Frankfurter elixer voor Europa's kwalen

AMSTERDAM, 23 AUG. Eén medicijn voor alle kwalen. Wat al eeuwen geleden door de wetenschap tot utopie is verklaard, wordt in de Europese politieke economie nog steeds voor mogelijk gehouden. Het medicijn heet Duitse renteverlaging, en wordt vervaardigd bij de Bundesbank in Frankfurt.

Gisteren gaf de Bundesbank Europa voor het eerst sinds februari een nieuwe dosis, in de vorm van de verlaging van haar belangrijkste geldmarkttarief, de speciale beleningsrente, van 3,3 procent naar 3 procent. De rest van Europa, Groot-Brittannië uitgezonderd, volgde de Duitse rente massaal naar beneden.

Bundesbank-president Hans Tietmeyer noemde de afnemende groei van de Duitse geldhoeveelheid - de voornaamste inflatie-voorspeller van de centrale bank - tot 8,6 procent in juli als motief voor de rentestap. Maar hij noemde ook het “internationale klimaat” als reden.

Dat klimaat was de laatste maand duidelijk verslechterd, en dat heeft alles te maken met de kwakkelende Europese economie en de komst van de Economische en Monetaire Unie (EMU) in 1999. Om te kunnen toetreden tot die EMU moeten kandidaat-landen in 1997 aan een vijftal criteria voldoen. De twee belangrijkste zijn een begrotingstekort van niet meer dan 3 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp), en een staatsschuld die niet hoger is dan 60 procent van het bbp.

Rondom de jongste jaarwisseling rees de onzekerheid of de twee belangrijkste kandidaten, Duitsland en Frankrijk, die criteria wel zouden halen. Parijs lag lam door stakingen tegen de bezuinigingen die de regering-Juppé noodzakelijk achtte om het Franse begrotingstekort terug te brengen van 5 procent in 1995 naar 3 procent in 1997. En zowel Frankrijk als Duitsland kampte met een onverwachts sterke economische terugval, die het bereiken van de tekortreductie ernstig bemoeilijkte. De koers van de franc ten opzichte van de Duitse mark daalde scherp, en het verschil tussen de Franse en de Duitse rente liep op in Frans nadeel. Maar toen in de loop van dit jaar duidelijk werd dat de politieke vastberadenheid in Duitsland en Frankrijk om door te gaan met de EMU enorm was, en bovendien bleek dat de toetredingscriteria met enige rekkelijkheid zouden worden benaderd, keerde de rust terug. Totdat de kudde op de financiële markten in juli weer op hol sloeg.

De reden voor nieuwe onrust lag al besloten in de naderende septembermaand. Dan presenteren de belangrijkste Europese landen hun begrotingen voor 1997, het cruciale peiljaar voor de EMU. In Duitsland gebeurt dat op 9 september, in Frankrijk op 18 september. Temidden van een aarzelend economisch herstel en hoge werkloosheid zullen beide regeringen harde maatregelen moeten nemen om hun financiën op orde te krijgen - zelfs als er rekkelijkheid bij de EMU-criteria wordt toegepast.

Nieuwe onrust op de valuta- en obligatiemarkten is het laatste dat Bonn en Parijs kunnen gebruiken. Voor Duitsland betekent het vrijwel altijd een run vanuit het buitenland op de Duitse mark, die de exportpositie van het bedrijfsleven en daarmee het economisch herstel ondermijnt. Voor Frankrijk betekent het de dreiging van een oplopende rente, die het klimaat voor tekortreductie ongunstig maakt.

Die negatieve spiraal werd ditmaal niet ingezet op de financiële markten, maar door het Franse staatshoofd zelf. Ongeduld over het voorzichtige tempo waarmee de Franse centrale bank de rente verlaagde in de richting van het Duitse niveau lag ten grondslag aan een uitval van de Franse president, Chirac, naar bankpresident Trichet op 14 juli. Die politieke ondermijning van de Franse centrale bank was het startschot dat de financiële markten nodig hadden voor de opmaat naar de heikele septembermaand. De Franse franc daalde van een koers van comfortabel boven de 33 gulden per 100 tot 32,70 gulden. De rente op de Franse kapitaalmarkt, die juist de afgelopen maanden tot onder de Duitse was gedaald, kroop daar weer boven.

En dus keken alle ogen weer naar Frankfurt. Een lagere Duitse rente staat ook Frankrijk toe zijn rente omlaag te brengen, hetgeen de Banque de France gisteren onmiddellijk deed. De lagere rente verzwakt ook de mark tegenover de Amerikaanse dollar. Beide effecten zorgen er voor dat de spanningen tussen de Europese valuta's verminderen. Tietmeyers verwijzing naar de afnemende geldgroei en lage inflatie zorgden er voor dat ook de obligatiemarkten gunstig reageerden, waardoor niet alleen de rente op kortlopende leningen, maar ook die op langlopende kredieten gunstig blijft voor zowel een herstel van de economie als voor de overheidsfinanciën.

Maar de vraag die analisten zichzelf gisteren al snel stelden is of de Bundesbank nu nog wel medicijn over heeft, in geval van nieuwe onrust. September is nog niet begonnen, en niemand weet in hoeverre de Franse en Duitse begrotingen zullen worden geaccepteerd door het parlement - en op de straat.

Tietmeyer zei gisteren dat de grootte van de rentestap - een verlaging met 0,3 procentpunt in één keer is redelijk zeldzaam - de lucht rond het Duitse rentebeleid “voor de voorzienbare toekomst” heeft moeten klaren. Maar als de turbulentie op de financiële markten in september alsnog in alle hevigheid losbarst, dan is het wachten op nieuwe speculaties over een nog lagere Duitse rente. En klopt de patiënt Europa opnieuw aan de deur voor een dosis Frankfurter elixer.