Gee, Officer Krupke! - naturel uit de strot; Leonard Bernsteins lef bij het componeren van West Side Story

Moeiteloos vermengde Leonard Bernstein ritmes uit Latijns-Amerika en highbrow compositie- technieken voor West Side Story. En vrijwel iedere muziekstudent die van het blad leert zingen, gebruikt Tony's smachtende aanhef 'Maria' voor het vinden van de verminderde kwint. De nieuwe Nederlandse versie van de musical gaat binnenkort in première.

West Side Story, in een regie van Eddy Habbema en in Nederlandse een vertaling van Koen van Dijk. Carré, Amsterdam, 8 t/m 29 sept. T/m juni 1997 tournee langs 40 theaters. Inl. en reserveringen 06-300500

Cd's: West Side Story-Original Broadway Cast, Columbia CK 53152; Bernstein, West Side Story, Deutsche Grammophon 415 253-2

La Mega se pega!, schalt het uit de neergerolde ramen van een voorbij ronkende, oude Cadillac. De stationcall van New-Yorks populairste Latijns-Amerikaanse radiostation wordt prompt gevolgd door een onwaarschijnlijk rappe merengue. Het opzwepende gerasp van de guiro en de kwetterende trompetten weten een paar voorbijgangers op het trottoir tot spontane heupbewegingen en danspasjes te bewegen. Een wat mollige oudere vrouw zet er zelfs speciaal even haar boodschappentassen voor neer. Op straat geurt het zoetig naar amarillitos, gefrituurde banaan. Een groepje mannen speelt een potje domino in de schaduw die de luifel van een 24-uurs bodega hen biedt. De voertaal hier is Nueyorican, een linguïstische hutspot van New-Yorks slang en Caraïbisch Spaans. Men spreekt van el rufo (het dak), of la yarda (de tuin). Wat je in het Engels zo gauw niet te binnen wil schieten, zeg je in het Spaans en vice versa. Het is het hart van Spanish Harlem, zo rond Amsterdam Avenue en 105th Street, het deel van Manhattans Upper West Side waar Leonard Bernsteins West Side Story zich afspeelt.

Ze staan er nog steeds, de veelal vijf etages hoge huizenblokken uit de eerste decennia van deze eeuw. Langs de voorgevels bevinden zich de karakteristieke neerwaarts zigzaggende brandtrappen, waar Tony de zojuist aan het venster verschenen Maria zijn liefde bekende. Ook de gebutste vuilnisbakken vormen bekende rekwisieten en achter menig raam prijkt, klein maar fier, een Puertoricaanse vlag. The Jets en the Sharks zijn inmiddels echter gehuisvest in de troosteloze woontorens van de housing projects; sociale woningbouw, die de aanblik van de buurt domineert en er op gericht lijkt de bewoners elk rooskleurig perspectief op het leven te ontnemen.

De multiraciale samenleving van de VS is opgebouwd uit segmenten die strak worden afgebakend door ras- en inkomensverschillen, een gegeven waar West Side Story zijn voornaamste thematiek aan ontleent. Als een nieuwe bevolkingsgroep een buurt betrekt, trekt de oude er veelal weg. Zo bonkt het Puertoricaanse hart al lang niet meer het heftigst aan de West Side, maar in de Barreo Obrero, rond Lexington Avenue en 110th Street. Als West Side Story nu haar première zou beleven, zou het hoogstwaarschijnlijk East Side Story heten. Of Loisada, naar de algemeen geworden verbastering door Latijns-Amerikaanse immigranten van Lower East Side Avenue.

Toen regisseur en choreograaf Jerome Robbins in januari 1949 Leonard Bernstein opbelde met het verzoek of hij er voor voelde een moderne versie van het Romeo en Julia-verhaal te toonzetten, was er inderdaad sprake van een East Side Story. Het verhaal zou zich afspelen in de sloppenwijken bij Orchard Street, rondom de paasviering. De Capulets waren joods, de Montagues katholiek. Friar Laurence de apotheker op de hoek. Het zou een produktie worden die een tragisch verhaal vertelt, gebruik makend van de middelen van de musical comedy. Pas in 1955 kwam Bernstein, na lezing van een krantenartikel over rivaliserende jeugdbendes, op het idee het stuk in Spanish Harlem te situeren, met een Puertoricaanse Julia en een Anglo-Amerikaanse Romeo. Deze ingeving bracht en kentering teweeg in de aanpak van het drama, en verschafte het de onmiskenbare karakteristieken. De impuls van de Latijns-Amerikaanse muziek verleende aan de partituur een elektriserende werking. De ritmische gelaagdheid vermengde zich moeiteloos met dissonante harmonieën en suggestief toegepaste highbrow compositietechnieken. Dat er een gat van zo'n acht jaar zit tussen Robbins' eerste telefoontje en de première van West Side Story, in Washington, augustus 1957, heeft vooral te maken met Bernsteins werk voor Candide. Tussen deze musical, die in december 1956 voor het eerst werd uitgevoerd en West Side Story bestaat een wederzijdse wisselwerking. Materiaal dat in het ene stuk niet paste, kwam terecht in het andere. Zo is Tony en Maria's duet 'One Hand, One Heart' oorspronkelijk bedoeld geweest voor Candide en Cunegonde. Het huwelijksduel 'O, Happy We' uit Candide zag het licht als een lied in een scène met een straatfeest in West Side Story, die ergens tijdens het creatieve proces gesneuveld is. De andere belangrijke factor die van invloed is geweest op de trage ontstaansgeschiedenis van West Side Story, was Bernsteins activiteit als dirigent. Deze nam het grootste deel van zijn tijd in beslag sinds hij in november 1943 beroemd werd, na een invalbeurt voor de door griep gevelde dirigent Bruno Walter met de New York Philharmonic.

Magistrale ramp

Essentieel onderdeel van de persoonlijkheid van Leonard Bernstein was zijn haast dwangmatige behoefte tot communicatie. Als dirigent en componist met het publiek, maar ook in een breder, educatief verband. Bernstein was zich, als eerste in de muziekwereld, ten volle bewust van de impact en mogelijkheden van de moderne media. Met zijn Young People's Concerts en de Omnibus-televisieprogramma's maakte hij een miljoenenpubliek vertrouwd met eigentijdse muziek, van jazz tot Boulez. Het liefst was hem echter de communicatie op het directe, persoonlijke niveau. Het is frappant hoeveel mensen ik in de loop der jaren, als het gesprek terloops op Leonard Bernstein kwam, een foto uit hun portefeuille tevoorschijn zag halen. En altijd zat-ie er dan weer: luidkeels zingend achter de piano, op feestjes, of in een geleende ochtendjas bij mensen thuis. Het zijn steevast een beetje donkere, wat wazige foto's. De asbakken zijn vol en de flessen leeg. Ik vermoed dat er enige duizenden van dit soort kiekjes in de wereld in omloop zijn. Zijn drang om in de schijnwerpers te staan was zo sterk, dat hij, al letterlijk doodziek, door bleef gaan met dirigeren tot het echt niet meer ging. Zijn allerlaatste concert, in augustus 1990, enige weken voor zijn overlijden, vond plaats op dezelfde locatie waar hij vijftig jaar eerder was begonnen: het Tanglewood Music Center in New England, opgericht door Serge Koussevitzky, samen met Fritz Reiner Bernsteins voornaamste leermeester. Op het programma stonden Brittens Four Sea Interludes en Beethovens Zevende Symfonie. Het concert was een ramp, zij het bij vlagen een magistrale ramp. Het Allegro had de tred van een zwalkende treurmars en duurde zodoende een pijnlijke eeuwigheid, alle staande ovaties ten spijt. Na afloop zocht ik hem op, om hem te bedanken voor het sponsoren van mijn verblijf als componist in Tanglewood. Zijn ogen waren dof, zijn gelaat ingevallen. Geen schaduw was er over van de sprankelende geest, met de grote voorliefde voor woordspelletjes en anagrammen, die ik had leren kennen. Het besef dat zijn carrière als muzikant definitief ten einde was, was begonnen tot hem door te dringen. “Het is geloof ik wel mooi geweest zo. It is time to finalize the deal.” De muziek van West Side Story is in een relatief korte tijd diep doorgedrongen in het collectieve bewustzijn. Vrijwel iedere muziekstudent die zich in solfège, het blad zingen, bekwaamt, maakt van Tony's smachtende aanhef “Maria” gebruik als ezelsbruggetje voor het vinden van de verminderde kwint. Ter vergelijking: het Wil-hèl, van het Wilhelmus, is het gangbare archetype voor de reine kwart, het Altijd-is, van Kortjakje, staat model voor de grote sext.

Team

Wat West Side Story bijzonder maakt ten opzichte van andere musicals, is dat het buiten de grenzen van het genre treedt. Deze onconventionaliteit is niet bedacht of gecreëerd, maar het resultaat van de samenwerking van een ongewoon getalenteerd team. Als gevolg daarvan kenmerkt West Side Story zich door een grotere mate van complexiteit en veelzijdigheid dan in de musical gebruikelijk is. Dit treedt niet alleen op de voorgrond in de partituur, maar bijvoorbeeld ook in de baanbrekende choreografieën van Jerome Robbins, zoals we die kennen van de uit 1961 daterende filmversie. Samen met het scenario van Arthur Laurents en de liedteksten van Stephen Sondheim, bezig aan zijn Broadway-debuut, wist het een voor het muziektheater zeldzame eenheid van vorm en inhoud te bewerkstelligen.

Opmerkelijk aan de partituur is de handigheid waarmee Bernstein gebruik maakte van de clichés van het genre, om deze vervolgens als kapstok te gebruiken voor muzikale gedachten die hij van elders importeerde. In de wilde, exuberante passages zijn de invloeden van Stravinsky en Gershwin duidelijk waarneembaar. Maar door de Stravinskiaanse methodes van gevariëerde herhaling te vermengen met elementen uit de bigband-traditie en deze te overgieten met een Latijnse saus, krijgt de muziek lef en authenticiteit. De toon is bij vlagen ook mierzoet, maar is dan steeds net te slim om camp te worden, het trieste lot dat de Sound of Music is beschoren. Daarvoor zitten er net te veel verrassende wendingen en muzikale vondsten in.

Het is betwistbaar of West Side Story Bernsteins meest representatieve compositie is. Delen uit Candide, of de On the Waterfront-suite, vervaardigd voor Elia Kazans gelijknamige film uit 1954, zijn in muzikaal opzicht gedurfder en geslaagder. Het manco aan Candide is dat het als geheel veel minder een eenheid vormt en nogal wat wisselvalligheden kent in het libretto.

Van West Side Story bestaan talloze opnames. Over het algemeen wordt de door Deutsche Grammophon in 1984 uitgebrachte versie gezien als een standaard-uitvoering van het werk. Dit is echter louter omdat de cast bestaat uit operasterren als Kiri Te Kanawa en José Carreras. Het klinkende resultaat is stijf, afstandelijk en levenloos. Het blijft voor geschoolde stemmen een welhaast onmogelijke opgave om een simpele uitroep als 'Gee, Officer Kruppke' enigszins naturel uit de strot te krijgen. West Side Story is een stuk dat speculeert op de drive en spontaniteit van jong talent, het is niet geschreven als uitstalkast voor gevestigde namen. De eerste opname, die van de originele Broadway-produktie, onlangs heruitgegeven door Columbia, is nog steeds de beste. Van de eerste maten van de proloog tot de fatale schoten in de finale, spatten de vonken en het speelplezier er vanaf en wordt je als luisteraar deelgenoot van de geweldige sensatie die het stuk destijds bij zijn verschijnen teweeg gebracht moet hebben.

Het is de laatste jaren een beetje saai op Broadway, verhoudingsgewijs althans. Grote nieuwe produkties als Andrew Lloyd Webbers Sunset Boulevard lijken vooral te drijven op een aaneenschakeling van visueel spectaculaire effecten. De muziek is hierbij prettig aanwezig, onopvallend in het gebruik van stijlmiddelen en wordt veelal opgevat als een handig middel om decorwisselingen te overbruggen. Het engageren van Hollywood-sterren als Glenn Close, blijkt te werken voor zolang het duurt. Zodra haar contract afliep, daalde de animo aan de box-office dramatisch. Een nieuwe trend is het opnieuw uitbrengen van oude Rodgers & Hammerstein kassuccessen, uit de gloriedagen van het Broadway-repertoire. Stukken als Oklahoma, Showboat en Damn Yankees ontberen echter de maatschappelijke relevantie en muzikale oorspronkelijkheid die West Side Story in ruime mate bezit. Ze stralen het sussende, alles in orde-gevoel van de B-film uit. De enige nieuwe musical van de afgelopen paar jaar die gestoeld leek op meer gedachten dan slechts die aan de te verwachten kasopbrengsten is Kiss of the Spider Woman, gebaseerd op de roman van de Argentijnse schrijver Manuel Puig. In de eerste run van dit stuk op Broadway werd de titelrol vertolkt door de nog immer vitale Chita Rivera, die ook de rol van Anita speelde in de eerste uitvoeringen van West Side Story. Het meest typerende voorbeeld van de huidige creatieve malaise op Broadway is wellicht Claude-Michel Schönberg, componist van onder andere Miss Saigon, een schaamteloze rip-off van Puccini's Madame Butterfly. Hij kan geen noten lezen en fluit daarom alles zo'n beetje voor aan mensen die het voor hem uitschrijven. Een interessant detail is dat deze Claude-Michel een soort achterkleinneef is van Arnold Schönberg, de nestor van de moderne muziek en grondlegger van de twaalftoonstechniek.