden. Er zijn op de tentoonstelling nog een paar psalters te zien, onder meer uit Byzantium, die hetzelfde systeem hanteren, zij het niet zo uitgebreid. Ook worden er drie Engelse psalters getoond, die direct op het Utrechts psalter geïnspireerd zijn. Het psalter was omstreeks het jaar 1000 in de kathedraal van Christ Church, zetel van de aartsbisschop van Canterbury, terechtgekomen. Daar werd het tussen 1000 en 1200 drie maal gekopieerd. Deze handschriften zijn wel in kleur. Ze laten goed zien dat het systeem van het Utrechts psalter niet aan één stijl gebonden was: de Engelse miniaturen zijn statiger dan hun voorbeeld, de soldaten, zogende moeders, engelen en demonen betreden de wereld van de schone slaapster. Toch is het Utrechtse systeem al in de Middeleeuwen in onbruik geraakt. De makers van de meeste geïllustreerde psalters kozen voor scènes uit het Oude of Nieuwe Testament.

Als deze pagina tot het Utrechts psalter hoorde, hadden in één tekening zulke diverse dingen een plaats moeten vinden als een cd-rom, de kathedraal van Christ Church, vrolijke paarden en een stripverhaal. Het is jammer dat het Utrechtse systeem zo weinig is nagevolgd. Wat zou er gebeurd zijn als het van de psalmen overgeslagen was op andere gedichten en liederen? Graag zou ik een tekening zien van Dèr Mouws op de psalmen geïnspireerde gedicht over Gods wijze liefde, waarin god niet alleen appelbomen en schapen schept, maar ook tientjes en waterleidingbuizen. En wat te denken van Cole Porters vrolijke lied You're the top, waarin een geliefde onder meer met de toren van Pisa, een Camembert en Mickey Mouse vergeleken wordt? Een ander boek uit de Bijbel zelf is ook goed. Het Hooglied bijvoorbeeld. Bij de lofzang op de schoonheid van de bruid zouden duiven, geiten, granaatappels, een waterbron en de tweelingjongen van gazellen worden getekend, ondergebracht in een bergachtig gebied. Een vrouw is niet nodig. Haar portret is opgegaan in een persoonlijk gestoffeerd landschap; zij is de dingen geworden.