Einde van een roversnest in Colombia

PUERTO PORTETE, 23 AUG. Decennialang was deze stoffige havenplaats op de verlaten zandvlakte van het Colombiaanse schiereiland Guajira een welvarende verzamelplaats van smokkelaars en bandieten. De Wayuu-indianen, die van oudsher thuishoren in dit ruige gebied, klaagden niet. De smokkel bracht geld naar deze afgelegen regio en gaf de mogelijkheid om te werken.

Totdat de regering Guajira de status gaf van een belastingvrije zone en in geheel Colombia de invoertarieven verlaagde, waardoor de prijzen van importgoederen in het gehele land zijn gedaald. De consumenten in de grote Colombiaanse steden kunnen nu tegen redelijke prijzen om de hoek buitenlandse produkten kopen en hoeven geen lange stoffige tocht te maken naar het lege schiereiland.

Dit betekent dat zware tijden zijn aangebroken voor de Wayuu en andere bewoners van Guajira, dat zo'n 900 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bogotá is gelegen. Schepen meren minder vaak aan in de wijde baai van Puerto Portete, zodat minder Wayuu nodig zijn voor het uitladen van de Schotse whiskey, delicate Italiaanse kleding en de laatste snufjes van de elektronica uit Japan.

De winkels in Maicao, het winkelcentrum op het schiereiland, zijn leeg. “Het is jammer dat de smokkel is gelegaliseeerd, want alles was in het verleden veel beter”, zegt Bencelia Epieyu, een indiaanse die haar kostje bijeen scharrelt met frisdranken in haar stalletje bij de dokken van Puerto Portete. “Als de boten niet komen, dan drinken de mannen niet. Als de mannen niet drinken, verdien ik geen geld om eten te kopen”, zegt ze en kijkt naar de vervallen, houten met lemen hutten die stipjes vormen op het strand.

De Wayuu, het grootste indiaanse volk in Colombia, zijn de laagopgeleide arbeiders in de handel, die schepen in Puerto Portete uitladen, vracht vervoeren en soms als 'muilezel' voor de smokkel van goederen van Colombia naar buurland Venezuela. Libanese en Syrische winkeliers beheersen de handelsroute vanaf Maicao, een verdroogde en uitgestorven stad aan de Colombiaanse grens, die is vergeven van winkels met airco en de geluiden van afpingelen in het Spaans en Arabisch.

De Wayuu, van wie er 130.000 wonen op het Colombiaanse deel van het schiereiland en nog een 170.000 op het Venezolaanse deel, mogen omwille van hun indiaanse afkomst vrijelijk de grens passeren, waardoor zij idelae smokkelaars zijn. De Wayuu personifiëren de hardheid van de woestijn, waar zij al duizend jaar wonen.

The ondoordringbaarheid van het land, de waterschaarste, en het ontbreken van goud maakte dat zij hebben overleefd, waar andere stammen zijn verjaagd door de Spaanse veroveraars. Dezelfde factoren houden hen echter in de marge van de samenleving. Officiële banen zijn er nauwelijks. Sommige Wayuu werken een paar maanden per jaar in de zoutmijnen, andere laden vracht uit voor 8.000 peso (ongeveer 12 gulden) per dag.

Het isolement lokte de illegale handeleren aan. Rond de eeuwwisseling verkochten zwarthandelaren in dierenhuiden en parels. In de jaren zeventig werd marihuana van het schiereiland verscheept naar de Verenigde Staten. Deze activiteiten schiepen een Wild West-sfeer van ontvoeringen, moorden en berovingen. Zwaarbewapende escortes moesten de trucktransporten van Puerto Portete naar Maicao bewaken.

De smokkel is niet geheel verdwenen. Bendes verkopen jaarlijks ongeveer 14.000 gestolen uit Venezuela and cocaïne wordt het land uitgesmokkeld in boten en vliegtuigjes. Niettemin beëindigden de tariefverlaging van 1992 de smokkelgolf, waaraan geen enkele regering een einde had kunnen maken. “Waarom zou je hier komen, als je dezelfde goederen kunt krijgen in Bogotá voor en soms lagere prijs”, zegt Jamal Mohammed, een winkelier die in de jaren zeventig de burgeroorlog in zijn vaderland Libanon ontvluchtte.

De verkopen van de detailhandel in Maicao, een stad met 110.000 inwoners, zijn gedaald van 3 miljoen dollar per dag in de jaren tachtig tot 1 miljoen dollar. Onlangs hielden de winkeliers een week lang de deuren gesloten. Zij eisten meer belastingvoordelen en een aanpak van de smokkel elders in Colombia, waarvan de omvang wordt geschat op 2 tot 5 miljoen dollar per jaar. “Het is hypocriet dat een stad die rijk is geworden van wetteloosheid nu vraagt om een speciale behandeling en strengere douane-controles”, zegt Horacio Ayala, hoofd van de douane in Colombia. “De zaken zijn gedaan. Dus de handelaren moeten wat anders gaan doen.”

Voor de Wayuu is het einde van de lucratieve zakendoen niet meer dan de zoveelste tegenslag. “We zijn hier altijd geweest en veel is er nooit veranderd”, zegt Cecilia Lindado, gastvrouw in een radioprogramma voor Wayuu: “Met of zonder smokkel, met of zonder drugshandel, met of zonder regen, we zullen er altijd zijn.” (AP)