De opa van de tuinkabouter

Kabouter Piggelmee en zijn vrienden. Broerenkerk, Broerenkerkplein 15, Zwolle. T/m 5 sept. Ma t/m za 11-17u, zo 13-17u.

De heemannetjes wonen vlakbij het dorp Usselo. Ze hangen op mooie zomeravonden als kleine blauwe vlammetjes boven het moeras en roepen 'heej, heej' naar de wandelaars die toevallig voorbij komen. Mensen kunnen het beste doen of ze niets horen, want wie de heemannetjes naroept kan erop rekenen dat hem snel een of ander ongeluk zal overkomen. Heemannetjes zijn een soort kabouters. In een kijkdoos op de expositie Kabouter Piggelmee en zijn vrienden in de Broerenkerk in Zwolle steken hun koppen geniepig uit de takken van de bomen. Hun gezichten hebben de kleur van boomschors, zodat ze bijna niet te zien zijn. “Zijn deze echt geweest?” vraagt een meisje dat door het raampje van de kijkdoos naar binnen kijkt.

Sommige kabouters op de tentoonstelling zien er inderdaad uit alsof ze leven. Misschien doen ze dat ook wel, 's nachts, als de bezoekers weg zijn. Dan rekken ze zich uit en schudden ze met hun armen en benen.

Over wat de kabouters dan doen vertelt de expositie van alles. De tekeningen van kabouters als Piggelmee en Paulus de Boskabouter laten de avonturen van deze beroemde kabouters zien en in de kijkdozen kun je zien hoe onbekende kabouters hun dagen doorbrengen. Sommigen zou je liever ontwijken: zij hebben gemene koppen, die weinig goeds voorspellen. Anderen lijken op elfen, en liggen dromerig om zich heen te kijken.

De tientallen dikke tuinkabouters zijn het werkvolkje van de tentoonstelling. Zij zijn bijna allemaal ijverig in de weer met schepjes en kruiwagens, of oogsten bloemkolen en wortels. Een enkeling ligt tegen een boomstronk aan te slapen of leest een boek. Het zijn waarschijnlijk allemaal broers, want ze zien er hetzelfde uit: zij hebben puntmutsjes op hun ronde hoofden met blozende wangetjes en dragen kleren in geel, blauw en groen.

De opa's en oma's van deze tuinkabouters leefden in de tuinen van rijke Italiaanse edelen in de zeventiende eeuw. Als je er wandelde kon je de beeldjes tegenkomen, van steen en zonder mutsje. Zij zagen er heel anders uit dan onze tuinkabouters: het waren verkleinde edelen, arbeiders en boeren. Allemaal deden ze iets dat bij hun beroep paste. Sommigen vochten met zwaarden, anderen maakten een rondedansje of deden een karweitje. Jammer genoeg zullen we nooit te weten komen of deze tuinkabouters echt zijn geweest, of dat ze versteenden als er mensen aankwamen. Dat geheim zullen de kabouters voor altijd bewaren.

    • Simone van der Burg