Het lot van Lebed

IN HET GROOTSTE LAND ter wereld is een spel om de macht gaande dat zelfs als libretto voor een angstaanjagende opera nog ongeloofwaardig zou zijn. Waarheid en leugen zijn in Rusland inmiddels zo verstrengeld geraakt dat er nauwelijks nog een touw aan vast te knopen is.

Daarom eerst een korte samenvatting van het voorafgaande. Een paar dagen na de definitieve herverkiezing in juli van president Boris Jeltsin, die in zijn campagne hoog had opgegeven van zijn voornemen om de uitzichtloze oorlog in Tsjetsjenië te beëindigen, beginnen de Russische troepen in de Kaukasus met precies het omgekeerde van wat het staatshoofd had beloofd: ze hervatten hun offensief. Een maand later, een paar dagen voor de beëdiging van Jeltsin in het Kremlin, reageren de Tsjetsjeense guerrillastrijders op een wijze die hen in de nu bijna twee jaar durende oorlog wel is toevertrouwd: ze heroveren de hoofdstad Grozny grotendeels. De militaire leiding in de Kaukasus voelt zich vernederd en besluit tot de aloude tactiek der verschroeide aarde: de stad wordt weer eens platgebrand. Waarop voormalig generaal Aleksandr Lebed, sinds juni secretaris van de veiligheidsraad en in die hoedanigheid ogenschijnlijk rechterhand van de president, zich op het toneel meldt: hij verklaart dat de bevelen van het staatshoofd niet door Jeltsin zijn ondertekend en vertrekt richting Grozny. De president zelf is intussen op inspectiereis in de bossen buiten Moskou. Of wordt hij gedotterd wegens zijn hardnekkige hartkwaal?

We weten het niet. We weten wel dat Lebed succes lijkt te hebben. Hij zet de subversieve Russische generaals in de Kaukasus in de houding en sleept vervolgens voor de poorten van de hel in Grozny een wapenstilstand weg. Maar dan komt de president plotseling weer tevoorschijn. Hij keert in het Kremlin terug om een paar ministers (onder wie een populistische communist uit het Siberische mijnwerkersbolwerk Koezbass) te benoemen en terloops laat het staatshoofd via de televisie nog even weten dat hij niet zo tevreden is met deze dadendrang van Lebed maar dat het desondanks allemaal wel goed zal komen. Vandaag zouden ze het er nog eens onder vier ogen over hebben, zo laat de voorlichter van Lebed daarop weten. Niets van waar, repliceert het presidentiële secretariaat.

HOE HET SPEL, dat in Tsjetsjenië inmiddels tienduizenden doden heeft gekost, zich nu verder afwikkelt, blijft dus raadselachtig. Want Lebed mag dan een staakt-het-vuren hebben afgedwongen, een aantal essentiële machtsvragen heeft hij daarmee nog niet opgelost.

Met zijn optreden van afgelopen week is hij over de leiding van het leger en met name de binnenlandse strijdkrachten heengewalst. De minister van Defensie lijkt hem vooralsnog te steunen, hetgeen niet zo gek is omdat hij op voorspraak van Lebed is benoemd. Maar hoe lang nog? In een paar Russische kranten is het akkoord van gisteren vandaag niet geheel ten onrechte al bestempeld als een capitulatie. Vergelijkbaar zelfs met de nederlaag in 1905 tegen Japan, hetgeen op zich al een omineuze historische analogie is die menige nationalistische snaar beroert.

Bovendien moeten de details in de Kaukasus nu worden afgehandeld door de lokale commandant Tichomirov. En diens loyaliteit aan Lebed zal nog moeten blijken, zeker nu hij zich verbaal gesteund weet door de president zelf. Om over de binnenlandse strijdkrachten van minister Koelikov van Binnenlandse Zaken, die reden heeft om Lebed te haten omdat de laatste hem vorige week heeft neergezet als een gevaarlijke amateur, nog maar te zwijgen. Zijn positie mag niet onderschat worden. Qua vuurkracht doen de binnenlandse strijdkrachten binnen Rusland niet voor het leger onder.

In kringen van de politieke elite in Moskou zelf ziet menigeen de doortastende Lebed vermoedelijk ook liever struikelen dan zegevieren. Premier Viktor Tsjernomyrdin bijvoorbeeld is een van hen. Hij is pro forma tweede man in de hiërarchie van de staat en wil dat graag zo houden. Jeltsins kabinetschef Anatoli Tsjoebais, die de verkiezingscampagne van de president heeft georganiseerd met geld van 'nieuwe rijken' zoals bankier Vladimir Potanin (inmiddels toegetreden tot de rang van eerste vice-premier), heeft tot nu toe evenmin zijn liefde voor Lebed betuigd. Dat is niet onbelangrijk, omdat Tsjoebais een cruciale rol speelt in de Kremlin-intriges en de relaties met de nieuwe financiële tycoons. Als Lebed overeind zou blijven en dus machtiger dan ooit zou worden, moeten zijn bondgenoten in de financieel-industriële wereld immers rekening houden met een wat andere houding jegens corruptie en belastingmoraal.

HET ANTWOORD op de vraag of Lebed het komende tijd redt of niet, ligt daarom uiteindelijk toch weer in handen van Jeltsin. Zijn standpunt over Tsjetsjenië is nog altijd onduidelijk. Hij wil vrede, maar wel tegen de geringst mogelijke prijs. Hij wenst bovendien het machtsevenwicht tussen de verschillende gewapende én politieke machten koste wat kost in stand te houden. Jeltsin wil dus liever niet kiezen. Maar Lebed lijkt hem daartoe nu wel te dwingen. En wel tussen een perspectief op vrede, hoe smadelijk ook, en een voortgezette mobilisatietoestand.

In de afgelopen vijf jaar heeft Jeltsin er blijk van gegeven zich meer thuis te voelen bij crisis dan bij stabiliteit. Te hopen valt dus slechts dat zijn ziekte en de nog altijd niet rooskleurige sociaal-economische vooruitzichten voor Rusland zijn verlangen naar verdeel-en-heers nu eindelijk eens zullen beteugelen.