Dole doet niet wat Clinton nalaat

De Amerikanen kiezen straks hun president, de rest van de wereld kijkt passief maar belangstellend toe. Waren de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog een van de twee gewichten op de balans, nu zíjn zij de balans. Als Amerika iets doet of nalaat heeft dat onmiddellijke gevolgen voor ontwikkelingen en omstandigheden elders.

Maar sinds Clinton in 1992 zijn campagne voerde onder het motto It's the economy, stupid en daarmee de onweerlegbare successen van Bush op het vlak van de internationale verhoudingen in de schaduw stelde, is in de wereld het Amerikaanse nalaten meer op de voorgrond getreden dan het Amerikaanse doen. Nu vaststaat wie bij de aanstaande verkiezingen Clintons uitdager zal zijn en de president zelf zich als vernieuwd presenteert, wordt de vraag actueel of de komende vier jaar daarin verandering zullen brengen.

Een overwinning van Dole in november zou voor Clinton een dubbele nederlaag betekenen. Met de persoon Clinton zou dan namelijk ook de uitgesproken representant van de nieuwe generatie aan de kant zijn gezet die vier jaar geleden zeer bewust de warriors uit de tijd van de Koude Oorlog kwam aflossen.

Het verwijt van Dole vorige week tijdens de Republikeinse conventie dat Clinton en zijn baby-boomers “nooit volwassen zijn geworden, nooit iets hebben gepresteerd, nooit een offer hebben gebracht, nooit hebben geleden en nooit iets hebben geleerd”, was dan ook niet de zure reactie van een verbitterde grijsaard. Het was bedoeld als een afrekening èn een aankondiging van een beoogde restauratie.

De 73-jarige Dole heeft van zijn leeftijd een campagne-argument gemaakt. Zijn handicap - tijdens de Italiaanse veldtocht in de Tweede Wereldoorlog verbrijzelde een Duitse granaat zijn rechterschouder en -bovenarm - draagt hij als zichtbaar bewijs dat hij weet wat oorlog en lijden is. Clintons ontwijking van de dienstplicht tijdens Vietnam steekt daar schamel bij af.

Dole's bijna 36 jaar in het Congres waarvan verreweg het grootste deel in de Senaat, de afgelopen twee jaar als leider van de Republikeinse meerderheid, onderstrepen zijn politieke ervaring. Dole kenschetst zichzelf graag als de laatste van de mannen die Amerika's naoorlogse politiek hebben gemaakt. In een wereld in verwarring is een baken nodig van kennis, inzicht en wijsheid. Dat baken, meent Dole, is Dole.

De weinige woorden die Dole in San Diego aan het buitenland wijdde, hadden een nationalistische grondtoon. Amerika moest zijn oude grootheid herwinnen. Dat paste in de boodschap van de kandidaat dat de Amerikanen met hem een gouden toekomst wacht, maar als analyse van de problemen waarmee de VS over hun grenzen heen worden geconfronteerd schoot Dole's aanvaardingsrede ernstig tekort.

De schaduwen van 1992, toen het heette dat Amerika zijn belangstelling voor de buitenwereld had verloren, zijn niet verdwenen. De relaties met Europa, met het Verre Oosten, de risico's van de desolate toestand waarin Rusland bestuurlijk is komen te verkeren, vormen tot op heden geen grondstof waarvan in Amerika succesvolle campagnes worden gemaakt.

Clinton wordt wel verweten dat hij zijn internationale beleid geen grand design heeft meegegeven. Het zou zich te veel bepalen tot de korte termijn. Het in China geïnteresseerde zakenleven bijvoorbeeld verwijt de president dat hij de Chinezen te lang heeft lastig gevallen met eisen op het gebied van de rechten van de mens. De ijveraars voor deze rechten kritiseren hem omdat hij de dissidenten daar in de steek zou hebben gelaten. Van de kleine maar zeer hoorbare kring van geopolitieke denkers krijgt de president regelmatig te horen dat hij ten onrechte China niet heeft onderkend als Amerika's belangrijkste rivaal in de volgende eeuw.

Europa houdt Amerikanen minder bezig. De ingreep in Bosnië wordt, zolang er geen verliezen worden geleden, met gelatenheid aanvaard. Clintons belofte dat de interventie dit jaar afloopt, wordt als geruststellend ervaren. De kwestie van de uitbreiding van de NAVO met landen in Oost-Europa heeft de president voorlopig op ijs gelegd.

De aandacht ging dit jaar vooral uit naar de verkiezing van Jeltsin tot president van Rusland en nu dat is gebeurd, wordt er zoveel mogelijk de andere kant op gekeken. De tragedie in Tsjetsjenië en de diepe sporen van verdeeldheid die de oorlog daar binnen het Kremlin trekt, vermogen tot dusver geen indruk te maken op het Amerikaanse electoraat.

Indien Dole in deze voor Azië en Europa essentiële kwesties meer heeft te bieden dan de zittende president, heeft de kandidaat der Republikeinen dat tot dusver goed verborgen weten te houden. Weliswaar is Clinton van Republikeinse kant wel eens gekritiseerd om zijn geaarzel met de uitbreiding van de NAVO, maar Dole heeft daar nog geen concrete gedachten aan toegevoegd, wat betreft termijnen van toetreding en de vraag welk land wel en welk land niet voor het lidmaatschap in aanmerking moet komen en wat te doen met staten die buiten de alliantie zullen worden gehouden.

In het Midden-Oosten zal nieuwsgierig worden uitgekeken naar een eventueel hernieuwd Republikeins presidentschap. In april 1990 bezocht Dole dat gebied als leider van een Senaatsmissie. Met hulp van president Mubarak werd een bezoek aan Saddam Hussein ingelast. Bij de laatste stop, in Israel, manifesteerde Dole zich als iemand die onder de indruk was geraakt van Saddams vredeswil en toonde hij zijn ongeduld met de vanzelfsprekendheid waarmee de Israeliërs Amerikaanse hulp aanvaardden. Dole's opmerkingen raakten snel in de vergetelheid in de mêlee die ontstond als gevolg van Saddams overval op Koeweit. Maar nu opnieuw een astrant bewind in Israel is aangetreden, zou Dole de Amerikaanse nuance kunnen betekenen waar Arabieren naar uitzien.

Dole's jongste manifestatie op internationaal terrein was zijn ijveren voor opheffing van het VN-wapenembargo tegen de Bosnische moslims. Als meerderheidsleider in de Senaat leidde hij tot de zomer van vorig jaar de stormloop op het regeringsbeleid dat aansluiting zocht bij het Europese verzet tegen een selectieve beëindiging. De gebeurtenissen in Bosnië na de val van Srebrenica hebben Dole dit wapen uit handen geslagen. Waarna hij zich loyaal tegenover de Amerikaanse interventie daar heeft opgesteld.

Wat president Bush destijds met een zekere minachting the vision thing noemde, maar dat altijd een belangrijk fundament is geweest van de Amerikaanse buitenlandse politiek, blijft nog even verborgen. Clinton of Dole, het onderscheid is nog niet duidelijk gemaakt.